Archiefstuk van de Gemeente Amsterdam, waarschijnlijk afkomstig van de afdeling Marktwezen.
Origineel
Archiefstuk van de Gemeente Amsterdam, waarschijnlijk afkomstig van de afdeling Marktwezen. Het document bevat diverse data uit 1941, variërend van 11 september tot 25 oktober. [Linksboven in kader:]
BIJBLAD VAN:
M. [leeg] No. 33/57/1 1941
DOORGEZONDEN: 11/9
[Rechtsboven in potlood:]
Mw. H. Wertheim
pl. 273 Westerstraat
[Hoofdtekst in inkt:]
Aan Mevr. F. Wertheim
kan m.i. worden toegestaan
om gedurende drie maanden
haar plaats op de markt
Westerstraat niet in te nemen.
Mej. Wertheim moet echter zorg
dragen dat het door haar ook
tijdens haar afwezigheid
verschuldigde marktgeld
wekelijks wordt betaald.
[Aantekeningen rechterzijde:]
Marktambtenaar
Contrôleur
om advies / ~~om rapport / ter kennisneming~~
[Handtekening: Van Wolff]
12-9-'41
Tegen eenige tijd
uitstel plaats bezetten
bestaat mij geen
enkel bezwaar.
15-9-41
[Handtekening/Paraaf]
[Onderaan, diverse toevoegingen:]
[In rood:] 33/57/2 M 25/10/41
[In zwart:] pr. acc. [Paraaf]
[In zwart:] modelbriefje 7-10-'41 de Haan
[In blauw:] [Paraaf] 10/10 '41 Dit document is een ambtelijke notitie betreffende een verzoek van een marktkoopvrouw, mevrouw Wertheim, om haar vaste standplaats (nr. 273) op de Amsterdamse Westerstraat gedurende drie maanden niet te hoeven bezetten.
Uit de aantekeningen blijkt de bureaucratische gang van zaken:
1. 11-12 sept 1941: De marktambtenaar/controleur Van Wolff geeft een positief advies.
2. 15 sept 1941: Een andere functionaris bevestigt dat er geen bezwaar is tegen het tijdelijk niet bezetten van de plaats.
3. 7-10 okt 1941: De Haan maakt melding van een "modelbriefje", wat suggereert dat er een standaard antwoord is verzonden.
4. 25 okt 1941: De definitieve afhandeling wordt geregistreerd onder een nieuw nummer (33/57/2).
De belangrijkste voorwaarde voor het verlof is dat het marktgeld wekelijks doorbetaald moet worden, ook tijdens de afwezigheid. Het document dateert van september/oktober 1941, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De naam 'Wertheim' duidt op een Joodse achtergrond. In deze periode werden anti-Joodse maatregelen in Amsterdam steeds strenger.
Joodse marktkooplieden werden vanaf de zomer van 1941 steeds vorder beperkt in hun werkzaamheden. Zo moesten zij zich registreren en werden ze uiteindelijk van de algemene markten verbannen naar specifieke "Jodenmarkten" (vanaf september 1941). Het feit dat mevrouw Wertheim vraagt om haar plaats drie maanden niet te bezetten, kan te maken hebben met de onmogelijke werksituatie voor Joodse ondernemers of de dreiging van deportatie/onderduik, hoewel de ambtelijke tekst de schijn van een normale administratieve procedure ophoudt. Het strikt vasthouden aan de betaling van het marktgeld is typerend voor de bureaucratische onverbiddelijkheid van die tijd. Mw. H. Wertheim Mevr. F. Wertheim Marktambtenaar/Contrôleur Van Wolff ambtenaar De Haan. Gemeente Amsterdam Marktwezen