Getypte brief (afschrift/kopie).
Origineel
Getypte brief (afschrift/kopie). 14 februari 1941. J. Hijman, Smitstraat 19 hs, Amsterdam-Oost. Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. No.26/6/46 M.1941 18/2 AFSCHRIFT.
---------------------------------------------------------------------
No.229 L.M.1941.
Afdeeling Marktwezen. Amsterdam, 14 Februari 1941
Aan Burgemeester en Wethouders
van
Amsterdam.
WelEd.Heeren,
Naar aanleiding van de in werking getreden nieuwe bepa-
lingen betreffende het bezoeken van markten deelt ondergeteekende
U beleefdelijk het navolgende mede.
Aangezien ik genoodzaakt ben geworden de standplaats op het
Dapperplein op te geven en ik hiervoor een bijdrage per giro heb
overgemaakt voor een half jaar groot ƒ 12,- verzoek ik U beleefde-
lijk mij wel restitutie van genoemd bedrag te willen verleenen.
De aan mij uitgereikte kaart draagt het nummer 1053.
Uwer verdere berichten tegemoet ziende,
Hoogachtend,
w.g.J.Hijman.
Afzender:
J.Hijman,
Smitstraat 19 hs
Amsterdam-Oost. In deze brief verzoekt de heer J. Hijman om restitutie (terugbetaling) van het marktgeld dat hij vooruit heeft betaald voor een standplaats op het Dapperplein in Amsterdam. Hij heeft 12 gulden betaald voor een half jaar, maar geeft aan dat hij door "nieuwe bepalingen" genoodzaakt is zijn standplaats op te geven. De brief is formeel en beleefd van toon, wat gebruikelijk was voor correspondentie met de overheid in die tijd. Het document is gemarkeerd als 'AFSCHRIFT', wat betekent dat dit een kopie is voor de administratie van de afdeling Marktwezen. De datum van de brief, 14 februari 1941, is cruciaal voor het begrijpen van de "nieuwe bepalingen" waar de afzender naar verwijst. Nederland was op dat moment bezet door nazi-Duitsland. De genoemde bepalingen waren onderdeel van de stapsgewijze uitsluiting van Joden uit de samenleving en de economie.
Vanaf begin 1941 mochten Joodse markthandelaren niet langer hun beroep uitoefenen op de reguliere Amsterdamse markten, zoals de Dappermarkt op het Dapperplein. Zij werden verbannen naar speciaal aangewezen "Jodenmarkten" of werden volledig uit hun ambt ontzet. De afzender, Jacob Hijman, woonde in de Smitstraat in de Transvaalbuurt, een wijk waar indertijd zeer veel Joodse Amsterdammers woonden. De brief is een tragisch voorbeeld van de bureaucratische realiteit achter de Jodenvervolging: terwijl Joden hun broodwinning en rechten verloren, moesten zij langs officiële weg proberen hun vooruitbetaalde gelden terug te krijgen. Slechts elf dagen na het schrijven van deze brief zou de Februaristaking uitbreken in Amsterdam als protest tegen de Jodenvervolging. J. Hijman Gemeente Amsterdam Marktwezen