Archief 745
Inventaris 745-353
Pagina 300
Dossier 39
Jaar 1941
Stadsarchief

Handgeschreven brief (mogelijk pagina 1 van een meerdelige correspondentie).

10 januari 1941. Van: Waarschijnlijk M. Th. Müller (met potlood toegevoegd rechtsboven).

Origineel

Handgeschreven brief (mogelijk pagina 1 van een meerdelige correspondentie). 10 januari 1941. Waarschijnlijk M. Th. Müller (met potlood toegevoegd rechtsboven). Amsterdam 10 Jan 1941
Webedele Heer [toegevoegd in potlood: m. Th. Müller]

Naar aanleiding van uw schrijven van
8 Jan 1941 No 37/4/8 M, deel ik u
mede dat ik van Burg van Amsterdam
over het jaar 1939 aan plaatsgeld, een
bedrag van f 30, - hebt kwijt gescholden
gekregen. Van het jaar 1940 moet er
nog betaald worden f 69,- , iets waar ik
met geen mogelijkheid voorloopig kans
toe zie. Door de slechte weer omstandigheid
in 1940 heb ik, daar ik op die laag
liggende tuin heel geen nat weer in de
zomer en herfst kan hebben, zeer slecht
gemaakt, daar 50% van elke teelt mis-
lukte. Ook voor vergoeding van ongehuwden
zelfstandige voor de negen maanden dat
ik in militairen dienst ben geweest, kwam
ik niet in aanmerking. Tevens heb ik nog
kunstmest en zaadrekeningen van 1939 die
ik tot nog toe ook niet heb kunnen

[Stempel onderaan:]
Nº 37/4/14 M. 1941 13/1
[Potloodnotitie rechtsonder:] 37 * Inhoud: De schrijver reageert op een officiële vordering (kenmerk 37/4/8 M). Hij legt uit dat hij in 1939 reeds een gedeeltelijke kwijtschelding van de Burgemeester van Amsterdam heeft ontvangen voor het zogenaamde "plaatsgeld" (marktgeld of pacht voor een standplaats). Voor 1940 staat er echter nog f 69,- open.
* Argumentatie voor betalingsonmacht:
1. Misoogst: Door slechte weersomstandigheden in 1940 is 50% van zijn teelt mislukt. Hij benadrukt dat zijn tuin op lage grond ligt en daarom extreem gevoelig is voor regen in de zomer en herfst.
2. Militaire dienst: De schrijver is negen maanden in militaire dienst geweest (waarschijnlijk tijdens de mobilisatie van 1939-1940), maar kreeg als "ongehuwde zelfstandige" geen financiële tegemoetkoming of vergoeding.
3. Oude schulden: Hij heeft nog openstaande posten voor bedrijfsmiddelen (kunstmest en zaad) uit 1939.
* Taalgebruik: Het taalgebruik is formeel en beleefd ("Webedele Heer"), maar bevat enkele grammaticale imperfecties die typerend zijn voor de gesproken taal van die tijd (bijv. "hebt kwijt gescholden" in plaats van "heb"). * Historische context: De brief is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland (januari 1941). De verwijzing naar de negen maanden militaire dienst slaat op de mobilisatieperiode die begon in augustus 1939 en eindigde met de Nederlandse capitulatie in mei 1940.
* Sociaal-economisch: De schrijver is een kleine zelfstandige, vermoedelijk een groentekweker of marktkoopman. In die tijd hadden kleine ondernemers die gemobiliseerd werden vaak grote moeite om hun bedrijf draaiende te houden, zeker als zij niet in aanmerking kwamen voor de toenmalige steunregelingen (zoals de regeling voor ongehuwden).
* Administratieve sporen: De stempels en referentienummers duiden op een uitgebreid bureaucratisch proces. De letter 'M' in het nummer zou kunnen verwijzen naar 'Mobilisatie' of een specifiek 'Ministerie'. De brief is een getuigenis van de armoede en de strijd om het bestaan voor de kleine man aan het begin van de oorlogsjaren.

Samenvatting

  • Inhoud: De schrijver reageert op een officiële vordering (kenmerk 37/4/8 M). Hij legt uit dat hij in 1939 reeds een gedeeltelijke kwijtschelding van de Burgemeester van Amsterdam heeft ontvangen voor het zogenaamde "plaatsgeld" (marktgeld of pacht voor een standplaats). Voor 1940 staat er echter nog f 69,- open.
  • Argumentatie voor betalingsonmacht:
    1. Misoogst: Door slechte weersomstandigheden in 1940 is 50% van zijn teelt mislukt. Hij benadrukt dat zijn tuin op lage grond ligt en daarom extreem gevoelig is voor regen in de zomer en herfst.
    2. Militaire dienst: De schrijver is negen maanden in militaire dienst geweest (waarschijnlijk tijdens de mobilisatie van 1939-1940), maar kreeg als "ongehuwde zelfstandige" geen financiële tegemoetkoming of vergoeding.
    3. Oude schulden: Hij heeft nog openstaande posten voor bedrijfsmiddelen (kunstmest en zaad) uit 1939.
  • Taalgebruik: Het taalgebruik is formeel en beleefd ("Webedele Heer"), maar bevat enkele grammaticale imperfecties die typerend zijn voor de gesproken taal van die tijd (bijv. "hebt kwijt gescholden" in plaats van "heb").

Historische Context

  • Historische context: De brief is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland (januari 1941). De verwijzing naar de negen maanden militaire dienst slaat op de mobilisatieperiode die begon in augustus 1939 en eindigde met de Nederlandse capitulatie in mei 1940.
  • Sociaal-economisch: De schrijver is een kleine zelfstandige, vermoedelijk een groentekweker of marktkoopman. In die tijd hadden kleine ondernemers die gemobiliseerd werden vaak grote moeite om hun bedrijf draaiende te houden, zeker als zij niet in aanmerking kwamen voor de toenmalige steunregelingen (zoals de regeling voor ongehuwden).
  • Administratieve sporen: De stempels en referentienummers duiden op een uitgebreid bureaucratisch proces. De letter 'M' in het nummer zou kunnen verwijzen naar 'Mobilisatie' of een specifiek 'Ministerie'. De brief is een getuigenis van de armoede en de strijd om het bestaan voor de kleine man aan het begin van de oorlogsjaren.

Locaties

Amsterdam.

Kooplieden in dit dossier 5

P.J. de Meer ja 20/7 '40 f 59.-
J.A. Burgers ja per 26/11 40 f 57=
J. Brockhoff ja geen schuld
N.A. Steenvoorden ja f 90.-

Gerelateerde Documenten 6