Getypt verslag/notulen (doorslag), pagina 2.
Origineel
Getypt verslag/notulen (doorslag), pagina 2. Na juni 1939 (gezien de tekstuele referentie naar "Juni van het vorige jaar" en de vermelding van 1939). Waarschijnlijk 1940. -2-
Bespreking inzake plaatsen voor buitenlanders op de markten.
De Voorzitter deelt mede, dat sinds 19 October 1934, naar aanleiding van een verzoek van "Mercurius" het Reglement op de Markten is aangevuld met bepalingen, houdende het verbod, marktkooplieden van niet-Nederlandsche nationaliteit op de sollicitanten lijsten voor de dag- en weekmarkten te doen plaatsen en hun voor vaste plaatsen in aanmerking te doen komen. In verband met de groote aantallen vreemdelingen, die zich toen in Nederland kwamen vestigen, was deze maatregel gewenscht; hij heeft als zoodanig ongetwijfeld nuttig gewerkt. In Juni van het vorige jaar heeft "Mercurius", naar aanleiding van ingekomen verzoeken en klachten, den heer Wethouder voor de Levensmiddelen verzocht, voortaan ten aanzien der vreemdelingen op de markten hier ter stede, soepeler bepalingen toe te passen. Door Marktwezen is daarna naar den omvang en de beteekenis van dit vraagstuk een onderzoek ingesteld, waarbij is komen vast te staan, dat op de markten hier ter stede in totaal 33 vreemdelingen een plaats innemen, terwijl de volgende gegevens omtrent hen zijn verzameld:
1e. al deze personen zijn reeds drie jaar of (veel) langer in Nederland gevestigd en vijf hunner zijn met Nederlandsche vrouwen getrouwd;
2e. al deze personen zijn reeds bijkans drie jaar of (veel) langer bekende marktkooplieden. Alleen de koopman A. Agartz maakt hierop een uitzondering, aangezien hij, ofschoon reeds twintig jaar in Nederland verblijvende en gehuwd met een Nederlandsche vrouw, eerst sedert 1939 een losse plaats bezet op de weekmarkt Mosplein.
3e. negen dezer personen bezetten, ten tijde van het in werking treden op 19 October 1934 van artikel 5 lid 1 van het Reglement op de Markten reeds vaste plaatsen op één of meer markten, welke vaste plaatsen zij hebben behouden;
4e. twaalf dezer personen bezetten reeds vóór October 1934 losse plaatsen op verschillende markten, waarbij in enkele gevallen op de weekmarkten Amstelveld en Noordermarkt, waar nog geen vaste plaatsen zijn uitgegeven; de laatstbedoelde plaatsen zijn dus als los-vaste plaatsen te beschouwen. Uit dit overzicht blijkt, dat bijna alle bedoelde buitenlanders tot de vaste kern der marktbezetting behooren.
Spreker herinnert aan een indertijd door "V.Z.O.D." aan Burgemeester en Wethouders gedaan verzoek, de marktkooplieden Abraham en Meijer Stoller, beiden ingezetene niet-Nederlander, in aanmerking te doen komen voor een vaste plaats op de markten. Beiden waren in Nederland geboren en opgevoed, Dit document betreft een ambtelijk verslag over het marktbeleid ten aanzien van "vreemdelingen" (niet-Nederlanders). In 1934 werd een verbod ingesteld om buitenlanders vaste standplaatsen toe te wijzen, ingegeven door de economische crisis en de instroom van vluchtelingen (met name uit nazi-Duitsland).
Het document analyseert de status van 33 specifieke buitenlandse marktkooplieden die nog actief zijn. Er wordt geconstateerd dat de meesten van hen al lang in Nederland wonen, vaak getrouwd zijn met Nederlandse vrouwen en feitelijk tot de "vaste kern" van de markt behoren. De strekking van het document lijkt een pleidooi voor een soepelere toepassing van de regels voor deze gevestigde groep, onder meer op voorspraak van de verenigingen "Mercurius" en "V.Z.O.D.".
Opvallend is de vermelding van de namen Abraham en Meijer Stoller. Zij worden specifiek genoemd als in Nederland geboren en getogen personen die desondanks als "niet-Nederlander" (waarschijnlijk staatloos of beschikkend over een buitenlandse nationaliteit van hun ouders) buiten de boot vielen voor vaste marktplaatsen. Het document bevindt zich op het breukvlak van de vooroorlogse crisismaatregelen en het begin van de Duitse bezetting. De wetgeving uit 1934 was een vorm van protectionisme om de eigen beroepsbevolking te beschermen tijdens de Grote Depressie.
Gezien de datering (na 1939) en de namen (zoals Stoller, een veelvoorkomende Joodse achternaam) krijgt dit document een wrange lading. Terwijl de Amsterdamse ambtenaren hier nog discussiëren over "soepeler bepalingen" voor buitenlanders, zouden de bezettingsautoriteiten kort daarna juist extreem restrictieve en antisemitische maatregelen invoeren die Joodse marktkooplieden volledig van de markten zouden weren (zoals de instelling van de Joodse markten in 1941 en het uiteindelijke verbod op handel). De genoemde vereniging "V.Z.O.D." staat voor "Vrede Zij Onze Deel", een Joodse vereniging van marktkooplieden in Amsterdam. Dit onderstreept dat de discussie hier in hoge mate betrekking had op de positie van Joodse vluchtelingen of migranten die al decennia in de stad werkten.