Bijlage bij een officieel besluit van het college van Burgemeester en Wethouders (B&W).
Origineel
Bijlage bij een officieel besluit van het college van Burgemeester en Wethouders (B&W). 6 december 1940. [Handgeschreven rechtsboven:]
Centraal. Stapelgroenten
Bijlage II
Behoort bij besluit van Burgemeester en Wethouders van 6 December 1940, No. 979 L.M.1940 de Secretaris,
(get.) J. F. FRANKEN
1.s.
De ondergetekenden:
De Gemeente Amsterdam ten deze vertegenwoordigd door haar Burgemeester, hierna te noemen: Partij ter eene zijde
en
- W.F. Dijkstra,
- G. Kramer,
- F. Draaisma,
- P. Bood,
hierna te noemen partijen ter andere zijde,
in aanmerking nemende, dat het in het belang van de voedselvoorziening noodig is zorg te dragen, dat in het naderende winterseizoen een voorraad stapelgroenten op de Centrale Markt te Amsterdam aanwezig is en wordt bewaard,
zijn overeengekomen en komen hierbij overeen, als volgt.
Artikel I.
Partijen ter andere zijde zullen voor eigen rekening en risico op de Centrale Markt te Amsterdam opslaan en aldaar gedurende de in artikel II te noemen periode opgeslagen houden:
250.000 kg rapen,
100.000 kg uien,
150.000 kg wortelen.
De in het vorige lid genoemde soorten stapelgroenten moeten zijn van goede qualiteit; partijen ter andere zijde zijn verplicht - voor zoover dit voor het behoud van een voorraad groenten van goede qualiteit noodig is - door vervanging van opgeslagen groenten door eenzelfde hoeveelheid nieuw-aangevoerde groenten van dezelfde soort en qualiteit, alsmede door regelmatige verzorging der opgeslagen partijen, voor het houden van den voorraad in goeden staat zorg te dragen.
Artikel II.
De periode, gedurende welke de in artikel I omschreven voorraden op de Centrale Markt te Amsterdam aanwezig moeten zijn, loopt van 15 December 1940 tot en met 31 Januari 1941, met dien verstande, dat partij ter eene zijde bevoegd is, wanneer dit naar haar oordeel door weersomstandigheden wenschelijk wordt gemaakt, te bepalen, dat de bedoelde periode zal doorloopen tot uiterlijk 15 Februari 1941.
Indien ten gevolge van weers- of andere omstandigheden, de aanvoer naar Amsterdam van stapelgroenten tijdens de in het eerste lid genoemde periode stagnatie ondervindt, waardoor, naar het oordeel van partij ter eene zijde, gevaar voor gebrek aan deze groenten dreigt te ontstaan, kan zij aan partijen ter andere zijde opdragen door haar, partij ter eene zijde te bepalen hoeveelheden van den voorraad te verkoopen, opdat deze, zoodoende, ter beschikking komen van de bevolking van Amsterdam. Dit document betreft een privaatrechtelijke overeenkomst tussen de gemeente Amsterdam en vier handelaren (de "partijen ter andere zijde") voor het aanleggen van een strategische voedselreserve. In de context van de dreigende voedselschaarste tijdens de vroege bezettingsjaren, verplicht de gemeente deze handelaren om in totaal 500.000 kilo aan stapelgroenten (rapen, uien en wortelen) op de Centrale Markt op te slaan.
De constructie is opvallend: de handelaren dragen het financiële risico en de kosten van de opslag en moeten de kwaliteit bewaken door tijdig partijen te vervangen ("verversen"). De gemeente houdt echter de regie over de voorraad en kan bij stagnatie in de reguliere aanvoer of bij extreem winterweer de verkoop van deze reserve afdwingen om de voedselvoorziening van de bevolking te waarborgen. Het document dateert van december 1940, enkele maanden na de start van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode begon de voedselschaarste voelbaar te worden en werden distributiesystemen opgezet. De overheid trachtte door middel van dergelijke overeenkomsten met de private handel te voorkomen dat de stedelijke bevolking zonder essentiële basisvoedingsmiddelen (stapelgroenten) kwam te zitten tijdens de wintermaanden.
Het feit dat Burgemeester en Wethouders van Amsterdam dit besluit namen, toont aan hoe lokale overheden in die tijd een actieve rol moesten spelen in het marktbeheer en de voedselzekerheid, nog voordat de volledige centrale regie door de bezetter en de Rijksdienst voor de Voedselvoorziening in oorlogstijd de lokale autonomie verder inperkte. De ondertekenaar J.F. Franken was een bekende secretaris die gedurende de eerste bezettingsjaren een belangrijke rol speelde in het gemeentelijk apparaat van Amsterdam.