Archief 745
Inventaris 745-353
Pagina 46
Dossier 90
Jaar 1941
Stadsarchief

Doorslag (carbon copy) van een officiële brief van de Gemeente Amsterdam.

4 september 1941. Van: De Directeur (van de Dienst der Marktwezen). Aan: Den Heer J. Blik, Uiterwaardenstraat 65, Amsterdam-Zuid.

Origineel

Doorslag (carbon copy) van een officiële brief van de Gemeente Amsterdam. 4 september 1941. De Directeur (van de Dienst der Marktwezen). Den Heer J. Blik, Uiterwaardenstraat 65, Amsterdam-Zuid. [Handgeschreven in blauw potlood, linksboven:] Verzonden 5/9-41
[Handgeschreven in zwart potlood, rechtsboven:] Zie Marktmr.
[Getypt onder handgeschreven notitie:] HG.

                            den Heer J.Blik,
                            Uiterwaardenstraat 65,
                            Amsterdam-Zuid.
                                           Wijk 22A.

33/51/2 M. 4 September 1941.

  Naar aanleiding van Uw brief d.d. 3 Augustus jl. verleen ik

U hierbij gedurende drie maanden na dato dezes uitstel van Uw ver-
plichting om regelmatig Uw plaats op de markt Westerstraat te bezet-
ten.
U dient er echter voor te zorgen, dat het ook tijdens Uw af-
wezigheid verschuldigde marktgeld geregeld wekelijks bij den dienst-
doenden marktambtenaar wordt betaald.

                                           De Directeur, De brief is een formeel antwoord op een verzoek van de heer J. Blik, die op 3 augustus 1941 schriftelijk had gevraagd om ontheffing van zijn bezettingsplicht. Als marktkoopman was men indertijd verplicht de toegewezen plaats persoonlijk en regelmatig in te nemen. De directeur van de marktdienst willigt dit verzoek in voor een periode van drie maanden.

Een cruciale voorwaarde wordt gesteld in de tweede alinea: ondanks zijn afwezigheid moet het marktgeld (staangeld) wekelijks worden doorbetaald aan de dienstdoende ambtenaar. Administratief is het document voorzien van een verzenddatum (5 september 1941), de wijkcode "Wijk 22A" (verwijzend naar de Rivierenbuurt) en de initialen van de opsteller "HG.". De notitie "Zie Marktmr." wijst waarschijnlijk op een dossier of kopie bestemd voor de marktmeester van de Westerstraat. Dit document is historisch saillant vanwege de datum en de achtergrond van de ontvanger. In september 1941 was Nederland ruim een jaar bezet door nazi-Duitsland. De ontvanger, Jozef Blik, was een Joodse Amsterdammer die met zijn gezin op de Uiterwaardenstraat 65 woonde.

In deze periode werden de anti-Joodse maatregelen in rap tempo aangescherpt. Vanaf september 1941 mochten Joodse marktkooplieden in Amsterdam alleen nog op speciaal aangewezen "Jodenmarkten" staan. De Westermarkt/Westerstraat was een gemengde markt waar Joodse kooplieden traditioneel sterk vertegenwoordigd waren, maar waarvan zij nu werden uitgesloten. Het verzoek om uitstel van de bezettingsplicht houdt vermoedelijk direct verband met deze beperkende maatregelen of de onmogelijkheid om de handel nog legaal voort te zetten. Jozef Blik werd uiteindelijk in juli 1943 in Sobibor vermoord; deze brief vormt een bureaucratisch getuigenis van de verstikking van zijn maatschappelijke en economische leven in de jaren daarvoor.

Samenvatting

De brief is een formeel antwoord op een verzoek van de heer J. Blik, die op 3 augustus 1941 schriftelijk had gevraagd om ontheffing van zijn bezettingsplicht. Als marktkoopman was men indertijd verplicht de toegewezen plaats persoonlijk en regelmatig in te nemen. De directeur van de marktdienst willigt dit verzoek in voor een periode van drie maanden.

Een cruciale voorwaarde wordt gesteld in de tweede alinea: ondanks zijn afwezigheid moet het marktgeld (staangeld) wekelijks worden doorbetaald aan de dienstdoende ambtenaar. Administratief is het document voorzien van een verzenddatum (5 september 1941), de wijkcode "Wijk 22A" (verwijzend naar de Rivierenbuurt) en de initialen van de opsteller "HG.". De notitie "Zie Marktmr." wijst waarschijnlijk op een dossier of kopie bestemd voor de marktmeester van de Westerstraat.

Historische Context

Dit document is historisch saillant vanwege de datum en de achtergrond van de ontvanger. In september 1941 was Nederland ruim een jaar bezet door nazi-Duitsland. De ontvanger, Jozef Blik, was een Joodse Amsterdammer die met zijn gezin op de Uiterwaardenstraat 65 woonde.

In deze periode werden de anti-Joodse maatregelen in rap tempo aangescherpt. Vanaf september 1941 mochten Joodse marktkooplieden in Amsterdam alleen nog op speciaal aangewezen "Jodenmarkten" staan. De Westermarkt/Westerstraat was een gemengde markt waar Joodse kooplieden traditioneel sterk vertegenwoordigd waren, maar waarvan zij nu werden uitgesloten. Het verzoek om uitstel van de bezettingsplicht houdt vermoedelijk direct verband met deze beperkende maatregelen of de onmogelijkheid om de handel nog legaal voort te zetten. Jozef Blik werd uiteindelijk in juli 1943 in Sobibor vermoord; deze brief vormt een bureaucratisch getuigenis van de verstikking van zijn maatschappelijke en economische leven in de jaren daarvoor.

Kooplieden in dit dossier 5

P.J. de Meer ja 20/7 '40 f 59.-
J.A. Burgers ja per 26/11 40 f 57=
J. Brockhoff ja geen schuld
N.A. Steenvoorden ja f 90.-

Gerelateerde Documenten 6