Doorslag van een getypte ambtelijke brief.
Origineel
Doorslag van een getypte ambtelijke brief. 8 januari 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt of een daaraan gelieerde gemeentelijke dienst). De Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam ("Alhier"). [Handgeschreven rechtsboven:]
M. Müller
[Getypt rechtsboven:]
HG.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
37/1/4 M. [tab] 2 [tab] 8 Januari 1941.
In bijlage dezes heb ik de eer U een contract in duplo te
doen geworden ten name van A. van Harten betreffende huur van pak-
huisafdeeling no. C 5 op de Centrale Markt.
Ik moge U beleefd verzoeken de onderteekening van dit
contract door den heer Burgemeester te willen bevorderen en mij
het daarna te doen retourneeren; dezerzijds kan dan voor registra-
tie worden zorggedragen.
De Directeur, Deze brief is een formeel administratief schrijven binnen het ambtelijk apparaat van de gemeente Amsterdam. De directeur van de betreffende dienst stuurt een huurcontract in tweevoud (duplo) naar de verantwoordelijke wethouder. Het betreft de huur van een specifieke ruimte (pakhuisafdeling C 5) op de Centrale Markt door een particulier of ondernemer genaamd A. van Harten.
De toon is uiterst hoffelijk en formeel ("heb ik de eer", "ik moge U beleefd verzoeken"), wat kenmerkend is voor de bestuurlijke correspondentie van die tijd. De procedure vereist dat de burgemeester het contract ondertekent, waarna het ter registratie moet worden teruggestuurd naar de afzender. De datum, 8 januari 1941, plaatst dit document in de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De "Centrale Markt" verwijst naar de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam, die in 1934 waren geopend en het hart vormden van de voedseldistributie in de stad.
In deze periode was de rol van de 'Wethouder voor de Levensmiddelen' cruciaal vanwege de toenemende schaarste en de invoering van het distributiestelsel door de bezetter. De burgemeester van Amsterdam op dat moment was Willem de Vlugt. Hij zou slechts twee maanden na deze brief, in maart 1941, door de bezetter worden ontslagen naar aanleiding van de Februaristaking.
Hoewel de inhoud van de brief puur administratief oogt (het huren van een pakhuis), illustreert het de continuïteit van de gemeentelijke bureaucreatie tijdens de eerste jaren van de bezetting, waarbij reguliere zaken zoals markthuur gewoon doorgang vonden onder streng ambtelijk toezicht.