Archief 745
Inventaris 745-353
Pagina 221
Dossier 21
Jaar 1941
Stadsarchief

Officiële brief/correspondentie (doorslag).

Van: De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt of een gemeentelijke marktdienst). Aan: Den Heer N.P.M. Steenvoorden, Emmaweg 349 a, Kortenhoef.

Origineel

Officiële brief/correspondentie (doorslag). De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt of een gemeentelijke marktdienst). Den Heer N.P.M. Steenvoorden, Emmaweg 349 a, Kortenhoef. [Handgeschreven rechtsboven:]
M. Müller
W. Broekse

[Getypt links:]
M/HG.
37/4/21 M.

[Handgeschreven midden boven:]
Verzonden 5/3

[Getypt rechts:]
4 Maart 1941.

[Adres:]
den Heer N.P.M.Steenvoorden,
Emmaweg 349 a,
Kortenhoef .

[Inhoud:]
Naar aanleiding van Uw verzoek om ontheffing van het betalen van plaatsgeld voor het bezetten van een tuindersplaats op de Centrale Markt en de door U ter zake dezer ontheffing geteekende verklaring bericht ik U hiermede, dat Burgemeester en Wethouders hebben goedgevonden, dat aan U op grond van het feit, dat Uw tuin geïnundeerd is geweest en U daardoor Uw plaats op de Centrale Markt niet heeft kunnen bezetten ontheffing van plaatsgeld wordt verleend over 7 maanden van het jaar 1940 ten bedrage van f 52,50

Bovendien hebben Burgemeester en Wethouders bepaald, dat aan U restitutie van entrée-geld kan worden verleend over 7 maanden van het jaar 1940 ten bedrage van " 5,83

Restitutie en ontheffing totaal f 58,33

Aan Uw verzoek om bovenbedoelde ontheffing over het geheele jaar 1940 te verleenen, kan niet worden voldaan, omdat de inundatie eerst in de maand Mei 1940 plaatsvond en U van Uw plaats op de Centrale Markt in het tijdvak Januari - Mei 1940 gebruik heeft gemaakt.

Uw schuld bedroeg op 1 Januari 1941 f 90,-, zoodat U thans over 1940 nog verschuldigd is f 31,67.

De Directeur, Deze brief is een formeel besluit op een verzoek van een tuinder uit Kortenhoef. De kern van de zaak is een financiële tegemoetkoming voor misgelopen inkomsten en gemaakte kosten.

  • De Inundatie: De tuinder kon 7 maanden lang geen gebruik maken van zijn vaste standplaats op de Centrale Markt omdat zijn tuin "geïnundeerd" (onder water gezet) was.
  • Financiële afwikkeling: Het College van Burgemeester en Wethouders kent een ontheffing toe van f 52,50 voor het plaatsgeld en een restitutie van f 5,83 voor het entreegeld. In totaal krijgt de man f 58,33 terug/kwijtgescholden.
  • Gedeeltelijke afwijzing: De aanvraag voor het volledige jaar 1940 wordt afgewezen. De administratie stelt vast dat de inundatie pas in mei 1940 begon en dat de tuinder daarvóór (januari t/m mei) wel gewoon op de markt stond.
  • Restschuld: Ondanks de korting blijft er een schuld staan van f 31,67 over het jaar 1940, aangezien de totale openstaande schuld f 90,- bedroeg. Dit document stamt uit het eerste jaar van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De term "inundatie" is hier cruciaal. In mei 1940 stelde het Nederlandse leger de (Nieuwe) Hollandse Waterlinie in werking om de Duitse opmars te stuiten. Kortenhoef lag in een gebied dat strategisch onder water werd gezet.

Veel tuinders in die regio verloren hierdoor hun oogst en hun bron van bestaan voor een aanzienlijke periode. De brief illustreert de bureaucratische nasleep van deze militaire beslissing: getroffen burgers moesten via officiële weg verzoeken indienen voor kwijtschelding van belastingen en pacht. Het toont aan dat de gemeentelijke administratie in 1941, ondanks de bezetting, nog steeds nauwgezet volgens de regels van vóór de oorlog opereerde wat betreft marktgelden en administratieve bewijsvoering.

Samenvatting

Deze brief is een formeel besluit op een verzoek van een tuinder uit Kortenhoef. De kern van de zaak is een financiële tegemoetkoming voor misgelopen inkomsten en gemaakte kosten.

  • De Inundatie: De tuinder kon 7 maanden lang geen gebruik maken van zijn vaste standplaats op de Centrale Markt omdat zijn tuin "geïnundeerd" (onder water gezet) was.
  • Financiële afwikkeling: Het College van Burgemeester en Wethouders kent een ontheffing toe van f 52,50 voor het plaatsgeld en een restitutie van f 5,83 voor het entreegeld. In totaal krijgt de man f 58,33 terug/kwijtgescholden.
  • Gedeeltelijke afwijzing: De aanvraag voor het volledige jaar 1940 wordt afgewezen. De administratie stelt vast dat de inundatie pas in mei 1940 begon en dat de tuinder daarvóór (januari t/m mei) wel gewoon op de markt stond.
  • Restschuld: Ondanks de korting blijft er een schuld staan van f 31,67 over het jaar 1940, aangezien de totale openstaande schuld f 90,- bedroeg.

Historische Context

Dit document stamt uit het eerste jaar van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De term "inundatie" is hier cruciaal. In mei 1940 stelde het Nederlandse leger de (Nieuwe) Hollandse Waterlinie in werking om de Duitse opmars te stuiten. Kortenhoef lag in een gebied dat strategisch onder water werd gezet.

Veel tuinders in die regio verloren hierdoor hun oogst en hun bron van bestaan voor een aanzienlijke periode. De brief illustreert de bureaucratische nasleep van deze militaire beslissing: getroffen burgers moesten via officiële weg verzoeken indienen voor kwijtschelding van belastingen en pacht. Het toont aan dat de gemeentelijke administratie in 1941, ondanks de bezetting, nog steeds nauwgezet volgens de regels van vóór de oorlog opereerde wat betreft marktgelden en administratieve bewijsvoering.

Kooplieden in dit dossier 5

P.J. de Meer ja 20/7 '40 f 59.-
J.A. Burgers ja per 26/11 40 f 57=
J. Brockhoff ja geen schuld
N.A. Steenvoorden ja f 90.-

Gerelateerde Documenten 6