Archief 745
Inventaris 745-356
Pagina 27
Dossier 92
Jaar 1941
Stadsarchief

Juridische overeenkomst / Contract (Pagina 2 en 3 van een groter geheel).

December 1940.

Origineel

Juridische overeenkomst / Contract (Pagina 2 en 3 van een groter geheel). December 1940. [Linker pagina]

Artikel III.

De in artikel I omschreven voorraden, welke op de Centrale Markt te Amsterdam voor rekening en risico van partijen ter andere zijde zullen worden opgeslagen, worden door dezen gedurende de in artikel II genoemde periode, in bewaring gegeven aan partij ter eene zijde, onverminderd de verplichting van partijen ter andere zijde, om voor een goede verzorging van de voorraden zorg te dragen, ter zake waarvan partij ter eene zijde geenerlei aansprakelijkheid aanvaardt.

Partij ter eene zijde is bevoegd van de in bewaring gegeven voorraden aan partijen ter andere zijde alleen die hoeveelheden terug te geven, welke op grond van bepalingen van deze overeenkomst voor aflevering of vervanging in aanmerking komen.

Bij vervanging geschiedt de teruggave door partij ter eene zijde zooveel mogelijk alleen tegen afgifte door partijen ter andere zijde van eenzelfde hoeveelheid van dezelfde soort groenten, die alsdan door partij ter eene zijde, overeenkomstig dit artikel, verder zullen worden bewaard.

Artikel IV.

Indien, naar het oordeel van partij ter eene zijde, de prijzen, waarvoor goederen van de in artikel I omschreven voorraden worden verkocht, te hoog zijn, is zij bevoegd te bepalen, tegen welke prijzen deze goederen moeten worden verkocht.

Partij ter eene zijde zal van de in het vorige lid gegeven bevoegdheid alleen gebruik maken, gehoord het advies van een commissie bestaande uit de directeuren van den Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening en van het Marktwezen der Gemeente Amsterdam, alsmede uit de heeren W.F. Dijkstra (partij ter andere zijde no. 1) en G. Kramer (partij ter andere zijde no. 2), of, bij ontstentenis van een dezer of van beiden, in de eerste plaats den heer J. Wijnschenk (partij ter andere zijde no. 3); in de tweede plaats den heer H.v. Bladeren (partij ter andere zijde no. 4); in de derde plaats een of twee der overige partijen ter andere zijde, die daartoe in dat geval door partij ter eene zijde zullen worden uitgenodigd en verplicht zijn die uitnoodiging te aanvaarden.

Artikel V.

Partijen ter andere zijde zijn, tegenover partij ter eene zijde, hoofdelijk voor de juiste naleving dezer overeenkomst aansprakelijk.

Artikel VI.

Bij het einde van de in artikel II lid 1 genoemde periode zal partij ter eene zijde aan de gezamenlijke partijen ter andere zijde, - indien dezen de onderhavige overeenkomst op juiste wijze zijn nagekomen - betalen een bedrag van elf honderd gulden (f. 1100.-), ter vergoeding van alle door partijen ter andere zijde ter nakoming van deze overeenkomst gemaakte kosten en eventueel

[Rechter pagina]

geleden verliezen.

Aldus opgemaakt in duplo te Amsterdam, den [blanko] December 1940.
M.
u.

Partij ter eene zijde: Partij ter andere zijde:
de Gemeente Amsterdam, 1.
voor haar: De Burgemeester 2.
3.
4. Dit document vormt het sluitstuk van een overeenkomst tussen de Gemeente Amsterdam en vier private partijen (waarschijnlijk groothandelaren of marktmeesters) over het beheer van levensmiddelenvoorraden.

