Getypte brief (doorslag of kopie)
Origineel
Getypte brief (doorslag of kopie) 10 mei 1941 De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Marktwezen of een soortgelijke gemeentelijke instantie) Den Heer E. van Komen, Ten Katestraat 17 I, Amsterdam-West (Wijk 12) D/HG.
extra
den Heer E.van Komen,
Ten Katestraat 17 I,
Amsterdam-West.
Wijk 12.
27/30/2 M.
10 Mei 1941.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 11 April jl. verleen ik U hierbij gedurende 3 maanden na dato dezes toestemming, zich, voor zoover dit in verband met andere werkzaamheden noodzakelijk is, op Uw plaats op de markt Ten Katestraat te doen vervangen door Uw broer B. van Komen. U dient zich terzake echter steeds vooraf met den op de markt Ten Katestraat dienstdoenden marktambtenaar te verstaan.
Als regel moeten U of Uw vrouw echter persoonlijk op de plaats aanwezig zijn.
De Directeur, Deze brief is een officiële beschikking aan de heer E. van Komen betreffende zijn staanplaats op de Ten Katemarkt in Amsterdam. In reactie op een verzoek van Van Komen van een maand eerder, verleent de directeur toestemming voor tijdelijke vervanging.
De kernpunten zijn:
1. Vervanging: De heer Van Komen mag zich drie maanden lang laten vervangen door zijn broer, B. van Komen.
2. Voorwaarde: Deze vervanging is alleen toegestaan als dit noodzakelijk is vanwege "andere werkzaamheden".
3. Procedure: Bij elke vervanging moet vooraf overleg plaatsvinden met de aanwezige marktambtenaar.
4. Hoofdregel: De directeur benadrukt dat de vergunninghouder of diens echtgenote normaal gesproken persoonlijk aanwezig moeten zijn. Dit wijst op een streng toezicht op het gebruik van marktvergunningen. De brief is gedateerd op 10 mei 1941, exact één jaar na de Duitse inval in Nederland. Amsterdam bevindt zich op dit moment onder de bezetting door nazi-Duitsland. De Ten Katemarkt was (en is) een belangrijke volksmarkt in Amsterdam-West.
Tijdens de bezetting werden regels voor markthandelaren vaak streng gehandhaafd of zelfs aangescherpt. De eis van persoonlijke aanwezigheid was bedoeld om illegale handel of het doorverkopen van vergunningen te voorkomen. Hoewel deze brief een puur administratieve handeling lijkt (vervanging wegens andere werkzaamheden), vond dit plaats in een periode waarin de druk op de Amsterdamse bevolking en economie toenam. Kort voor deze datum, in het najaar van 1940 en begin 1941, waren de eerste anti-Joodse maatregelen op de markten al ingevoerd, waarbij Joodse handelaren steeds meer werden beperkt of uitgesloten. Er is in dit specifieke document echter geen directe indicatie dat het hier om een Joodse handelaar gaat; het toont vooral de formele, bureaucratische gang van zaken in de oorlogsjaren. B. van Komen E. van Komen Van Komen (De heer) Marktwezen