Archiefdocument
Origineel
Niet gespecificeerd op dit blad (vermoedelijk ca. 1944-1945). -2-
Bloem: 280 gr in 4 weken werkelijk gebruik p.6 weken
800.000 x 0.28 x 6/4 kg = 336.000 kg 296.605 kg gebak
46.099 " tarwebloem
-------
342.704 "
Pakhuizen.
Suiker: 1 kg in 4 weken
800.000 x 1 x 6/4 kg = 1.200.000 kg
Pakhuizen
Melk 1½ liter per week
800.000 x 1½ x 6.liter = 8.400.000 liter
100 liter geeft 8½ kg poeder. Rekenen op de helft aan poeders en de helft aan melk.
84000/2 x 8½ kg = 357.000 kg
melkpoeder (Oplosbare magere melkpoeder)
Koelhuizen (bij voorkeur)
Meel voor brood: 2 kg in 7 dagen (brood)
800 gr brood - 565 gram meel
800.000 x 6 x 2000/800 x 565 gram = 6.780.000 kg meel.
Pakhuizen
Groenten - p.m. Dit document bevat gedetailleerde logistieke berekeningen voor de voedselvoorziening van een grote bevolkingsgroep.
* Doelgroep: Er wordt gerekend met een constante factor van 800.000 personen. Dit komt exact overeen met het inwoneraantal van Amsterdam rond 1944-1945.
* Methodiek: De opsteller berekent de benodigde voorraden voor een periode van 6 weken op basis van vastgestelde rantsoenen per 4 weken of per week.
* Logistiek: Er wordt expliciet aangegeven waar de goederen moeten worden opgeslagen: "Pakhuizen" voor droge waren zoals bloem en suiker, en "Koelhuizen" voor melkproducten.
* Melkconversie: Er is een interessante berekening voor de conversie van vloeibare melk naar melkpoeder, waarbij rekening wordt gehouden met een mix van verse melk en poedermelk (50/50 verdeling).
* Brood: Voor de berekening van het meel wordt de omrekeningsfactor van brood naar meel gebruikt (800 gram brood komt voort uit 565 gram meel). Het document is zeer waarschijnlijk afkomstig uit de kringen van de voedselcommissariaten of de Amsterdamse Distributiedienst tijdens de laatste fase van de Tweede Wereldoorlog of direct daarna. De berekeningen voor 800.000 mensen wijzen sterk op de planning voor de stad Amsterdam.
De "p.6 weken" (per 6 weken) planning duidt op het aanleggen van noodvoorraden. De vermelding van "magere melkpoeder" is kenmerkend voor de voedselhulp (zoals via het Zweedse Rode Kruis of de Geallieerde operaties 'Manna' en 'Chowhound') die essentieel was om de bevolking in het westen van Nederland na de Hongerwinter te redden. De term "p.m." (pro memorie) bij groenten betekent dat de hoeveelheid nog nader bepaald moet worden, wat vaak gebeurde bij producten met een sterk wisselende aanvoer.