Getypte brief (doorslag/kopie).
Origineel
Getypte brief (doorslag/kopie). 11 februari 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt te Amsterdam). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier. [Handgeschreven: extra]
D/HG.
37/4/18 M.
1
11 Februari 1941.
Kwijtschelding plaatsgeld
en restitutie entréegeld
aan tuinders van de Cen-
trale Markt.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Bij besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 12 Juli 1940 No.612 L.M.1940 werd onder andere aan een drietal tuinders een bedrag van f 30,- wegens op de Centrale Markt verschuldigd plaatsgeld voor het jaar 1939 kwijtgescholden, daar deze tuinders hun plaats sedert 1 September 1939 tengevolge van hun mobilisatie niet meer hadden kunnen bezetten.
In bijlage dezes heb ik de eer U thans een lijst over te leggen, houdende de namen van 11 tuinders, die eveneens in de jaren 1939 en/of 1940 door mobilisatie of inundatie van hun tuin niet in staat zijn geweest hun plaats op de Centrale Markt gedurende een aantal maanden te bezetten. Zooals ik U in mijn brief van 22 Juni 1940 No.37/89/2 M. rapporteerde, bestaat ten aanzien van tuindersplaatsen geen tarief per kalendermaand, zoodat voor het berekenen der kwijtschelding geen gebruik kan worden gemaakt van de omrekening naar een dergelijk tarief. In de onderhavige gevallen is derhalve voor de maanden, dat geen gebruik van de plaats is gemaakt, het evenredige gedeelte van het jaartarief berekend. Daar de betreffende tuinders het entréegeld naar het jaartarief hebben voldaan, stel ik U voor hen voor de maanden, dat zij geen gebruik van hun kaart hebben kunnen maken, restitutie van entréegeld te verleenen.
Ik heb mitsdien de eer U beleefd in overweging te geven, wel te willen bevorderen, dat tot deze kwijtschelding c.q. restitutie, zooals achter ieders naam op de onderhavige lijst is aangegeven, door Burgemeester en Wethouders wordt besloten.
De Directeur, De brief is een formeel verzoek van de directeur van de Centrale Markt aan de wethouder voor Levensmiddelen. De kern van het schrijven is een administratieve afwikkeling van misgelopen inkomsten en betaalde gelden door tuinders.
Er wordt verwezen naar een precedent van 12 juli 1940, waarbij drie tuinders al kwijtschelding kregen. In deze brief wordt gepleit voor eenzelfde regeling voor een nieuwe groep van 11 tuinders. De reden voor de afwezigheid van deze tuinders is tweeledig:
1. Mobilisatie: Tuinders die als militair waren opgeroepen vanaf september 1939.
2. Inundatie: Tuinders van wie het land onder water was gezet (een defensieve maatregel van het Nederlandse leger), waardoor zij niet konden produceren.
Interessant is de rekenmethode: omdat er geen maandtarief bestond voor de marktplaatsen, wordt er een pro rata berekening voorgesteld op basis van het jaartarief. De directeur vraagt om zowel kwijtschelding van nog verschuldigd geld als restitutie van reeds vooruitbetaald entréegeld. Dit document is geschreven in februari 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De inhoud verwijst echter grotendeels naar de periode van de Nederlandse mobilisatie (vanaf augustus 1939) en de strijd in mei 1940.
De "Centrale Markt" verwijst naar de Centrale Markthallen in Amsterdam-West, destijds het zenuwcentrum voor de voedselvoorziening van de stad. De wethouder voor Levensmiddelen speelde een cruciale rol in het draaiende houden van de stad onder bezettingsomstandigheden.
De brief illustreert de bureaucratische nasleep van de oorlogshandelingen: terwijl het land bezet was, hield de gemeentelijke administratie zich nog bezig met het rechtvaardig verrekenen van marktgelden over de periode waarin Nederlandse mannen aan het front lagen of hun akkers opgeofferd zagen aan de landsverdediging (de inundaties van de Waterlinie). Het toont aan dat de civiele overheid probeerde de schade voor kleine zelfstandigen (tuinders) door overmacht te beperken.