Juridische overeenkomst / Contract.
Origineel
Juridische overeenkomst / Contract. December 1940. [Pagina --2--]
Artikel III.
De in artikel I omschreven voorraden, welke op de Centrale Markt te Amsterdam voor rekening en risico van partijen ter andere zijde zullen worden opgeslagen, worden door dezen gedurende de in artikel II genoemde periode, in bewaring gegeven aan partij ter eene zijde, onverminderd de verplichting van partijen ter andere zijde, om voor een goede verzorging van de voorraden zorg te dragen, ter zake waarvan partij ter eene zijde geenerlei aansprakelijkheid aanvaardt.
Partij ter eene zijde is bevoegd van de in bewaring gegeven voorraden aan partijen ter andere zijde alleen die hoeveelheden terug te geven, welke op grond van bepalingen van deze overeenkomst voor aflevering of vervanging in aanmerking komen.
Bij vervanging geschiedt de teruggave door partij ter eene zijde zooveel mogelijk alleen tegen afgifte door partijen ter andere zijde van eenzelfde hoeveelheid van dezelfde soort groenten, die alsdan door partij ter eene zijde, overeenkomstig dit artikel, verder zullen worden bewaard.
Artikel IV.
Indien, naar het oordeel van partij ter eene zijde, de prijzen, waarvoor goederen van de in artikel I omschreven voorraden worden verkocht, te hoog zijn, is zij bevoegd te bepalen, tegen welke prijzen deze goederen moeten worden verkocht.
Partij ter eene zijde zal van de in het vorige lid gegeven bevoegdheid alleen gebruik maken, gehoord het advies van een commissie bestaande uit de directeuren van den Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening en van het Marktwezen der Gemeente Amsterdam, alsmede uit de heeren W.F. Dijkstra (partij ter andere zijde no. 1) en G. Kramer (partij ter andere zijde no. 2), of, bij ontstentenis van een dezer of van beiden, in de eerste plaats den heer F. Draaisma (partij ter andere zijde no. 3); in de tweede plaats den heer P. Bood (partij ter andere zijde no. 4); in de derde plaats een of twee der overige partijen ter andere zijde, die daartoe in dat geval door partij ter eene zijde zullen worden uitgenodigd en verplicht zijn die uitnodiging te aanvaarden.
Artikel V.
Partijen ter andere zijde zijn, tegenover partij ter eene zijde, hoofdelijk voor de juiste naleving dezer overeenkomst aansprakelijk.
Artikel VI.
Bij het einde van de in artikel II lid 1 genoemde periode zal partij ter eene zijde aan de gezamenlijke partijen ter andere zijde – indien dezen de onderhavige overeenkomst op juiste wijze zijn nagekomen – betalen een bedrag van vijf duizend vierhonderd zestig gulden (f. 5460.-), ter vergoeding van alle door partijen
[Pagina --3--]
ter andere zijde ter nakoming van deze overeenkomst gemaakte kosten en eventueel geleden verliezen.
Aldus opgemaakt in duplo te Amsterdam, den [blanko] December 1940.
M.
/
Partij ter eene zijde:
De Gemeente Amsterdam,
voor haar: De Burgemeester,
Partij ter andere zijde:
1.
2.
3.
4. Dit document betreft een gedetailleerde overeenkomst tussen de Gemeente Amsterdam en een groep handelaren over de logistiek en prijsbeheersing van voedselvoorraden aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. Enkele kernpunten uit deze pagina's:
- Risico en Bewaring (Art. III): De voorraden blijven voor risico van de handelaren, hoewel de gemeente ze in bewaring neemt. De handelaren blijven verantwoordelijk voor de kwaliteit ("goede verzorging").
- Regulering en Prijscontrole (Art. IV): De gemeente eigent zich het recht toe om maximumprijzen vast te stellen als de marktprijzen naar haar oordeel te hoog worden. Dit wijst op een vroege vorm van distributie- en prijsbeleid om woekerprijzen en schaarste te beheersen.
- Adviescommissie: Er wordt een formele structuur opgezet voor overleg, waarbij zowel ambtenaren (Levensmiddelenvoorziening en Marktwezen) als specifieke vertegenwoordigers uit de handel (zoals Dijkstra en Kramer) betrokken zijn.
- Financiële compensatie (Art. VI): De handelaren ontvangen een vast bedrag van 5460 gulden als tegemoetkoming voor hun kosten en mogelijke verliezen door deze regeling, mits zij zich aan alle regels houden. Het document is gedateerd december 1940, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode begon de schaarste aan levensmiddelen nijpend te worden en grepen zowel de bezetter als het lokale bestuur (de gemeente) steeds harder in om de voedselvoorziening te stabiliseren.
De "Centrale Markt" aan de Jan van Galenstraat was het kloppend hart van de Amsterdamse voedselhandel. De genoemde "Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening" was een cruciaal overheidsorgaan dat toezag op de eerlijke verdeling van schaarse goederen.
Opmerkelijk is dat het document spreekt over de Burgemeester van Amsterdam. In december 1940 was dit nog Willem de Vlugt. Hij werd in februari 1941 door de bezetter ontslagen na de Februaristaking, waarna een NSB-burgemeester (E.J. Voûte) werd aangesteld. Dit document toont dus de ambtelijke continuïteit en de pogingen van het stadsbestuur om de voedselmarkt te ordenen in de eerste chaotische oorlogsmaanden.