Dienstbrief / Zakelijke correspondentie.
Origineel
Dienstbrief / Zakelijke correspondentie. 31 januari 1941. Directie van het Marktwezen, Amsterdam. Amsterdamsche Vereeniging van Groothandelaren in Aardappelen, Groenten en Fruit. [Handgeschreven, linksboven:]
Verzonden 31/1 - ’41.
[Getypt:]
DIRECTIE VAN HET MARKTWEZEN.
Amsterdam-West, 31 Januari 1941.
Jan van Galenstraat 14.
No. 37/3/9 M.
Aan de Amsterdamsche Vereeniging van
Groothandelaren in Aardappelen,
Groenten en Fruit,
Centrale Markt P 8,
Amsterdam-West.
In bijlage dezes heb ik de eer U het geregistreerde huurcontract betreffende een door U gehuurde pakhuisafdeeling op de Centrale Markt te doen toekomen.
Ik verzoek U beleefd rekening te houden met het feit, dat, ingevolge het bepaalde in artikel 1619 van het Burgerlijk Wetboek reparatiën, zooals van rolluiken, ruiten, sloten, enz., voor Uw rekening zijn.
Tevens breng ik, voor zoo ver noodig, in herinnering, dat artikel 8 van het contract verbiedt om reclamemiddelen of aankondigingen te Uwen behoeven of ten behoeve van derden aan of op het gehuurde aan te brengen, zonder mijn schriftelijke toestemming. U gelieve zich in alle gevallen, waarin U tot het aanbrengen van eenig bord of andere aanduiding wenscht over te gaan, vóóraf met mij te verstaan.
De Directeur, In deze brief communiceert de Directie van het Marktwezen met een branchevereniging van groothandelaren over de zakelijke aspecten van het huren van een pakhuisruimte op de Centrale Markt in Amsterdam. De kernboodschappen zijn:
- Huurcontract: De formele overdracht van het geregistreerde huurcontract.
- Onderhoudsplicht: De huurder wordt gewezen op zijn wettelijke verplichting (conform het Burgerlijk Wetboek) om zelf zorg te dragen voor kleine herstellingen en specifiek onderhoud aan zaken als rolluiken en sloten.
- Regels voor reclame: Er wordt strikt herinnerd aan het verbod op het aanbrengen van reclame-uitingen zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de directeur.
De toon is formeel, zakelijk en gezagsgetrouw, typerend voor de gemeentelijke bureaucratie van die tijd. Dit document stamt uit januari 1941, ruim acht maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de oorlogssituatie niet expliciet wordt genoemd, is het een bewijs van het feit dat het dagelijks bestuur en de economische infrastructuur in Amsterdam (waaronder de voedselvoorziening via de Centrale Markt) onder de bezetting 'gewoon' doorgingen.
De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat was in die tijd het kloppende hart van de Amsterdamse levensmiddelenhandel. De Directie van het Marktwezen beheerde deze faciliteiten strikt. De verwijzing naar het Burgerlijk Wetboek en specifieke contractartikelen onderstreept de juridische kaders waarbinnen de handelaren moesten opereren. Dergelijke documenten zijn waardevol voor sociaal-economisch historisch onderzoek naar de regulering van markten en de verhouding tussen overheid en bedrijfsleven in oorlogstijd. M. Marktwezen