Archief 745
Inventaris 745-350
Pagina 530
Dossier 25
Jaar 1941
Stadsarchief

Handgeschreven brief/notitie.

19 december 1941. Van: J. Renz (vermoedelijk een marktmeester of opzichter).

Origineel

Handgeschreven brief/notitie. 19 december 1941. J. Renz (vermoedelijk een marktmeester of opzichter). Dapperstraat 19 Dec: 1941
Den H.r
Inspecteur

Hierbij zou ik U in overweging
willen geven, het verzoek om assis-
ten v.d. H: Bootsma pl: n. 160, toe te
staan, aangezien er bij den verkoop
van gerookte visch toezicht wel
noodig is. -
J. Renz

Naam assistent
W. Pietersma
geb: 21 - 10 - 1923
Wagenaarstraat 112 * Inhoud: De schrijver adviseert de inspecteur gunstig te beschikken op een verzoek van de heer Bootsma (houder van staplaats 160) om een assistent te mogen aanstellen.
* Argumentatie: Het voornaamste argument is dat de verkoop van gerookte vis extra toezicht vereist. Dit kan duiden op drukte, de aard van de waar (bederfelijkheid/hygiëne), of het voorkomen van diefstal/onregelmatigheden op de markt.
* Personen:
* H. Bootsma: De vergunninghouder van standplaats 160.
* W. Pietersma: De beoogde assistent, op dat moment 18 jaar oud.
* J. Renz: De ondertekenaar, vermoedelijk een functionaris belast met het dagelijks toezicht op de Dappermarkt.
* Taalgebruik: Het document is geschreven in de destijds gebruikelijke formele ambtelijke stijl ("in overweging willen geven", "toe te staan", "den verkoop"). * Historische periode: De brief dateert uit de Tweede Wereldoorlog (december 1941). Tijdens de bezetting was de controle op de distributie van voedsel en de handel op markten zeer streng. Elke wijziging in personeel of bedrijfsvoering moest formeel worden goedgekeurd.
* Geografie: De Dapperstraat is de locatie van de bekende Dappermarkt in Amsterdam-Oost. De genoemde Wagenaarstraat ligt in de directe nabijheid van de markt, wat logisch is voor marktpersoneel in die tijd.
* Sociaal-economisch: Gerookte vis was een belangrijk volksvoedsel. De bureaucratische afhandeling van een assistentschap voor een eenvoudige marktkraam illustreert de verregaande regulering van het dagelijks leven in oorlogstijd. De assistent, W. Pietersma, was 18 jaar; jonge mannen van deze leeftijd werden vaak ingezet in lokale vitale sectoren om te voorkomen dat zij elders (bijv. in Duitsland) te werk zouden worden gesteld, hoewel dit in 1941 nog minder urgent was dan later in de oorlog. * H. Bootsma: De vergunninghouder van standplaats 160.

Samenvatting

  • Inhoud: De schrijver adviseert de inspecteur gunstig te beschikken op een verzoek van de heer Bootsma (houder van staplaats 160) om een assistent te mogen aanstellen.
  • Argumentatie: Het voornaamste argument is dat de verkoop van gerookte vis extra toezicht vereist. Dit kan duiden op drukte, de aard van de waar (bederfelijkheid/hygiëne), of het voorkomen van diefstal/onregelmatigheden op de markt.
  • Personen:
    • H. Bootsma: De vergunninghouder van standplaats 160.
    • W. Pietersma: De beoogde assistent, op dat moment 18 jaar oud.
    • J. Renz: De ondertekenaar, vermoedelijk een functionaris belast met het dagelijks toezicht op de Dappermarkt.
  • Taalgebruik: Het document is geschreven in de destijds gebruikelijke formele ambtelijke stijl ("in overweging willen geven", "toe te staan", "den verkoop").

Historische Context

  • Historische periode: De brief dateert uit de Tweede Wereldoorlog (december 1941). Tijdens de bezetting was de controle op de distributie van voedsel en de handel op markten zeer streng. Elke wijziging in personeel of bedrijfsvoering moest formeel worden goedgekeurd.
  • Geografie: De Dapperstraat is de locatie van de bekende Dappermarkt in Amsterdam-Oost. De genoemde Wagenaarstraat ligt in de directe nabijheid van de markt, wat logisch is voor marktpersoneel in die tijd.
  • Sociaal-economisch: Gerookte vis was een belangrijk volksvoedsel. De bureaucratische afhandeling van een assistentschap voor een eenvoudige marktkraam illustreert de verregaande regulering van het dagelijks leven in oorlogstijd. De assistent, W. Pietersma, was 18 jaar; jonge mannen van deze leeftijd werden vaak ingezet in lokale vitale sectoren om te voorkomen dat zij elders (bijv. in Duitsland) te werk zouden worden gesteld, hoewel dit in 1941 nog minder urgent was dan later in de oorlog.

Genoemde Personen 1

* **H. Bootsma:** De vergunninghouder van standplaats 160.

Locaties

Dapperstraat Amsterdam.

Gerelateerde Documenten 6