Archief 745
Inventaris 745-353
Pagina 314
Dossier 39
Jaar 1941
Stadsarchief

Bijlage bij een ambtelijke brief (No.37/4/18 M.).

11 februari 1941. Van: Directeur van het Marktwezen (Amsterdam). Aan: De Wethouder voor de Levensmiddelen.

Origineel

Bijlage bij een ambtelijke brief (No.37/4/18 M.). 11 februari 1941. Directeur van het Marktwezen (Amsterdam). De Wethouder voor de Levensmiddelen. Behoort bij brief No.37/4/18 M. d.d. 11 Februari 1941 aan den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het Marktwezen.

Naam en adres volle maanden geen plaats bezet 1939 volle maanden geen plaats bezet 1940 reden te verleenen kwijtschelding plaatsgeld (krachtens art. 10 Verord. op de Heffing) te verleenen restitutie van entrée-geld (krachtens art. 36 Verord. op de Heffing) Totaal
J. Postma, Muiderstraatweg 69a, Diemen - 4 inundatie f 30,- f 3,33 f 33,33
N.P. Steenvoorden, Emmaweg 349, Kortenhoef - 7 inundatie " 52,50 )
Nog te betalen voor 1940 5 md. entréegeld " 5,- ) " 47,50
N.P.M. Steenvoorden, Emmaweg 349a, Kortenhoef - 7 inundatie f 52,50 " 5,83 " 58,33
H.M.W.A. Steenvoorden, Emmaweg 149, Kortenhoef - 7 inundatie " 52,50 " 5,83 " 58,33
J.A.H.M. Steenvoorden, Emmaweg 349, Kortenhoef - 7 inundatie " 52,50 " 5,83 " 58,33
W.B. Rijs. Osdorperweg 576 a. Weesperkarspel 4 mil.dienst " 30,- ∟ (" 3,33 1939
(" 10,- 1940 " 43,33
J.A. Burgers, Osdorperweg 785, post Halfweg - 5 mil.dienst " 37,50 ⟋ ( f x 5,- 1939
( 4,16 1940 " 46,66
B.A.M. Wolkers, Uitweg 190, Post Sloterdijk - 7 verplicht veilen ∟ " 52,50 f 5,83 " 58,33
A.J. Pijnakker, Osdorperweg 543a, Sloten (N.H.) 4 5 mil.dienst (" 30,- (" 3,34 1939
(" 37,50 (" 4,16 1940 " 75,-
W.Bosse, Bovenkerkerweg 67a, Bovenkerk. Nwer. Amstel - 5 mil.dienst f 37,50 f 4,16 " 41,66
G.J.A. Overwater, Argonautenstr. 88 hs, Amsterdam-Z. - 6 mil.dienst " 45,- ⟋ (" 3,33 1939
(" 5,- 1940 " 53,33

∟ Heeft in 1940 geen plaats bezet, doch had het entréegeld reeds betaald.
⟋ Had over 1939 restitutie van een derde van zijn plaatsgeld gekregen (besluit B.& W. 12/7/1940 No.612 L.M.), echter niet van zijn entréegeld.
' Had over 1939 restitutie van 6 maanden van zijn plaatsgeld gekregen (besluiten B.& W. 12/7/1940 No.612 L.M. en d.d. 16/2/1940 od. 560 L.M. 1939) echter niet van zijn entréegeld. ∟ als gevolg van het in militairen dienst geweest zijn. Dit document is een financiële verantwoording van het Amsterdamse Marktwezen uit de vroege bezettingsjaren (februari 1941). Het geeft inzicht in de administratieve afwikkeling van marktgelden die door overmacht niet konden worden geïnd of die moesten worden terugbetaald.

