Getypte ambtelijke brief/nota.
Origineel
Getypte ambtelijke brief/nota. 22 Juni 1940. Onbekend (mogelijk een afdelingshoofd van de Centrale Markt of Markten). Rechtsboven staat met de hand de naam "W. Müller" geschreven. [Links boven:]
VP/DV.
37/89/2 M.
[Rechts boven, handgeschreven:]
W. Müller
[Midden boven, handgeschreven:]
Verzonden 25/6
[Rechts midden:]
22 Juni 1940.
[Onderwerp:]
Kwijtschelding marktgeld aan
gemobiliseerden.
[Adres:]
den Heer Wethouder voor de
levensmiddelen,
A l h i e r .
[Tekst:]
Krachtens Besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 12 October 1939 (no. 780 L.M. 1939) is aan S. Pront, Rijnstraat 62, kwijtschelding van op de Centrale Markt verschuldigd plaatsgeld verleend tot een bedrag van f 100,-, zulks overeenkomstig het voorstel vervat in mijn rapport d.d. 6 October 1939 (no. 66/29/1 M.). Bij dit voorstel ben ik van de gebruikelijke redeneering uitgegaan, dat Pront, die gemobiliseerd was en die een plaats in de hal op de Centrale Markt voor het kalenderjaar 1939 had bezet, van de verplichting tot betaling van het plaatsgeld over de maanden September tot en met December kon worden vrijgesteld, mits hij over de eerste acht maanden het tarief per kalendermaand (f 50,- per maand) betaalde. Terzake had hij voldaan acht maandlijksche termijnen van het totale verschuldigde bedrag van f 500,-, dat wil zeggen 8 x f 41,67 = f 333,36. Nu hem op het totale verschuldigde bedrag van f 500,- bij bovenaangehaald Besluit kwijtschelding tot een bedrag van f 100,- is verleend, is hij derhalve f 66,64 schuldig gebleven. Pront is thans gedemobiliseerd en hij verzoekt om hem ook het laatstgenoemde bedrag kwijt te schelden. Inwilliging van dit verzoek lijkt mij billijk, in verband met de zeer bijzondere omstandigheid, dat Pront het land in den oorlog heeft gediend, hetgeen mijns inziens aanleiding mag zijn om hem niet alsnog met een navordering te belasten. Wordt aan zijn verzoek voldaan, dan beteekent dit dus, dat geen omrekening van jaartarief naar maandtarief plaatsvindt, doch dat Pront over de eerste acht maanden van 1939 niet meer behoeft te betalen dan 8/12 van het jaartarief, waaraan hij heeft voldaan. Ik geef U beleefd in overweging wel te willen bevorderen, dat bij Besluit van Burgemeester en Wethouders ter aanvulling van hun bovenaangehaald Besluit d.d. 12 October jl., aan S. Pront voornoemd alsnog een bedrag van f 66,64 wegens voor het kalenderjaar 1939 op de Centrale Markt verschuldigd plaatsgeld wordt kwijtgescholden.
Ook de onderstaande drie tuinders zijn gemobiliseerd geweest. Zij hadden voor het kalenderjaar 1939 elk een tuinders-
--- * Kernboodschap: De brief is een pleidooi voor de volledige kwijtschelding van een resterende schuld van ƒ 66,64 aan marktgeld voor de heer S. Pront. Pront kon zijn plek op de Centrale Markt (Amsterdam) niet volledig benutten in 1939 vanwege zijn militaire mobilisatie.
* Administratieve frictie: Er is een verschil ontstaan tussen het maandtarief ( ƒ 50,-) en de pro rata berekening van het jaartarief (8/12 van ƒ 500,-). Hoewel Pront al ƒ 100,- kwijtschelding had gekregen, bleef er door deze rekenmethode een restschuld staan.
* Argumentatie: De ambtenaar hanteert een moreel argument: omdat de man "het land in den oorlog heeft gediend", is het onbillijk om hem nu met een administratieve navordering te belasten.
* Toon: Formeel-ambtelijk, maar welwillend tegenover de gedemobiliseerde burger.
--- * Tijdsgewricht: Het document is gedateerd op 22 juni 1940. Dit is slechts vijf weken na de Nederlandse capitulatie (14 mei 1940). De Nederlandse militairen werden op dat moment gedemobiliseerd door de Duitse bezetter.
* Mobilisatie 1939: Na de algemene mobilisatie in augustus 1939 moesten veel mannen hun burgerberoep (zoals marktkoopman of tuinder) neerleggen. Dit leidde tot acute inkomstenproblemen, waarvoor de gemeente Amsterdam schijnbaar regelingen trof.
* Locatie: De "Centrale Markt" verwijst naar de Centrale Markthallen in Amsterdam-West (tegenwoordig het Food Center Amsterdam), destijds het zenuwcentrum van de voedseldistributie in de stad.
* Bestuur: De brief is gericht aan de "Wethouder voor de Levensmiddelen". In 1940 was dit een cruciale post vanwege de beginnende schaarste en distributie onder de nieuwe Duitse bezetting. Het feit dat de brief nog op de oude voet is geschreven (verwijzend naar besluiten van vóór de invasie), toont de continuïteit van het gemeentebestuur in de eerste maanden van de bezetting.