Ambtelijke brief/adviesnota.
Origineel
Ambtelijke brief/adviesnota. 11 mei 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen of een vergelijkbare gemeentelijke instantie). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te [Alhier]. [Linksboven:]
VD/HG.
20/15/2 M.
1
[Rechtsboven handgeschreven:]
M. de Boer [?]
Verzonden 12/5 [?]
[Rechts:]
11 Mei 1939.
[Links:]
Aanvraag vergunning tot
het bakken van visch ten
name van P.Visser.
[Rechts:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
[Body:]
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 22 April jl. om advies ontvangen stuk no.110/9 L.M.1939 heb ik de eer U het volgende te berichten.
Uit een dezerzijds ingesteld onderzoek is gebleken, dat adressant vergunning vraagt voor het bakken van visch op de markten. Met Uw brief d.d. 30 September 1937 (No.604 L.M.1937) deelde U mij mede, dat het aantal vergunningen voor het bakken van visch op de markten niet behoort te worden uitgebreid. Ik adviseer U mitsdien op het onderhavige verzoek afwijzend te beschikken.
[Onderaan rechts:]
De Directeur, * Taalgebruik: Formeel-ambtelijk Nederlands met de destijds gebruikelijke spelling (bijv. 'visch', 'mitsdien', 'deelde U mij mede').
* Inhoud: De directeur adviseert de wethouder om een vergunningsaanvraag voor het bakken van vis op de markt af te wijzen. De reden hiervoor is een beleidsbeslissing uit 1937 waarin is vastgelegd dat het aantal standplaatsen voor visbakken niet mag worden uitgebreid (een numerus clausus).
* Vorm: Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen die wijzen op de administratieve verwerking (verzenddatum en paraaf). De tekst "A l h i e r" duidt aan dat de ontvanger zich in dezelfde gemeente bevindt als de afzender. Dit document stamt uit mei 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Europa. Het geeft een inkijkje in de strikte regulering van de marktsector in Nederlandse gemeenten tijdens het interbellum. De overheid streefde naar marktbeheersing; door het aantal vergunningen te beperken, probeerde men oververzadiging van de markt te voorkomen en de inkomsten van bestaande marktkooplieden te beschermen, evenals de openbare orde en hygiëne op de marktterreinen. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in die tijd een cruciale figuur voor de stedelijke voedselvoorziening.