Getypt afschrift van een brief.
Origineel
Getypt afschrift van een brief. 26 december 1941. J.J. Griffioen, Bilderdijkkade 31, Amsterdam-W. No.37/57/20 M.1941 31/12 AFSCHRIFT.
No.1189 L.M.1941 29/12
J.J.Griffioen. Amsterdam-W, 26 December 1941.
Bilderdijkkade 31.
Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen,
wasch- en schoonmaak- bad- en
zweminrichtingen.
Weledele Heer,
In mijn schrijven van 16 December 1941 heb ik reeds medegedeeld,
dat ik en met mij verschillende andere collega's uitgesloten zijn van de ver-
koop in uien, wortelen en rapen.
Aan Uw verzoek om mijn bezwaren schriftelijk uiteen te zetten wil
ik hiermede graag voldoen.
Mijn hoofdbezwaar tegen de regeling van de handel in bovengenoemde
artikelen is, dat deze willekeurig is daar ze uitgevoerd is door collega's
grossiers voor wien het van belang is, dat er zoo weinig mogelijk grossiers
aan deze handel mededoen, daar anders hun eigen toewijzingskwantum zou vermin-
deren.
Verschillende grossiers hebben een combinatie gevormd, die een
monopolistisch beslag hebben gelegd op de handel in uien, wortelen en rapen.
Deze artikelen zijn op het oogenblik de hoofdzaak van de groentenhandel en
hebben het voordeel, dat ze stapelartikelen, dat wil zeggen, bewaarbare arti-
kelen zijn.
Bij informatie is mij gebleken, dat deze regeling geheel plaatse-
lijk is en dat genoemde combinatie een officieele goedkeuring van deze gang
van zaken van het gemeentebestuur verkregen heeft.
Dit kan heel goed daar het gemeentebestuur er natuurlijk volkomen
van overtuigd is op de juiste wijze te zijn voorgelicht en niet heeft kunnen
ontdekken, dat hier het persoonlijk belang van de leden der combinatie de hoofd-
drijfveer was.
Toch is dit het geval, want anders had men onmogelijk achter de
ruggen van andere groentengrossiers om een dergelijke combinatie kunnen stich-
ten, waarbij deze andere grossiers het belangrijkste gedeelte van hun groenten-
handel ontnomen wordt.
Uien, wortelen en rapen zijn ongetwijfeld groenten.
Nu is het toch abnormaal, dat grossiers in groenten, door toedoen
van hun collega's in deze groenten niet zouden mogen handelen en in andere
groenten, die er op het oogenblik bijna niet zijn, wel.
Ik kan deze heele z.g.n. "ordening" niet anders zien, dan een sluwe
achterhandsche concurrentietruck van enkele collega's met hun vrienden, die
zoodoende op een handige wijze en door aan de bevoegde instanties een verkeerde
voorstelling van zaken te geven de handel in groenten, gedurende de moeilijkste
perioden tot een monopolie voor zichzelf hebben weten te maken. Ik acht dit
onjuist en ook niet rechtvaardig.
Nu U de bezwaren van mij en vele andere collega's kent ben ik ervan
overtuigd, dat U ~~ons~~ een mondeling onderhoud ter nadere bespreking zult willen
toestaan en zeg U bij voorbaat dank.
Hoogachtend,
w.g.J.J.Griffioen. De brief schetst een conflict binnen de Amsterdamse groothandel in groenten tijdens de Tweede Wereldoorlog. De schrijver, J.J. Griffioen, beklaagt zich bij de wethouder over een "combinatie" van concurrenten die een monopolie hebben verworven op de verkoop van houdbare groenten (uien, wortelen, rapen). Griffioen stelt dat deze groep collega's het gemeentebestuur op slinkse wijze heeft misleid om officiële goedkeuring te krijgen voor deze uitsluiting, puur om hun eigen toewijzingsquota ("kwantum") te beschermen. Hij typeert deze "ordening" als een "sluwe achterhandsche concurrentietruck". De toon is formeel-zakelijk, maar de verontwaardiging over de onrechtvaardigheid en de economische uitsluiting is duidelijk merkbaar. Het document dateert van december 1941, een periode waarin de Duitse bezetting van Nederland gepaard ging met toenemende schaarste, distributiebonnen en strikte regulering van de voedselvoorziening. "Stapelartikelen" (houdbare producten) waren cruciaal voor de overleving van zowel de handel als de bevolking. De wethouder voor Levensmiddelen in Amsterdam had in deze periode een sleutelrol in de lokale distributie. Het gebruik van de term "ordening" verwijst naar de pogingen van de bezetter en lokale overheden om de economie te centraliseren en te controleren, wat vaak leidde tot belangenverstrengeling en corruptie binnen de verschillende beroepsgroepen. Dit document is een direct bewijs van de interne spanningen en de overlevingsstrijd binnen de Amsterdamse middenstand onder de druk van de oorlogseconomie.