Brief (slotfragment)
Origineel
Brief (slotfragment) 10 Maart 1904 der Markt.
Verzoek ik U beleefd
mij uit deze benarde omstan-
digheden te willen helpen.
Zoo vraag ik U beleefd
mij zoo spoedigste mog.
te willen antwoorden
Een gunstige beschikking
tegemoet gaande, en mijn
dank verblijf ik
Hoogachtend.
Samuel Mullen. – get:
10 Maart 1904.
Magarsfonteinstraat (Oost)
No 4. II
A’dam. De tekst vormt het slot van een formele petitie of verzoekbrief. De toon is nederig en dringend; de schrijver verkeert in "benarde omstandigheden" en vraagt expliciet om hulp. Hij hoopt op een "gunstige beschikking" (een positief besluit) en verzoekt om een spoedige reactie. De toevoeging "– get:" (afkorting voor 'getekend') achter de naam van Samuel Mullen wijst er vaak op dat dit document een officiële kopie of een minuut (concept) is van de oorspronkelijke brief, waarbij een klerk de ondertekenaar heeft genoteerd. De brief is geschreven in maart 1904 vanuit de Transvaalbuurt in Amsterdam-Oost. De genoemde "Magarsfonteinstraat" (tegenwoordig gespeld als Magersfonteinstraat) is vernoemd naar de Slag bij Magersfontein tijdens de Tweede Boerenoorlog. Deze buurt was aan het begin van de 20e eeuw volop in ontwikkeling als arbeiderswijk. De aanduiding "No 4. II" geeft aan dat de schrijver op de tweede verdieping woonde. Gezien het taalgebruik en de locatie is het aannemelijk dat de brief gericht was aan een overheidsinstantie of een liefdadigheidsinstelling met het verzoek om financiële of sociale steun.
Samenvatting
De tekst vormt het slot van een formele petitie of verzoekbrief. De toon is nederig en dringend; de schrijver verkeert in "benarde omstandigheden" en vraagt expliciet om hulp. Hij hoopt op een "gunstige beschikking" (een positief besluit) en verzoekt om een spoedige reactie. De toevoeging "– get:" (afkorting voor 'getekend') achter de naam van Samuel Mullen wijst er vaak op dat dit document een officiële kopie of een minuut (concept) is van de oorspronkelijke brief, waarbij een klerk de ondertekenaar heeft genoteerd.
Historische Context
De brief is geschreven in maart 1904 vanuit de Transvaalbuurt in Amsterdam-Oost. De genoemde "Magarsfonteinstraat" (tegenwoordig gespeld als Magersfonteinstraat) is vernoemd naar de Slag bij Magersfontein tijdens de Tweede Boerenoorlog. Deze buurt was aan het begin van de 20e eeuw volop in ontwikkeling als arbeiderswijk. De aanduiding "No 4. II" geeft aan dat de schrijver op de tweede verdieping woonde. Gezien het taalgebruik en de locatie is het aannemelijk dat de brief gericht was aan een overheidsinstantie of een liefdadigheidsinstelling met het verzoek om financiële of sociale steun.