Archief 745
Inventaris 745-350
Pagina 344
Jaar 1941
Stadsarchief

Administratieve brief/memorandum.

17 februari 1942. Van: H.J. Vermeulen (waarschijnlijk verbonden aan de Dienst der Markten).

Origineel

Administratieve brief/memorandum. 17 februari 1942. H.J. Vermeulen (waarschijnlijk verbonden aan de Dienst der Markten). marktplaats
l. n.
H. J. Vermeulen

A'dam, 17/2 1942

W. I. M.

Onder terugzending van het met uw kantbrief dd. 30 Dec. 1941 om advies ontvangen stuk No 24/8 L.M. 1941, ~~waarin de behandeling wegens ziekte van de betr. chef-marktopzichter is vertraagd,~~ heb ik de eer u te berichten, dat de vaste plaats van adressant op de Alb. Cuypstraat m.i.v. 13 Mei 1940 wegens wanbetaling is ingetrokken. Bedoelde plaats is daarna volgens ancienniteit aan een andere koopman toegewezen. Aan het verzoek van adressant kan derhalve - mede i.v.m. daaraan verbonden consequenties - niet worden voldaan, zoodat ik u in overweging geef, dit verzoek van de hand te wijzen.

Adressant staat thans ingeschreven voor een vaste plaats op bovengenoemde markt; een dezer dagen zal hem deze plaats worden verstrekt, waarmede dan zijn financieele bezwaren tegen het bezetten van een losse plaats zijn vervallen.

[Handtekening/Initialen] Dit document is een ambtelijk advies over een verzoek van een marktkoopman ("adressant") om herstel van zijn vaste staanplaats op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam.

De kernpunten zijn:
1. Sanctie: De adressant is zijn vaste plek kwijtgeraakt op 13 mei 1940 (vlak na de Duitse inval) vanwege "wanbetaling".
2. Procedure: De vrijgekomen plek is direct aan een ander vergeven op basis van anciënniteit (dienstjaren/wachttijd).
3. Afwijzing: Het verzoek om de oude plek terug te krijgen wordt afgeraden ("van de hand te wijzen"), omdat dit juridische of procedurele complicaties zou geven ten opzichte van de nieuwe houder.
4. Oplossing: Er wordt een compromis geboden; de man staat bovenaan de lijst voor een nieuwe vaste plek, waardoor hij niet langer als "losse" koopman (met minder zekerheid en mogelijk hogere kosten) hoeft te werken.

Opvallend is de doorgehaalde zin over de zieke chef-marktopzichter, wat duidt op een eerdere vertraging in de correspondentie die de schrijver bij nader inzien niet relevant vond voor de formele besluitvorming. Het document dateert uit februari 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de brief een strikt zakelijke, bureaucratische toon heeft, is de context van Amsterdam in 1942 van groot belang. De Albert Cuypmarkt was een centrale plek in de stad waar de gevolgen van de bezetting (zoals de uitsluiting van Joodse kooplieden en schaarste) zeer voelbaar waren.

De datum van de intrekking (13 mei 1940) valt precies in de chaos van de meidagen van de Duitse inval. Het feit dat de administratie in 1942 nog steeds nauwgezet de regels van anciënniteit en wanbetaling toepaste, laat zien hoe het gemeentelijk apparaat onder de bezetting in eerste instantie "business as usual" probeerde te voeren, zelfs terwijl de stad en haar markten onder enorme druk stonden. De term "financiële bezwaren" wijst op de armoede of economische moeilijkheden van marktkooplieden in deze periode.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk advies over een verzoek van een marktkoopman ("adressant") om herstel van zijn vaste staanplaats op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam.

De kernpunten zijn:
1. Sanctie: De adressant is zijn vaste plek kwijtgeraakt op 13 mei 1940 (vlak na de Duitse inval) vanwege "wanbetaling".
2. Procedure: De vrijgekomen plek is direct aan een ander vergeven op basis van anciënniteit (dienstjaren/wachttijd).
3. Afwijzing: Het verzoek om de oude plek terug te krijgen wordt afgeraden ("van de hand te wijzen"), omdat dit juridische of procedurele complicaties zou geven ten opzichte van de nieuwe houder.
4. Oplossing: Er wordt een compromis geboden; de man staat bovenaan de lijst voor een nieuwe vaste plek, waardoor hij niet langer als "losse" koopman (met minder zekerheid en mogelijk hogere kosten) hoeft te werken.

Opvallend is de doorgehaalde zin over de zieke chef-marktopzichter, wat duidt op een eerdere vertraging in de correspondentie die de schrijver bij nader inzien niet relevant vond voor de formele besluitvorming.

Historische Context

Het document dateert uit februari 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de brief een strikt zakelijke, bureaucratische toon heeft, is de context van Amsterdam in 1942 van groot belang. De Albert Cuypmarkt was een centrale plek in de stad waar de gevolgen van de bezetting (zoals de uitsluiting van Joodse kooplieden en schaarste) zeer voelbaar waren.

De datum van de intrekking (13 mei 1940) valt precies in de chaos van de meidagen van de Duitse inval. Het feit dat de administratie in 1942 nog steeds nauwgezet de regels van anciënniteit en wanbetaling toepaste, laat zien hoe het gemeentelijk apparaat onder de bezetting in eerste instantie "business as usual" probeerde te voeren, zelfs terwijl de stad en haar markten onder enorme druk stonden. De term "financiële bezwaren" wijst op de armoede of economische moeilijkheden van marktkooplieden in deze periode.

Locaties

Amsterdam (A’dam).

Gerelateerde Documenten 6