Getypte ambtelijke brief.
Origineel
Getypte ambtelijke brief. 6 augustus 1941. De Directeur (waarschijnlijk van de Centrale Markt of een daaraan gelieerde gemeentelijke dienst). De Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam ("Alhier"). [Rechtsboven handgeschreven in blauw potlood:]
U. Midler [?]
D
[Getypt:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
37/3/30 M 6 6 Augustus 1941.
In bylage dezes heb ik de eer U een drietal contracten in duplo te doen geworden betreffende huur van de pakhuisafdeelingen no.B 12, B 13 en O 4 op de Centrale Markt, voor den opslag van goederen (vide besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 7 April 1939 no.97 T.M.1939).
Ik moge U beleefd verzoeken de onderteekening van deze contracten door den heer Regeeringscommissaris voor Amsterdam te willen bevorderen en my deze daarna te doen retourneeren; dezerzyds kan dan voor registratie worden zorggedragen.
De Directeur, * Inhoud: De brief dient als geleidebrief voor drie sets huurcontracten (in tweevoud) voor specifieke pakhuisruimtes op de Centrale Markt in Amsterdam. De directeur verzoekt de wethouder om de handtekening van de regeringscommissaris te bemachtigen.
* Taalgebruik: Het document hanteert een uiterst hoffelijke en formele ambtelijke stijl, kenmerkend voor de eerste helft van de 20e eeuw (gebruik van "heb ik de eer", "moge U beleefd verzoeken"). Opvallend is het gebruik van de 'y' in woorden als "bylage" en "my", wat ook in die tijd al minder gebruikelijk begon te worden in officiële spelling, maar in getypte correspondentie nog voorkwam.
* Toestand van het document: Het betreft een doorslag of een kopie op dun papier (gezien de lichte druk en de kleur van het papier). Er is een handgeschreven paraaf of naam in de rechterbovenhoek geplaatst. * Oorlogstijd: De datum 6 augustus 1941 plaatst dit document midden in de Duitse bezetting van Nederland. De term "Regeeringscommissaris voor Amsterdam" is hierbij cruciaal. Na het ontslaan van de Amsterdamse gemeenteraad door de bezetter in 1941, kreeg de burgemeester (destijds de pro-Duitse Edward Voûte) de bevoegdheden van de raad en het college en trad hij op als regeringscommissaris.
* Voedselvoorziening: De Centrale Markt was essentieel voor de voedseldistributie in de stad. De controle over opslagruimte ("pakhuisafdeelingen") was in oorlogstijd van groot strategisch belang voor de voedselvoorziening en de distributieketen, die onder streng toezicht van de autoriteiten stond.
* Administratieve continuïteit: Ondanks de bezetting bleven veel civiele administratieve processen, zoals de verhuur van marktgebouwen, doorgaan volgens bestaande besluiten (in dit geval een besluit uit april 1939, van vóór de inval). De bureaucratische afhandeling bleef nagenoeg identiek, zij het met andere ondertekeningsbevoegdheden.