Ambtsbericht / Intern memo betreffende marktvergunningen.
Origineel
Ambtsbericht / Intern memo betreffende marktvergunningen. Juli 1941. [Stempel linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 33/47/1 1941
DOORGEZONDEN: 15/7
[Bovenaan gecentreerd:]
S. Davidson
[Rechtsboven:]
647
[Tekst midden links:]
Aan S. Davidson kan m.i.
worden toegestaan dat hij
gedurende drie maanden
zijn plaats op de markten
Westerstraat en Ten Katestraat
niet inneemt.
Davidson moet echter zorgen
dat het ook tijdens zijn afwe-
zigheid verschuldigde markt-
geld wekelijks wordt betaald.
(Zie rapporten marktamb-
tenaren) 28/7/41
[In rood potlood links:]
33/47/217 acc.
[Inscripties rechtsboven:]
Westerstraat
pl 244
Ten Katestraat
pl 93
[Inscripties midden rechts:]
th Wolff
th Vrij
advies
18-7-41
de Boer
[Tekst rechtsonder:]
tegen uitstel plaatsbezetten
daar er geen handel meer is
bestaat m.i. geen enkel
bezwaar.
24-7-41 [paraaf]
[Tekst onderaan midden:]
25-7-41
mededlr. de Boer
3 maanden
21/7 '41 [paraaf]
[Gedrukte tekst linksonder:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016
--- Dit document is een ambtelijk advies over een verzoek van een marktkoopman, S. Davidson, om zijn staanplaatsen op de markten in de Westerstraat (plaats 244) en de Ten Katestraat (plaats 93) in Amsterdam voor een periode van drie maanden niet te hoeven bezetten.
De belangrijkste punten uit de analyse:
* Toestemming: De ambtenaar adviseert dat het uitstel kan worden verleend.
* Voorwaarde: Davidson blijft verplicht om het wekelijkse marktgeld te betalen, ook tijdens zijn afwezigheid.
* Motivatie: Er wordt expliciet vermeld: "daar er geen handel meer is bestaat m.i. geen enkel bezwaar". Dit duidt op een economische stilstand voor de betrokkene.
* Besluitvorming: Het proces omvat adviezen van verschillende personen (Wolff, Vrij, de Boer) en eindigt met een akkoord ('acc.') op 25 juli 1941.
--- De datum van dit document, juli 1941, is cruciaal voor de interpretatie. Nederland was op dat moment bezet door nazi-Duitsland. S. (Samuel) Davidson was een Joodse marktkoopman.
In deze periode werden de anti-Joodse maatregelen in rap tempo opgevoerd. In mei 1941 was het Joden al verboden om op reguliere markten te staan, wat later leidde tot de instelling van specifieke "Jodenmarkten" (zoals op het Waterlooplein en de Gaaspstraat). De opmerking "daar er geen handel meer is" moet waarschijnlijk in dit licht worden gezien: door de uitsluiting van Joodse kooplieden en de segregatie van de markthandel was het voor Davidson onmogelijk geworden zijn beroep op de normale markten uit te oefenen.
Dergelijke documenten in de gemeentearchieven vormen de bureaucratische neerslag van de uitsluiting en economische beroving van de Joodse bevolking tijdens de bezetting. Het feit dat hij wel marktgeld moest blijven betalen voor een plek die hij niet mocht of kon gebruiken, was een extra financiële last. M. No S. Davidson