Getypte brief op doorslagpapier met handgeschreven annotaties.
Origineel
Getypte brief op doorslagpapier met handgeschreven annotaties. 5 maart 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt of de betreffende gemeentelijke dienst te Amsterdam). Den Heer G.J.A. Overwater, Argonautenstraat 88, Amsterdam-Zuid. [Links boven, handgeschreven in potlood:]
Genoteerd
op slip 1940
[Rechts boven, handgeschreven:]
M. Müller
[Midden boven, getypt:]
M/HG.
[Links, getypt:]
37/4/29 M.
[Rechts, getypt:]
5 Maart 1941.
den Heer G.J.A. Overwater,
Argonautenstraat 88,
Amsterdam-Zuid.
Wijk 130.
Naar aanleiding van Uw verzoek om ontheffing van
het betalen van plaatsgeld voor het bezetten van een tuin-
dersplaats op de Centrale Markt en de door U ter zake dezer
ontheffing geteekende verklaring bericht ik U hiermede, dat
Burgemeester en Wethouders hebben goedgevonden, dat aan U
op grond van het feit, dat U in militairen dienst bent ge-
weest en U daardoor Uw plaats op de Centrale Markt niet heeft
kunnen bezetten ontheffing van plaatsgeld wordt verleend
over 6 maanden van het jaar 1940 ten bedrage van ƒ 45,-
Bovendien hebben Burgemeester en Wethouders
bepaald, dat aan U restitutie van entréegeld kan
worden verleend over 4 maanden van het jaar 1939 " 3,33
en over 6 maanden van het jaar 1940 ten bedrage van" 5,-
Restitutie en ontheffing totaal ƒ 53,33
=======
Ontheffing van het plaatsgeld over 1939 ontving U
reeds.
Uw schuld bedroeg op 1 Januari 1941 ƒ 69,-, zoodat
U thans over 1940 nog verschuldigd is ƒ 15,67.
De Directeur, De brief is een formele bevestiging van een financieel besluit door het college van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. De kern van de zaak is een verzoek tot ontheffing van betalingen voor een standplaats ("tuindersplaats") op de Centrale Markt. De reden hiervoor is dat de ontvanger, de heer Overwater, in militaire dienst was en daardoor zijn bedrijfsvoering op de markt niet kon voortzetten.
De administratieve afhandeling is exact gespecificeerd:
* Ontheffing plaatsgeld 1940: ƒ 45,- (voor 6 maanden).
* Restitutie entreegeld: ƒ 3,33 (voor 4 maanden in 1939) en ƒ 5,- (voor 6 maanden in 1940).
* Totaalbedrag aan tegemoetkoming: ƒ 53,33.
* Eindafrekening: De tegemoetkoming wordt verrekend met een openstaande schuld van ƒ 69,-, waardoor er een restschuld overblijft van ƒ 15,67. Het document dateert van maart 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De inhoud verwijst echter naar de periode van militaire dienst in 1939 en 1940, wat duidt op de Nederlandse mobilisatie en de gevechtshandelingen in mei 1940. Veel kleine zelfstandigen, zoals tuinders die hun producten op de Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam) verkochten, kwamen door hun oproep voor militaire dienst in financiële problemen.
Hoewel het land bezet was, bleven civiele gemeentelijke procedures zoals deze in het eerste jaar van de bezetting grotendeels volgens vooroorlogs model doorlopen. De brief toont de bureaucratische zorgvuldigheid waarmee de gemeente Amsterdam dergelijke claims voor "gederfde standplaatsrechten" van gemobiliseerde burgers afhandelde. De handgeschreven aantekening "Genoteerd op slip 1940" wijst op een interne administratieve controle om dubbele betalingen of fouten in de jaarafrekening te voorkomen.