Doorslag van een officiële brief/memorandum.
Origineel
Doorslag van een officiële brief/memorandum. 18 januari 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten, Amsterdam). De Secretaris van de Marktkoopliedenvereeniging "V.Z.O.D.", Wijttenbachstraat 61, Amsterdam-Oost. Extra [handgeschreven]
D/HG.
den Heer Secretaris van de Markt-
koopliedenvereeniging "V.Z.O.D.",
Wijttenbachstraat 61,
Amsterdam-Oost.
Wijk 18.
26/1/2 M. 18 Januari 1941.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 30 December jl. verleen
ik hierbij Uw lid: S.v.Engel, wonende Commelinstraat 38 tot 1 Maart
1941 vrijstelling van zijn verplichting om regelmatig gebruik te
maken van zijn vaste plaats op de markt Dapperstraat. Het terzake
verschuldigde marktgeld dient echter regelmatig wekelijks door Van
Engel aan den dienstdoenden marktambtenaar te worden betaald.
De Directeur, In deze brief verleent de directeur van de marktdienst een tijdelijke vrijstelling aan de marktkoopman Salomon van Engel. De vrijstelling betreft de verplichting om zijn vaste standplaats op de Dappermarkt in Amsterdam-Oost daadwerkelijk te bezetten. De termijn loopt tot 1 maart 1941.
Een belangrijke voorwaarde die gesteld wordt, is dat de financiële verplichting blijft bestaan: het wekelijkse marktgeld moet gewoon betaald worden aan de dienstdoende marktambtenaar, ook al wordt de plek niet gebruikt. De brief is gericht aan de vereniging "V.Z.O.D." (Voor Zelfbehoud, Ontwikkeling en Doorzetting), waarbij Van Engel was aangesloten. Dit document is gedateerd op 18 januari 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De context van deze periode is cruciaal voor het begrijpen van de positie van de genoemde persoon.
Salomon van Engel (geboren in 1888) was een Joodse marktkoopman die met zijn gezin op Commelinstraat 38 woonde, vlakbij de Dappermarkt. In januari 1941 nam de druk op de Joodse bevolking in Amsterdam snel toe. Slechts enkele weken na deze brief zouden de eerste grote razzia's in Amsterdam plaatsvinden, wat leidde tot de Februaristaking.
In de loop van 1941 werden Joodse marktkooplieden steeds verder beperkt in hun werkzaamheden. Vanaf september 1941 mochten zij alleen nog op speciaal aangewezen "Jodenmarkten" staan. Uit archiefbronnen (zoals het Joods Monument) blijkt dat Salomon van Engel in 1943 in vernietigingskamp Sobibor is vermoord. Deze schijnbaar banale administratieve correspondentie over een marktplaats is daarmee een van de laatste tastbare bewijzen van zijn actieve maatschappelijke leven in Amsterdam voordat de Holocaust zijn leven en dat van zijn gezin verwoestte.