Opvallend zijn de opgegeven redenen voor het niet bezetten van de marktplaatsen:
1. Inundatie (onderwaterzetting): Dit duidt op de preventieve flooding in het kader van de Nederlandse verdedigingslinies (zoals de Stelling van Amsterdam of de Waterlinie) tijdens de mobilisatie en de meidagen van 1940. Dit trof met name de familie Steenvoorden uit Kortenhoef.
2. Militaire dienst: Verwijst naar marktkraamhouders die waren opgeroepen voor de mobilisatie van het Nederlandse leger in 1939-1940.
3. Verplicht veilen: Mogelijk een gevolg van distributiemaatregelen of dwangsommen waarbij producten direct naar veilingen moesten in plaats van naar de markt.

De bedragen zijn genoteerd in guldens (f). De berekeningen in de kolom "Totaal" houden rekening met reeds betaalde bedragen of openstaande schulden (zoals bij N.P. Steenvoorden). Het document dateert van vlak voor de Februaristaking van 1941, een periode waarin de Duitse bezetting steeds nijpender werd, maar de lokale bureaucratie nog grotendeels op vooroorlogse wijze functioneerde. De genoemde locaties (Diemen, Kortenhoef, Weesperkarspel, Sloterdijk, Sloten, Bovenkerk) vallen binnen de invloedssfeer van het Amsterdamse Marktwezen.

De tekst illustreert hoe de oorlogsvoering in 1940 (mobilisatie en inundatie) directe economische gevolgen had voor kleine zelfstandigen zoals marktkooplieden. De overheid trachtte dit achteraf te corrigeren via wettelijke verordeningen (art. 10 en art. 36 Verord. op de Heffing). De verwijzing naar besluiten van Burgemeester en Wethouders (B.& W.) uit juli 1940 toont aan dat de gemeente Amsterdam kort na de capitulatie al bezig was met de financiële schadeafwikkeling voor haar burgers.

Samenvatting

Dit document is een financiële verantwoording van het Amsterdamse Marktwezen uit de vroege bezettingsjaren (februari 1941). Het geeft inzicht in de administratieve afwikkeling van marktgelden die door overmacht niet konden worden geïnd of die moesten worden terugbetaald.

Opvallend zijn de opgegeven redenen voor het niet bezetten van de marktplaatsen:
1. Inundatie (onderwaterzetting): Dit duidt op de preventieve flooding in het kader van de Nederlandse verdedigingslinies (zoals de Stelling van Amsterdam of de Waterlinie) tijdens de mobilisatie en de meidagen van 1940. Dit trof met name de familie Steenvoorden uit Kortenhoef.
2. Militaire dienst: Verwijst naar marktkraamhouders die waren opgeroepen voor de mobilisatie van het Nederlandse leger in 1939-1940.
3. Verplicht veilen: Mogelijk een gevolg van distributiemaatregelen of dwangsommen waarbij producten direct naar veilingen moesten in plaats van naar de markt.

De bedragen zijn genoteerd in guldens (f). De berekeningen in de kolom "Totaal" houden rekening met reeds betaalde bedragen of openstaande schulden (zoals bij N.P. Steenvoorden).

Historische Context

Het document dateert van vlak voor de Februaristaking van 1941, een periode waarin de Duitse bezetting steeds nijpender werd, maar de lokale bureaucratie nog grotendeels op vooroorlogse wijze functioneerde. De genoemde locaties (Diemen, Kortenhoef, Weesperkarspel, Sloterdijk, Sloten, Bovenkerk) vallen binnen de invloedssfeer van het Amsterdamse Marktwezen.

De tekst illustreert hoe de oorlogsvoering in 1940 (mobilisatie en inundatie) directe economische gevolgen had voor kleine zelfstandigen zoals marktkooplieden. De overheid trachtte dit achteraf te corrigeren via wettelijke verordeningen (art. 10 en art. 36 Verord. op de Heffing). De verwijzing naar besluiten van Burgemeester en Wethouders (B.& W.) uit juli 1940 toont aan dat de gemeente Amsterdam kort na de capitulatie al bezig was met de financiële schadeafwikkeling voor haar burgers.

Kooplieden in dit dossier 5

P.J. de Meer ja 20/7 '40 f 59.-
J.A. Burgers ja per 26/11 40 f 57=
J. Brockhoff ja geen schuld
N.A. Steenvoorden ja f 90.-

Gerelateerde Documenten 6