Zakelijke correspondentie / brief.
Origineel
Zakelijke correspondentie / brief. 21 mei 1941. Directie van het Marktwezen, Amsterdam. N.V. Keizer's Fruithandel, Amsterdam. Handgeschreven notitie bovenin:
Verzonden 21/5-41.
DIRECTIE VAN HET MARKTWEZEN.
Amsterdam-West, 21 Mei 1941.
Jan van Galenstraat 14.
No. 37/3/24 M.
Aan
de N.V. Keizer's Fruithandel,
Centrale Markt H 26,
Amsterdam-West.
In bijlage dezes heb ik de eer U het geregistreerde huurcontract betreffende een door U gehuurde pakhuisafdeeling op de Centrale Markt te doen toekomen.
Ik verzoek U beleefd rekening te houden met het feit, dat, ingevolge het bepaalde in artikel 1619 van het Burgerlijk Wetboek reparatiën, zooals van rolluiken, ruiten, sloten, enz., voor Uw rekening zijn.
Tevens breng ik, voor zoo ver noodig, in herinnering, dat artikel 8 van het contract verbiedt om reclamemiddelen of aankondigingen te Uwen behoeven of ten behoeve van derden aan of op het gehuurde aan te brengen, zonder mijn schriftelijke toestemming. U gelieve zich in alle gevallen, waarin U tot het aanbrengen van eenig bord of andere aanduiding wenscht over te gaan, vóóraf met mij te verstaan.
De Directeur, * Formaat: Een officiële, getypte brief op papier van de gemeente Amsterdam (Directie van het Marktwezen).
* Taalgebruik: Formeel Nederlands met de destijds gangbare spelling (zoals "pakhuisafdeeling" en "reparatiën").
* Inhoud: De brief dient als officieel verzendbewijs van een huurcontract voor een pakhuisruimte op de Centrale Markt. De directeur wijst de huurder expliciet op twee contractuele/wettelijke verplichtingen:
1. Onderhoud: De huurder is verantwoordelijk voor kleine herstellingen (artikel 1619 BW).
2. Welstand: Het is verboden zonder toestemming reclameborden of aanduidingen op het pand aan te brengen (artikel 8 van het contract).
* Bijzonderheden: De handgeschreven aantekening bovenin bevestigt de verzenddatum. Dit document stamt uit de begindagen van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog (mei 1941). De "Directie van het Marktwezen" beheerde de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam, die in 1934 waren geopend. Deze locatie was het logistieke hart van de Amsterdamse voedselvoorziening.
Ondanks de bezetting ging de dagelijkse bureaucratie van het gemeentelijk apparaat en de toepassing van het Burgerlijk Wetboek in eerste instantie op de gebruikelijke voet verder. De brief illustreert hoe de overheid strikt toezag op de naleving van contractvoorwaarden en de uiterlijke staat van de marktgebouwen in een tijd van toenemende schaarste en regulering.