Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 15 juni 1939. [Stempel/Notitie bovenaan:]
№ 20/18 / M. 1939 16/6
[Rechtsboven:]
A'dam 15/6 1939.
[Aanhef:]
Wel Edel Heere
[Margekrabbel:]
ni mops [onduidelijk, mogelijk initialen of een administratieve code]
[Inhoud:]
Hiermede bericht ik U
dat ik gaarne weer in aan-
merking zou willen kome voor
een vaste plaats op een der
markte, daar ik vroege een
vaste plaats heb gehad, op
de Westerstraat & Lindegracht
& zoo veel jare gestaan heb.
Daar ik toe mij plaatse
bedank heb omrede dat ik
toe een winkel ben begonne
voor 7 jaar gelede.
Nu ik mijn zaak heb moete
opgeve wegens armoede.
Voel ik mij genoodzaak
weer op de markte te staan.
Zoo doe ik een beroep op U
om mij weer te begunstige,
voor een plaats op een * Schrijfwijze: De auteur hanteert een handschrift dat kenmerkend is voor de eerste helft van de 20e eeuw. De spelling is fonetisch en wijkt af van de toenmalige standaard (bijv. "kome", "markte", "vroege", "begonne", "moete", "opgeve", "begunstige" – het weglaten van de slot-n). Ook constructies als "omrede" (om reden) en "toe" (toen) wijzen op een beperkte formele scholing of een dialectische inslag.
* Inhoud: De briefschrijver verzoekt om een vaste standplaats op de Amsterdamse markten (specifiek Westerstraat en Lindegracht, bekende locaties in de Jordaan). De persoon heeft daar vroeger jarenlang gestaan, maar zegde de plek op om zeven jaar eerder (circa 1932) een winkel te beginnen.
* Persoonlijke omstandigheden: De schrijver geeft aan de winkel te hebben moeten sluiten "wegens armoede". Dit getuigt van de economische malaise aan het einde van de jaren '30. De stap terug van winkelier naar marktkoopman wordt gepresenteerd als een noodzaak tot overleving. Dit document dateert van juni 1939, slechts enkele maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Nederland bevond zich in de nasleep van de Grote Depressie. Veel kleine zelfstandigen in steden als Amsterdam vochten voor hun bestaan. De Westerstraat en de Lindegracht waren (en zijn) het hart van de marktcultuur in de Jordaan. De brief is gericht aan het gemeentebestuur of de marktmeester ("Wel Edel Heere"), die destijds de vergunningen voor vaste standplaatsen beheerde. Het document biedt een inkijkje in de sociale geschiedenis van de Amsterdamse volksklassen en de economische mobiliteit (in dit geval neerwaarts) in die periode.