Officiële brief van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Officiële brief van de Gemeente Amsterdam. 15 juli 1940. Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. De heer G.J.A. Overwater. GEMEENTE AMSTERDAM
AFD. I.M. AMSTERDAM, 15 Juli 1940.
No. 612 (1940)
BIJLAGEN MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD
NAUWKEURIG HET NUMMER EN DE AFDEELING
VAN DIT SCHRIJVEN TE VERMELDEN.
Wij deelen U mede, dat wij hebben besloten U
een bedrag aan op de Centrale Markt verschuldigd
plaatsgeld over het jaar 1939 ad f 30.- kwijt te
schelden.
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam,
[Handtekening: Krop]
Weth.
[Handgeschreven: B] de Secretaris,
[Grote handgeschreven handtekening]
Aan den Heer G.J.A. Overwater,
Stadionplein 47.
[Handgeschreven:] Argonautenstraat 88 hs
Model G. A. 5
50.000-10-'35 Dit document is een formele kennisgeving van een schuldverlichting. De gemeente Amsterdam informeert de heer Overwater dat een openstaand bedrag van 30 gulden aan marktgeld over het jaar 1939 niet meer voldaan hoeft te worden.
Het document vertoont de typische kenmerken van gemeentelijke correspondentie uit die tijd:
* Typografie: Getypt met een schrijfmachine op voorbedrukt briefpapier (Model G.A. 5).
* Handgeschreven elementen: De handtekeningen van de verantwoordelijk wethouder en de secretaris zijn origineel. Er is linksonder een handgeschreven adreswijziging aangebracht ("Argonautenstraat 88 hs"), wat duidt op een administratieve correctie in het dossier.
* Inhoud: Een kwijtschelding van 30 gulden was in 1940 een aanzienlijk gebaar; dit bedrag stond destijds ongeveer gelijk aan een volledig weekloon voor een geschoolde arbeider. Het suggereert dat de heer Overwater mogelijk financiële hinder ondervond waardoor hij deze kosten van zijn standplaats op de Centrale Markt niet kon dragen. De datum van de brief, 15 juli 1940, is historisch relevant. Het is slechts twee maanden na de Nederlandse capitulatie en het begin van de Duitse bezetting. In deze vroege fase van de bezetting functioneerde het Nederlandse overheidsapparaat, waaronder het gemeentebestuur van Amsterdam, nog grotendeels volgens de bestaande protocollen en wetgeving.
De "Centrale Markt" waarnaar verwezen wordt, is de in 1934 geopende groothandelsmarkt aan de Jan van Galenstraat (het huidige Food Center Amsterdam). Het feit dat de schuld over het pre-oorlogse jaar 1939 pas in de zomer van 1940 wordt kwijtgescholden, kan wijzen op een coulancebeleid van de gemeente in de onzekere eerste maanden van de bezetting, waarin de voedselvoorziening en de positie van marktkooplieden onder druk stonden.