De kernpunten uit deze artikelen zijn:
1. Risico en Bewaring (Art. III): De voorraden liggen op de Centrale Markt voor risico van de private partijen, maar de Gemeente voert de regie over de feitelijke bewaring en uitgifte.
2. Prijsbeheersing (Art. IV): De Gemeente behoudt zich het recht voor om maximumverkoopprijzen vast te stellen als zij de prijzen te hoog acht. Dit gebeurt na advies van een gemengde commissie van ambtenaren en vertegenwoordigers van de private partijen (Dijkstra, Kramer, Wijnschenk en Van Bladeren).
3. Aansprakelijkheid (Art. V): De private partijen zijn hoofdelijk aansprakelijk.
4. Vergoeding (Art. VI): Bij correcte uitvoering ontvangt de "partij ter andere zijde" een vast bedrag van 1100 gulden voor kosten en verliezen.

Het document is getypt, maar op dit exemplaar ontbreken de specifieke dagtekening en de handtekeningen, wat erop wijst dat dit een kopie of een nog te ondertekenen minuut is. De datum van het document — december 1940 — is cruciaal. Nederland was op dat moment ruim een half jaar bezet door nazi-Duitsland. De voedselvoorziening en distributie waren door de oorlogsomstandigheden en de Britse blokkade kritiek geworden.

De overheid (in dit geval het gemeentebestuur van Amsterdam onder toezicht van de bezetter) greep hard in op de vrije markt om prijsopdrijving en schaarste te beheersen. De Centrale Markthallen in Amsterdam speelden hierin een spilfunctie. De genoemde directeuren van de "Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening" en het "Marktwezen" waren de verantwoordelijke functionarissen voor het stabiel houden van de voedselketen in de stad. De genoemde personen (Dijkstra, Kramer, etc.) waren waarschijnlijk prominente figuren binnen de groenten- en fruithandel die door de gemeente werden ingeschakeld om de aanvoer en opslag te garanderen in ruil voor een vaste vergoeding en onder strikte gemeentelijke controle.

Samenvatting

Dit document vormt het sluitstuk van een overeenkomst tussen de Gemeente Amsterdam en vier private partijen (waarschijnlijk groothandelaren of marktmeesters) over het beheer van levensmiddelenvoorraden.

De kernpunten uit deze artikelen zijn:
1. Risico en Bewaring (Art. III): De voorraden liggen op de Centrale Markt voor risico van de private partijen, maar de Gemeente voert de regie over de feitelijke bewaring en uitgifte.
2. Prijsbeheersing (Art. IV): De Gemeente behoudt zich het recht voor om maximumverkoopprijzen vast te stellen als zij de prijzen te hoog acht. Dit gebeurt na advies van een gemengde commissie van ambtenaren en vertegenwoordigers van de private partijen (Dijkstra, Kramer, Wijnschenk en Van Bladeren).
3. Aansprakelijkheid (Art. V): De private partijen zijn hoofdelijk aansprakelijk.
4. Vergoeding (Art. VI): Bij correcte uitvoering ontvangt de "partij ter andere zijde" een vast bedrag van 1100 gulden voor kosten en verliezen.

Het document is getypt, maar op dit exemplaar ontbreken de specifieke dagtekening en de handtekeningen, wat erop wijst dat dit een kopie of een nog te ondertekenen minuut is.

Historische Context

De datum van het document — december 1940 — is cruciaal. Nederland was op dat moment ruim een half jaar bezet door nazi-Duitsland. De voedselvoorziening en distributie waren door de oorlogsomstandigheden en de Britse blokkade kritiek geworden.

De overheid (in dit geval het gemeentebestuur van Amsterdam onder toezicht van de bezetter) greep hard in op de vrije markt om prijsopdrijving en schaarste te beheersen. De Centrale Markthallen in Amsterdam speelden hierin een spilfunctie. De genoemde directeuren van de "Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening" en het "Marktwezen" waren de verantwoordelijke functionarissen voor het stabiel houden van de voedselketen in de stad. De genoemde personen (Dijkstra, Kramer, etc.) waren waarschijnlijk prominente figuren binnen de groenten- en fruithandel die door de gemeente werden ingeschakeld om de aanvoer en opslag te garanderen in ruil voor een vaste vergoeding en onder strikte gemeentelijke controle.

Locaties

Amsterdam.

Kooplieden in dit dossier 3

Kistenhuur is 20.000 kisten à 20 cent per kist = Uilenburg
Pand Medan

Gerelateerde Documenten 6