Administratieve kaart/notitie (mogelijk van een marktwezen- of politie-instantie).
Origineel
Administratieve kaart/notitie (mogelijk van een marktwezen- of politie-instantie). [Linksboven in stempelkader:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 25/160/1 1941
DOORGEZONDEN: 22/12
[Rechtsboven handgeschreven:]
55
[Hoofdtekst handgeschreven:]
M.J. Pisterman pl. 230 Alb. Cuypstr.
Wordt per 22 Dec ’41 wegens
wanbetaling afgevoerd. Oproepen
24-12-’41
de Baer [?]
p 30/12 ’41 – 10 ½ - 12
Aan loket geweest: ziet van
plaats af. P. zal zich z.z.z. [zo spoedig mogelijk]
opnieuw laten inschrijven; heeft
thans geen handel.
Smit 2/1 ’42
[Onderaan stempel en handtekening:]
GEZIEN
DE INSPECTEUR,
[Handtekening/Paraaf: de Boer / de Keus]
[Handgeschreven onderaan:]
mb 13/5 / ’42 De notitie betreft de administratieve afhandeling van een standplaats op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam. De kernpunten zijn:
* Reden van mutatie: De heer M.J. Pisterman, houder van standplaats 230, wordt op 22 december 1941 uit het register geschrapt ("afgevoerd") vanwege wanbetaling.
* Procedure: Na een oproep op 24 december is de betrokkene op 2 januari 1942 aan het loket verschenen. Hij heeft daar officieel afstand gedaan van zijn plaats.
* Status: De notitie vermeldt dat de betrokkene op dat moment "geen handel" meer voert, maar wel de intentie uitspreekt om zich in de toekomst opnieuw in te schrijven.
* Autorisatie: Het document bevat verschillende ambtelijke parafen (Smit en een Inspecteur) en is finaal afgehandeld in mei 1942. Dit document is historisch relevant vanwege de datering (december 1941). De Albert Cuypmarkt was een belangrijke plek voor Joodse marktkooplieden in Amsterdam. Gedurende de Duitse bezetting werden Joden stapsgewijs uit het economische leven geweerd. De naam "Pisterman" is een Joodse achternaam. Hoewel de officiële reden "wanbetaling" is, kan dit direct gerelateerd zijn aan de anti-Joodse maatregelen van de bezetter, waardoor Joodse kooplieden hun broodwinning verloren en hun vaste lasten (zoals marktgeld) niet meer konden voldoen. De opmerking "heeft thans geen handel" is in dit licht zeer veelzeggend voor de precaire situatie waarin Joodse Amsterdammers zich eind 1941 bevonden, vlak voordat de grootschalige deportaties begonnen. M. No M.J. Pisterman Marktwezen Politie