Archief 745
Inventaris 745-273
Pagina 316
Dossier 21
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag op dun papier).

6 oktober 1939. Van: De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke marktdienst of reinigingsdienst).

Origineel

Getypte brief (doorslag op dun papier). 6 oktober 1939. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke marktdienst of reinigingsdienst). [Rechtsboven, handgeschreven:]
ten. M. Müller
ten. M. de Boer.

[Midden boven, getypt:]
VP/HG.

[Linksboven, getypt:]
20/21/3 M.

[Midden boven, handgeschreven:]
Verzonden 6/10-'39

[Rechtsboven, getypt:]
6 October 1939.

[Links, onderwerp:]
Contrôle op losse-marktkoop-
lieden in verband met retri-
butie Warenwet.

[Rechts, adressering:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

[Inhoud:]
Naar aanleiding van Uw missive d.d. 25 Augustus jl.
(No.108/29 L.M.1939) heb ik de eer U te berichten, dat ik
nog eens ernstig deed nagaan in hoeverre een regeling kan
worden getroffen, waardoor de opgave van losse plaatshouders,
die een retributie ingevolge de Warenwet moeten betalen,
minder afhankelijk wordt van de individueele opvattingen der
marktopzichters. De beste oplossing lijkt mij, dat vanwege
Uw afdeeling, of vanwege den Keuringsdienst van Waren, aan
alle kooplieden, die de retributie hebben betaald, een bewijs
wordt verstrekt, dat zij steeds bij zich moeten dragen. Aan
het marktpersoneel kan dan dezerzijds worden opgedragen, om
steeds, wanneer zij een losse plaats uitgeven voor den ver-
koop van artikelen, waarvoor de retributie verschuldigd is,
het bovenbedoelde bewijs, dat de retributie is voldaan, ter
inzage te vragen. Wanneer het bedoelde bewijs niet kan worden
getoond, moet de marktambtenaar dat rapporteeren en wordt
hiervan aan Uw afdeeling mededeeling gedaan. Desgewenscht
kan de hierbedoelde contrôle van tijd tot tijd ook op vaste-
plaatshouders worden uitgeoefend.

Ik zal gaarne vernemen, of het vorenbeschreven stel-
sel naar Uw meening voor verwezenlijking vatbaar is.

[Rechtsonder:]
De Directeur, * Doel van de brief: Het stroomlijnen en objectiveren van de controle op betalingen door marktkooplieden. De directeur wil af van de "individuele opvattingen" van marktopzichters door een verplicht betalingsbewijs in te voeren.
* Administratieve context: De brief verwijst naar eerdere correspondentie ("missive d.d. 25 Augustus jl."), wat duidt op een lopend dossier over de handhaving van de Warenwet op de markt.
* Taalgebruik: Formeel ambtelijk Nederlands ("heb ik de eer U te berichten", "verwezenlijking vatbaar").
* Handgeschreven toevoegingen: De aantekening "Verzonden 6/10-'39" bevestigt dat dit een archiefkopie is van de daadwerkelijk verstuurde brief. De namen bovenin (Müller en De Boer) verwijzen waarschijnlijk naar de behandelend ambtenaren of zij die een kopie ter kennisname ontvingen. Dit document stamt uit oktober 1939, een maand nadat de Tweede Wereldoorlog uitbrak met de inval in Polen. Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was, was de overheid al druk bezig met het reguleren van de voedselvoorziening en distributie. De controle op marktkooplieden via de Warenwet (die in 1935 was gemoderniseerd) was essentieel om de kwaliteit van voedsel te waarborgen en ervoor te zorgen dat alle handelaren eerlijk bijdroegen aan de retributies (belastingen/vergoedingen). De wens om de controle minder afhankelijk te maken van de willekeur van individuele marktopzichters wijst op een verdere professionalisering en bureaucratisering van het gemeentelijk apparaat in die tijd.

Samenvatting

  • Doel van de brief: Het stroomlijnen en objectiveren van de controle op betalingen door marktkooplieden. De directeur wil af van de "individuele opvattingen" van marktopzichters door een verplicht betalingsbewijs in te voeren.
  • Administratieve context: De brief verwijst naar eerdere correspondentie ("missive d.d. 25 Augustus jl."), wat duidt op een lopend dossier over de handhaving van de Warenwet op de markt.
  • Taalgebruik: Formeel ambtelijk Nederlands ("heb ik de eer U te berichten", "verwezenlijking vatbaar").
  • Handgeschreven toevoegingen: De aantekening "Verzonden 6/10-'39" bevestigt dat dit een archiefkopie is van de daadwerkelijk verstuurde brief. De namen bovenin (Müller en De Boer) verwijzen waarschijnlijk naar de behandelend ambtenaren of zij die een kopie ter kennisname ontvingen.

Historische Context

Dit document stamt uit oktober 1939, een maand nadat de Tweede Wereldoorlog uitbrak met de inval in Polen. Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was, was de overheid al druk bezig met het reguleren van de voedselvoorziening en distributie. De controle op marktkooplieden via de Warenwet (die in 1935 was gemoderniseerd) was essentieel om de kwaliteit van voedsel te waarborgen en ervoor te zorgen dat alle handelaren eerlijk bijdroegen aan de retributies (belastingen/vergoedingen). De wens om de controle minder afhankelijk te maken van de willekeur van individuele marktopzichters wijst op een verdere professionalisering en bureaucratisering van het gemeentelijk apparaat in die tijd.

Kooplieden in dit dossier 69

A.F. Boomstra Waterlooplein
A.F. Boomstra Uilenburg
A. v. d. Ven Waterlooplein
A. v. d. Ven Waterlooplein
A.W. Rees Waterlooplein
A.W. Rees Uilenburg
W. Hendrixx Uilenburg
C. Ravesteyn Waterlooplein
G.J. Emons *Dapperstr. Uilenburg, zoon amstelveen, 6-6-86.* Uilenburg
G.J. Emons Waterlooplein
G. Lisser *Dapperstr.* Uilenburg
G. Lisser Waterlooplein
G.M. Waterman Waterlooplein
G.M. Waterman Uilenburg
G.W. Kragten Waterlooplein
G.W. Kragten Uilenburg
H. Ballering Waterlooplein
H. Ballering Uilenburg
H.H. Jonkman { *geb. 6/5 95 Dapperstr. Leeuwenmond. waterloopl.* Uilenburg
H. Jonkman Waterlooplein
L. Baudoux Uilenburg
H. van Elburg Waterlooplein
L. Baudoux Uilenburg
J. Mullem Waterlooplein
J. Salomons Waterlooplein
J. Salomons *Uilenburg* Uilenburg
J. Stodel Waterlooplein
L. Baudoux Uilenburg
J. Stouwer Waterlooplein
J. Stouwer Uilenburg
Alle 69 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 1