Getypte brief (afschrift)
Origineel
Getypte brief (afschrift) 17 december 1941 Hendrik J. Termeulen (Daniël Stalpertstraat 96 II, Amsterdam-Zuid) De Burgemeester van Amsterdam No.25/161/2 M.1941 31/12 AFSCHRIFT.
No.24/8 L.M.1941
Amsterdam, 17 December 1941.
Den WelEd.Gestreng Heer
Burgemeester van
Amsterdam.
WelEd.Gestreng Heer,
Door deze is ondergeteekende, Hendrik J.Termeulen
geboren te Amsterdam den 24en Januari 1877 zoo vrij zich
schriftelijk tot UEd.te wenden.
Hij stond reeds 38 jaar als vischhandelaar op de
markt, maar door familieomstandigheden heb ik ± 1½ jaar de
markt als zoodanig niet kunnen bezoeken, echter nu ik weer als
handelaar op de markt wil staan, beschik ik niet meer over een
vaste standplaats. Momenteel sta ik geheel achter op de markt,
en moet daar-voor dagelijks f 0,35 en Zaterdags f 0,75 markt-
geld betalen; dat levert de vischhandel momenteel niet op,om
~~onder-meer~~ aan deze verplichtingen te kunnen voldoen.
Nu wilde ik UEd.~~xxx~~ beleefd verzoeken of ik door
Uwe bemiddeling niet weder mijn oude vaste standplaats kan
terugbekomen, daar mij bekend is, dat er menschen, die nimmer
in den handel geweest zijn en van waar hun man in het buiten-
land werkzaam zijn, thans op de markt staan en ik als 38-jarige
handelaar achter op de markt sta.
Hopende, dat UEd. Uw medewerking hierin kunt
verleenen, dat ik weder in mijn oude rechten hersteld zal
worden.
Bij voorbaat mijn hartelijken dank voor de door
U te willen nemen moeite, verblijf ik,
Hoogachtend,
w.g.H.J.Termeulen.
H.J.Termeulen,
Daniël Stalpertstraat 96 II,
Amsterdam-Zuid. In deze brief verzoekt de 64-jarige visboer Hendrik Termeulen de burgemeester om hulp bij het herkrijgen van zijn vaste standplaats op de markt. Termeulen voert aan dat hij al 38 jaar ervaring heeft, maar door een onderbreking van anderhalf jaar zijn vaste plek is kwijtgeraakt. Hij staat nu op een ongunstige plek "achter op de markt", waar de dagelijkse kosten (marktgelden van 35 tot 75 cent) hoger zijn dan de opbrengsten uit zijn handel.
De brief bevat een interessant sociaal-economisch argument: Termeulen beklaagt zich erover dat onervaren personen wel een plek hebben gekregen. Hij doelt hier specifiek op vrouwen ("van waar hun man in het buitenland werkzaam zijn") die waarschijnlijk ter overbrugging van inkomsten een marktvergunning hebben gekregen terwijl hun echtgenoten elders werkten. Het document dateert uit december 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De burgemeester van Amsterdam was op dat moment de regeringscommissaris Edward Voûte, die door de bezetter was aangesteld.
De opmerking over mannen die "in het buitenland werkzaam zijn" verwijst naar de context van de arbeidsinzet of vrijwillige arbeid in Duitsland. Om de gezinnen van deze mannen te ondersteunen, werden er soms faciliteiten verleend, wat in dit geval tot scheve gezichten leidde bij gevestigde handelaren die hun broodwinning zagen verdampen. De brief illustreert de dagelijkse overlevingsstrijd van kleine zelfstandigen tijdens de oorlogsjaren, waarbij schaarste en strenge regulering van marktplaatsen de norm waren.