Zakelijke brief / Begeleidend schrijven bij huurcontract.
Origineel
Zakelijke brief / Begeleidend schrijven bij huurcontract. 20 januari 1941. Directie van het Marktwezen, Amsterdam-West (gevestigd aan de Jan van Galenstraat 14). Den Heer F. Draaisma, Centrale Markt D 24, Amsterdam-West. Handgeschreven (linksboven):
Vermonden 20/1-'41.
Getypt:
DIRECTIE VAN HET MARKTWEZEN.
No. 37/3/7 M.
Amsterdam-West, 20 Januari 1941.
Jan van Galenstraat 14.
Aan den Heer F. Draaisma,
Centrale Markt D 24,
Amsterdam-West.
In bijlage dezes heb ik de eer U het geregistreerde huurcontract betreffende een door U gehuurde pakhuisafdeeling op de Centrale Markt te doen toekomen.
Ik verzoek U beleefd rekening te houden met het feit, dat, ingevolge het bepaalde in artikel 1619 van het Burgerlijk Wetboek reparatiën, zooals van rolluiken, ruiten, sloten, enz., voor Uw rekening zijn.
Tevens breng ik, voor zoo ver noodig, in herinnering, dat artikel 8 van het contract verbiedt om reclamemiddelen of aankondigingen te Uwen behoeven of ten behoeve van derden aan of op het gehuurde aan te brengen, zonder mijn schriftelijke toestemming. U gelieve zich in alle gevallen, waarin U tot het aanbrengen van eenig bord of andere aanduiding wenscht over te gaan, vóóraf met mij te verstaan.
De Directeur, Deze brief dient als formele verzending van een officieel geregistreerd huurcontract voor een pakhuisruimte (sectie D 24) op de Centrale Markt in Amsterdam. De directeur van het Marktwezen wijst de huurder, de heer Draaisma, expliciet op twee belangrijke contractuele en wettelijke verplichtingen:
- Onderhoudsplicht: Op basis van het toenmalige Burgerlijk Wetboek (art. 1619) is de huurder zelf verantwoordelijk voor kleine herstellingen en dagelijks onderhoud, zoals aan het hang- en sluitwerk en de beglazing.
- Reclameverbod: Het is de huurder niet toegestaan om zonder voorafgaande schriftelijke toestemming uitingen, borden of reclame op het pand aan te brengen.
De toon van de brief is formeel en zakelijk, kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie uit die periode. De brief is gedateerd op 20 januari 1941, ruim acht maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogssituatie gingen de reguliere civiele en gemeentelijke administratieve processen, zoals het beheer van de markthallen, gewoon door volgens de bestaande Nederlandse wetgeving (zoals het Burgerlijk Wetboek).
De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat (geopend in 1934, tegenwoordig bekend als het Food Center Amsterdam) was en is een cruciaal logistiek knooppunt voor de voedselvoorziening van de stad. In de oorlogsjaren was strikte controle op de distributie en de handel op deze markt van essentieel belang voor de bezetter en het gemeentebestuur. Documenten als deze geven inzicht in de continuïteit van het dagelijks economisch verkeer en de juridische kaders waarbinnen ondernemers op de markt moesten opereren tijdens de bezettingsjaren. F. Draaisma M. Marktwezen