Archief 745
Inventaris 745-353
Pagina 132
Dossier 55
Jaar 1941
Stadsarchief

Officiële zakelijke brief (getypt).

29 januari 1941. Van: Directie van het Marktwezen, Amsterdam-West. Dossier: 37/3/8

Origineel

Officiële zakelijke brief (getypt). 29 januari 1941. Directie van het Marktwezen, Amsterdam-West. DIRECTIE VAN HET MARKTWEZEN.

Amsterdam-West,
Jan van Galenstraat, 29 Januari 1941.

No. 37/3/8mM.

[Handgeschreven: Verzonden 29/1-41.]

Aan
den Heer C. Kooy Pzn.,
Centrale Markt H 3,
Amsterdam-West.

In bijlage dezes heb ik de eer U het geregistreerde huurcontract betreffende een door U gehuurde pakhuisafdeeling op de Centrale Markt te doen toekomen.

Ik verzoek U beleefd rekening te houden met het feit, dat, ingevolge het bepaalde in artikel 1619 van het Burgerlijk Wetboek reparatiën, zooals van rolluiken, ruiten, sloten, enz., voor Uw rekening zijn.

Tevens breng ik, voor zoo ver noodig, in herinnering, dat artikel 8 van het contract verbiedt om reclamemiddelen of aankondigingen te Uwen behoeven of ten behoeve van derden aan of op het gehuurde aan te brengen, zonder mijn schriftelijke toestemming. U gelieve zich in alle gevallen, waarin U tot het aanbrengen van eenig bord of andere aanduiding wenscht over te gaan, vóóraf met mij te verstaan.

De Directeur, Deze brief is een formeel schrijven van de gemeentelijke Directie van het Marktwezen aan een pachter op de Centrale Markt in Amsterdam. De kern van de brief is drieledig:
1. Formele overdracht: Het toesturen van het officieel geregistreerde huurcontract voor een pakhuisruimte.
2. Onderhoudsplicht: Een herinnering aan de wettelijke verplichting (artikel 1619 BW) waarbij kleine herstellingen en reparaties aan het pand (zoals glas- en sluitwerk) voor rekening van de huurder komen.
3. Regulering van de openbare ruimte: Een expliciet verbod op het ongeautoriseerd aanbrengen van reclame-uitingen op het gehuurde object, ter handhaving van de esthetiek en orde op het marktterrein.

De schrijfstijl is uiterst hoffelijk doch zakelijk ("heb ik de eer", "U beleefd rekening te houden"), kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie van die tijd. De brief dateert van januari 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogstijd ging het normale burgerlijke en economische leven in Amsterdam, inclusief de administratie van de Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat), op papier vaak op de gebruikelijke wijze door.

De Centrale Markt was in 1934 geopend om de vershandel in de stad te centraliseren en te moderniseren. De heer C. Kooy Pzn. was een van de vele handelaren die daar een pakhuisruimte huurden van de gemeente. De verwijzing naar het Burgerlijk Wetboek onderstreept de juridische kaders waarbinnen de marktmeester en de pachters opereerden. Het document biedt een inkijkje in de dagelijkse beheerstaken en de strikte regelgeving waaraan marktkooplieden in de jaren '40 onderworpen waren. C. Kooy Marktwezen

Samenvatting

Deze brief is een formeel schrijven van de gemeentelijke Directie van het Marktwezen aan een pachter op de Centrale Markt in Amsterdam. De kern van de brief is drieledig:
1. Formele overdracht: Het toesturen van het officieel geregistreerde huurcontract voor een pakhuisruimte.
2. Onderhoudsplicht: Een herinnering aan de wettelijke verplichting (artikel 1619 BW) waarbij kleine herstellingen en reparaties aan het pand (zoals glas- en sluitwerk) voor rekening van de huurder komen.
3. Regulering van de openbare ruimte: Een expliciet verbod op het ongeautoriseerd aanbrengen van reclame-uitingen op het gehuurde object, ter handhaving van de esthetiek en orde op het marktterrein.

De schrijfstijl is uiterst hoffelijk doch zakelijk ("heb ik de eer", "U beleefd rekening te houden"), kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie van die tijd.

Historische Context

De brief dateert van januari 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogstijd ging het normale burgerlijke en economische leven in Amsterdam, inclusief de administratie van de Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat), op papier vaak op de gebruikelijke wijze door.

De Centrale Markt was in 1934 geopend om de vershandel in de stad te centraliseren en te moderniseren. De heer C. Kooy Pzn. was een van de vele handelaren die daar een pakhuisruimte huurden van de gemeente. De verwijzing naar het Burgerlijk Wetboek onderstreept de juridische kaders waarbinnen de marktmeester en de pachters opereerden. Het document biedt een inkijkje in de dagelijkse beheerstaken en de strikte regelgeving waaraan marktkooplieden in de jaren '40 onderworpen waren.

Genoemde Personen 1

Locaties

Centrale Markt

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit Huishoudelijk: Glas Huishoudelijk: Pan Kruidenier (Droog): Meel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Kooplieden in dit dossier 5

P.J. de Meer ja 20/7 '40 f 59.-
J.A. Burgers ja per 26/11 40 f 57=
J. Brockhoff ja geen schuld
N.A. Steenvoorden ja f 90.-

Gerelateerde Documenten 6