Ambtelijke brief/nota (doorslag op grijs archiefpapier).
Origineel
Ambtelijke brief/nota (doorslag op grijs archiefpapier). 27 november 1941. Niet bij naam genoemd ("ondergeteekenden"), waarschijnlijk ambtenaren van de Dienst voor de Levensmiddelen te Amsterdam. Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam). VD/HG.
37/57/11 M.
27 November 1941.
Voorraadvorming van stapel-
en vatgroenten in den aan-
staanden winter.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Hiermede hebben de ondergeteekenden de eer U te berichten, dat zij – evenals het vorige jaar is geschied – met vertegenwoordigers van den groothandel in groenten overleg hebben gepleegd omtrent de vorming van een voorraad stapel- en vatgroenten op de Centrale Markt te Amsterdam, bestemd voor een eventueele vorstperiode in den aanstaanden winter. Omtrent de mogelijkheid tot uitvoering hebben de ondergeteekenden zich van tevoren in verbinding gesteld met den heer Valstar, Regeeringscommissaris voor den Tuinbouw, die ter zake zijn volle medewerking heeft toegezegd.
Van de met den groothandel gevoerde besprekingen, welke op 13, 18 en 19 November jl. hebben plaats gehad, zijn notities gemaakt, welke hierbij in afschrift worden overgelegd.
Met den handel is tenslotte overeenstemming bereikt omtrent de vorming van een voorraad stapel- en vatgroenten op de Centrale Markt, welke voorraad gerekend wordt te strekken voor een vorstperiode van twee à drie weken. In hoofdzaak hebben partijen zich daarbij gebaseerd op de voor den afgeloopen winter gesloten contracten (vide de bijlagen van het Besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 6 December 1940 No. 979 L.M. 1940). De noodig geoordeelde wijzigingen zullen ondergeteekenden hieronder artikelsgewijs behandelen.
Contract vatgroenten. (bijlage I van voornoemd Besluit d.d. 6/12 1940).
Partij ter andere zijde bestaat thans uit de grossiers: 1. G. Kramer, 2. P. van Es, 3. H. Kuperus en 4 H. van Bladeren.
Artikel I
blijft ongewijzigd. Het document betreft de logistieke planning voor de voedselvoorziening van Amsterdam tijdens de tweede oorlogs winter. De kern van het schrijven is het aanleggen van een noodvoorraad van houdbare groenten (stapelgroenten zoals aardappelen en uien, en vatgroenten zoals zuurkool) op de Centrale Markt.
Belangrijke punten:
* Doel: Het overbruggen van een eventuele vorstperiode van twee tot drie weken, waarin het transport van verse groenten naar de stad door bevriezing van waterwegen of wegen bemoeilijkt zou kunnen worden.
* Samenwerking: Er is sprake van een driehoeksoverleg tussen het gemeentebestuur (de Wethouder), de private sector (vertegenwoordigd door vier met name genoemde grossiers) en het nationale bezettingsbestuur (de Regeringscommissaris voor de Tuinbouw).
* Continuïteit: Men grijpt expliciet terug op de werkwijze en contracten van het voorgaande jaar (winter 1940-1941). Dit document is geschreven in november 1941, ruim anderhalf jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening werd in deze periode steeds nijpender door schaarste, rantsoenering en de opeising van goederen door de bezetter.
De genoemde "heer Valstar" is Simon Valstar, die als Regeringscommissaris een centrale rol speelde in de ordening van de Nederlandse tuinbouw onder Duits toezicht. De genoemde grossiers (Kramer, Van Es, Kuperus, Van Bladeren) waren gevestigd op de Centrale Markt in Amsterdam-West.
Het feit dat men een voorraad voor slechts 2 à 3 weken aanlegt, getuigt van de krappe marges waarbinnen de stedelijke voedselvoorziening destijds functioneerde. Vorst was een reële bedreiging voor de bevoorrading, omdat Nederland in die tijd voor bulktransport nog zeer sterk afhankelijk was van de binnenvaart.