Besluit (Extract) van het college van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.
Origineel
Besluit (Extract) van het college van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. 16 februari 1940. [Stempel linksboven:] Nº 660 L.M. 1939 23/2-40
[Stempel midden boven:] Nº 64/4/3 M. 1940 27/2
[Handgeschreven rechtsboven:] Martha
No.660 L.M.1939.
Kwijtschelding van marktgeld.
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten van
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam,
Vrijdag, 16 Februari 1940.
[Handgeschreven in linker marge:] Genoteerd op huurderslijst en inningstaat [onleesbare paraaf]
Op voorstel van den Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen wordt het volgende besluit genomen:
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam,
Gezien een verzoekschrift van J.A.Burgers, tuinder, alhier;
Gezien het rapport van den Directeur van den Dienst van het Marktwezen d.d.3 Februari 1940, No.64/4/1 M.;
Overwegende, dat adressant door zijn opkomst onder de wapenen gedurende de maanden Mei en Juni 1939 geen gebruik heeft kunnen maken van zijn plaats op de Centrale Markt;
Gelet op art.36 van de Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden;
B e s l u i t e n :
aan J.A.Burgers, tuinder, wonende Osdorperweg 785 huis, alhier, op gronden van billijkheid kwijtschelding te verleenen van marktgeld tot een bedrag van ƒ 15,- zijnde 2/12 van ƒ 90,-.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (3 stuks) en Financiën (2 stuks).
T.
[Handgeschreven paraaf]
Voor eensluidend extract,
de Secretaris,
[Stempel/Paraaf: Am] Dit document is een officieel uittreksel (extract) van een besluit van het Amsterdamse college van B&W. De kern van het besluit is de gedeeltelijke kwijtschelding van marktgeld voor een burger genaamd J.A. Burgers, een tuinder uit Osdorp.
De reden voor deze kwijtschelding is dat de heer Burgers in mei en juni 1939 niet op de Centrale Markt kon staan omdat hij was opgeroepen voor militaire dienst ("opkomst onder de wapenen"). De gemeente besluit hem op "gronden van billijkheid" (redelijkheid) een bedrag van 15 gulden terug te geven, wat precies overeenkomt met twee maanden (2/12) van zijn jaarlijkse staangeld van 90 gulden.
Het document toont de administratieve afhandeling: het is opgesteld door de secretarie en kopieën werden verstuurd naar de relevante afdelingen (Levensmiddelen en Financiën). Het document dateert van februari 1940, slechts enkele maanden voordat nazi-Duitsland Nederland zou binnenvallen. De genoemde periode van afwezigheid (mei en juni 1939) valt in de periode van de Nederlandse voormobilisatie en mobilisatie. Vanwege de toenemende dreiging in Europa werden veel Nederlandse mannen opgeroepen voor militaire dienst, wat vaak leidde tot inkomstenverlies voor zelfstandigen zoals tuinders.
De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was destijds de belangrijkste spil in de voedselvoorziening van de stad. De wethouder die het voorstel indiende, beheerde een opvallend diverse portefeuille: niet alleen Levensmiddelen, maar ook de exploitatie van badhuizen en wasinrichtingen. Dit was in die tijd gebruikelijk voor de sociale en hygiënische zorg van de gemeente Amsterdam. J.A. Burgers W. De Gemeente Amsterdam Marktwezen