Brief (slotfragment).
Origineel
Brief (slotfragment). Mejuffrouw C. J. Kruisher. doch tot op heden tevergeefs.
Misschien kunt u een plaatsje
vinden ik moet toch ook leven
ik heb bijna 14 jaar dat is
toch geen dag op de Lindegracht
gestaan -
Hopende op een gunstig
antwoord teken ik
Mejuffrouw C. J. Kruisher
derde Goudsbloemdwarsstraat
No 10 boven slager 1 hoog Het document is een smeekbede van een vrouw, Mejuffrouw C. J. Kruisher, die vraagt om een "plaatsje". Uit de tekst valt op te maken dat zij al bijna 14 jaar werkzaam is (of was) op de Lindegracht in Amsterdam. De toon is dringend: "ik moet toch ook leven". Het handschrift is een vlot en geoefend lopend schrift, typerend voor die periode. De tekst op deze pagina vormt de afsluiting van een langere brief. De rechterpagina van het dubbelgevouwen blad is blanco, op enkele inktvlekken na. De Lindegracht in de Amsterdamse Jordaan was van oudsher een belangrijke locatie voor markthandel, zeker nadat de gracht in 1895 werd gedempt. Het "plaatsje" waar de schrijfster om vraagt, verwijst zeer waarschijnlijk naar een vaste standplaats op de markt of een vergunning om daar goederen te mogen verkopen. De Derde Goudsbloemdwarsstraat, waar zij woonde, ligt in de directe nabijheid van de Lindegracht. Dergelijke brieven werden vaak gericht aan het gemeentebestuur of de marktmeester in tijden van economische nood of bij herziening van marktvergunningen. J. Kruisher
Samenvatting
Het document is een smeekbede van een vrouw, Mejuffrouw C. J. Kruisher, die vraagt om een "plaatsje". Uit de tekst valt op te maken dat zij al bijna 14 jaar werkzaam is (of was) op de Lindegracht in Amsterdam. De toon is dringend: "ik moet toch ook leven". Het handschrift is een vlot en geoefend lopend schrift, typerend voor die periode. De tekst op deze pagina vormt de afsluiting van een langere brief. De rechterpagina van het dubbelgevouwen blad is blanco, op enkele inktvlekken na.
Historische Context
De Lindegracht in de Amsterdamse Jordaan was van oudsher een belangrijke locatie voor markthandel, zeker nadat de gracht in 1895 werd gedempt. Het "plaatsje" waar de schrijfster om vraagt, verwijst zeer waarschijnlijk naar een vaste standplaats op de markt of een vergunning om daar goederen te mogen verkopen. De Derde Goudsbloemdwarsstraat, waar zij woonde, ligt in de directe nabijheid van de Lindegracht. Dergelijke brieven werden vaak gericht aan het gemeentebestuur of de marktmeester in tijden van economische nood of bij herziening van marktvergunningen.