Archief 745
Inventaris 745-350
Pagina 416
Dossier 25
Jaar 1941
Stadsarchief

Handgeschreven brief (verzoekschrift).

12 februari 1941. Van: R. Winnik, Waterlooplein 49 (huis), Amsterdam. Aan: Directeur van het Marktwezen te Amsterdam.

Origineel

Handgeschreven brief (verzoekschrift). 12 februari 1941. R. Winnik, Waterlooplein 49 (huis), Amsterdam. Directeur van het Marktwezen te Amsterdam. [Linksboven in paars stempel/inkt]:
№ 26 / 6 / 44 M. 1941 12/2

[Rechtsboven]:
Amsterdam 12 Februari 1941

[Adres]:
Directeur van het Marktwezen
te Amsterdam

[Inhoud]:
Naar aanleiding de nieuwe verordening
verzoekt ondergetekende restitutie van
het te veel betaalde marktgeld voor
een standplaats in de Dapperstraat.

R. Winnik
Waterlooplein 49 ^HUIS
Alhier

[Linksonder]:
1/2 jaar betaling
pl: n° 101. * Inhoud: De afzender, R. Winnik, verzoekt om teruggaaf (restitutie) van marktgeld. De reden hiervoor is een "nieuwe verordening". Het betreft een standplaats met nummer 101 in de Dapperstraat, waarvoor blijkbaar al voor een half jaar vooruit was betaald.
* Schrift: Het document is geschreven in een duidelijk, geoefend cursief handschrift, kenmerkend voor de eerste helft van de 20e eeuw.
* Administratieve sporen: De aantekeningen linksboven en linksonder duiden op de ambtelijke verwerking door de afdeling Marktwezen van de gemeente Amsterdam.
* Adresgegevens: Het adres Waterlooplein 49 Huis (begane grond) plaatst de afzender midden in de Amsterdamse Jodenbuurt. De datum van de brief, 12 februari 1941, is historisch zeer beladen. Dit is exact de dag waarop de Duitse bezetter de Amsterdamse Jodenbuurt liet afsluiten met prikkeldraad en ophaalbruggen, na gewelddadige incidenten tussen de WA (weerafdeling van de NSB) en Joodse knokploegen de dag ervoor.

De "nieuwe verordening" waar Winnik naar verwijst, hield waarschijnlijk verband met de toenemende beperkingen voor Joodse marktkooplieden. In deze periode werden Joden stapsgewijs uit het openbare economische leven geweerd. Veel Joodse handelaren mochten niet langer op hun reguliere standplaatsen staan of werden gedwongen hun activiteiten te staken, wat de noodzaak voor de restitutie van reeds betaald marktgeld verklaart. De Dappermarkt was, evenals de markt op het Waterlooplein, een plek waar veel Joodse Amsterdammers werkzaam waren.

De brief is een indringend voorbeeld van hoe de grootschalige vervolging zich vertaalde naar kleine, zakelijke correspondentie over dagelijkse zaken zoals marktgeld en standplaatsen, vlak voordat de situatie in de stad volledig zou escaleren met de Februaristaking later die maand.

Samenvatting

  • Inhoud: De afzender, R. Winnik, verzoekt om teruggaaf (restitutie) van marktgeld. De reden hiervoor is een "nieuwe verordening". Het betreft een standplaats met nummer 101 in de Dapperstraat, waarvoor blijkbaar al voor een half jaar vooruit was betaald.
  • Schrift: Het document is geschreven in een duidelijk, geoefend cursief handschrift, kenmerkend voor de eerste helft van de 20e eeuw.
  • Administratieve sporen: De aantekeningen linksboven en linksonder duiden op de ambtelijke verwerking door de afdeling Marktwezen van de gemeente Amsterdam.
  • Adresgegevens: Het adres Waterlooplein 49 Huis (begane grond) plaatst de afzender midden in de Amsterdamse Jodenbuurt.

Historische Context

De datum van de brief, 12 februari 1941, is historisch zeer beladen. Dit is exact de dag waarop de Duitse bezetter de Amsterdamse Jodenbuurt liet afsluiten met prikkeldraad en ophaalbruggen, na gewelddadige incidenten tussen de WA (weerafdeling van de NSB) en Joodse knokploegen de dag ervoor.

De "nieuwe verordening" waar Winnik naar verwijst, hield waarschijnlijk verband met de toenemende beperkingen voor Joodse marktkooplieden. In deze periode werden Joden stapsgewijs uit het openbare economische leven geweerd. Veel Joodse handelaren mochten niet langer op hun reguliere standplaatsen staan of werden gedwongen hun activiteiten te staken, wat de noodzaak voor de restitutie van reeds betaald marktgeld verklaart. De Dappermarkt was, evenals de markt op het Waterlooplein, een plek waar veel Joodse Amsterdammers werkzaam waren.

De brief is een indringend voorbeeld van hoe de grootschalige vervolging zich vertaalde naar kleine, zakelijke correspondentie over dagelijkse zaken zoals marktgeld en standplaatsen, vlak voordat de situatie in de stad volledig zou escaleren met de Februaristaking later die maand.

Locaties

Amsterdam.

Gerelateerde Documenten 6