Archiefdocument
Origineel
[Handgeschreven tekst bovenin het midden:]
Verzonden 14/1
37/3/5 M.
14 Januari 1941.
den Heer T. Wiggemanssen,
Centrale Markt M 4,
Amsterdam-West.
DIRECTIE VAN HET MARKTWEZEN.
Amsterdam-West,
Jan van Galenstraat 14.
No.
Aan
In bijlage dezes heb ik de eer U het geregistreerde huurcontract betreffende een door U gehuurde pakhuisafdeeling op de Centrale Markt te doen toekomen.
Ik verzoek U beleefd rekening te houden met het feit, dat, ingevolge het bepaalde in artikel 1619 van het Burgerlijk Wetboek reparatiën, zooals van rolluiken, ruiten, sloten, enz., voor Uw rekening zijn.
Tevens breng ik, voor zoo ver noodig, in herinnering, dat artikel 8 van het contract verbiedt om reclamemiddelen of aankondigingen te Uwen behoeven of ten behoeve van derden aan of op het gehuurde aan te brengen, zonder mijn schriftelijke toestemming. U gelieve zich in alle gevallen, waarin U tot het aanbrengen van eenig bord of andere aanduiding wenscht over te gaan, vóóraf met mij te verstaan. Deze brief is een formeel schrijven van de Directie van het Marktwezen van de gemeente Amsterdam aan een huurder van een pakhuisruimte op de Centrale Markt. De kern van de brief is de toezending van het officieel geregistreerde huurcontract, maar de afzender maakt van de gelegenheid gebruik om de huurder expliciet te wijzen op twee belangrijke verplichtingen:
- Onderhoudsplicht (Wettelijk): Op basis van artikel 1619 van het toenmalige Burgerlijk Wetboek (over kleine herstellingen die ten laste van de huurder komen) wordt benadrukt dat reparaties aan zaken als rolluiken, ruiten en sloten voor rekening van de huurder zijn.
- Verbod op ongeautoriseerde reclame (Contractueel): Onder verwijzing naar artikel 8 van het huurcontract wordt de huurder eraan herinnerd dat er geen reclame of borden geplaatst mogen worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de directie.
De toon van de brief is strikt zakelijk en formeel ("heb ik de eer", "U gelieve"). Het handgeschreven briefhoofd "Verzonden 14/1" duidt op administratieve verwerking op de dag van datering. De brief is gedateerd op 14 januari 1941, ruim acht maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de bezetting gaande was, bleef het civiele en gemeentelijke apparaat in grote mate functioneren volgens de bestaande wetgeving en procedures. De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat (tegenwoordig het Food Center Amsterdam) was en is een essentieel knooppunt voor de voedselvoorziening van de stad.
In deze periode nam de druk op de bevolking en het bedrijfsleven toe, maar deze brief toont de continuïteit van de bureaucratische controle op gemeentelijke eigendommen. De nadruk op schriftelijke toestemming voor uitingen op de gebouwen kan in de context van de tijd ook gezien worden als een middel om de openbare ruimte strikt te reguleren, al is de primaire insteek hier privaatrechtelijk (huurrecht). T. Wiggemanssen Gemeente Amsterdam Marktwezen