Verslag/Resumé van een bespreking.
Origineel
Verslag/Resumé van een bespreking. 21 januari 1942. Resumé van een bespreking op 21 Januari 1942 ten kantore van den Dienst van het Marktwezen van de heeren Sieburgh en Van Duinhoven met de Rechercheurs van Politie de heeren Makkinga en Berghuis en later met de grossiers der Centrale Markt, Dijkstra, Draaisma en D. Lindeman.
O n d e r w e r p : Klacht grossier Lindeman over het feit, dat hij als grossier der Centrale Markt niet wordt toegelaten tot de Combinatie van grossiers in grove groenten, waardoor de winkels van zijn broers niet over voldoende stapelproducten (uien, wortelen en peen) kunnen beschikken. Uiteindelijk is het publiek hiervan de dupe, omdat de Lindemans hun klanten niet kunnen bedienen.
De rechercheurs deelen bovenomschreven klacht van D. Lindeman mede en vragen hieromtrent te worden ingelicht.
De heer Sieburgh geeft een overzicht van den gang van zaken. Een aantal grossiers der Centrale Markt hebben met de Gemeente Amsterdam, in overleg met de betreffende Regeeringsinstanties, een overeenkomst gesloten inzake den opslag van uien, wortelen, rapen en vatgroenten, welke opslag is bestemd om bij eventueele vorst, wanneer stagnatie in het vervoer optreedt, te worden gebruikt voor de voedselvoorziening der stad. De grossiers, die in deze producten in vorige jaren hebben gehandeld, hebben zich voor den gecentraliseerden verkoop van deze producten in een verband vereenigd en wel in een Vennootschap onder firma.
Waar voor den winteropslag (zoomede voor de verversching daarvan) groote partijen goederen tegelijk moesten worden aangevoerd, waarvan aankoop langs den gebruikelijken weg, dat wil zeggen via de veilingen, bezwaren zou opleveren, is van Rijkswege het Bureau voor Groenten- en Fruitvoorziening (Bureau Velders) aangewezen voor aankoop en levering der producten, welke vanwege de gemeenten al of niet door bemiddeling van grossiers of grossierscombinaties worden opgeslagen. Daarnaast is echter de normale handel via de veilingen blijven bestaan, zoodat iedere grossier de bedoelde producten, wanneer deze op de veilingen worden aangevoerd, kan koopen, wanneer hij op deze veilingen tenminste over een "verleden" beschikt.
Op de Centrale Markt zijn ± 200 grossiers in aardappelen, groenten en fruit gevestigd. Het bestuur van de grossiersvereeniging "Onderling Belang" heeft bij het vormen van de Handelsvennootschap, eenige normen gesteld, waaraan men bij toelating moest voldoen, bijvoorbeeld of de betreffende grossier ook vroeger reeds in stapelproducten heeft gehandeld (in analogie met de regeling, welke reeds sedert geruimen tijd voor de veilingen in het land geldt), terwijl bovendien, voor het vaststellen van het aandeel, dat elk der toetredende grossiers in den omzet moest hebben, nog in aanmerking werd genomen, welke omzet iedere toetredende grossier in de betreffende producten in de basisjaren 1937, 1938 en 1939 heeft gehad.
Alle grossiers zijn destijds door het Bestuur der grossiersvereeniging aangeschreven zich voor de te vormen Vennootschap op te geven, ook grossier Lindeman. Waar Lindeman zich echter eerst in December 1940 als groothandelaar op de Centrale Markt heeft gevestigd, kon hij niet voor deelname in aanmerking komen. Ten slotte hebben zich 39 grossiers, die regelmatig jaarlijks in stapelproducten handel hebben gedreven, zich bij de Vennootschap aangesloten. Verdeeling der producten aan den kleinhandel vindt plaats op basis van de aardappeltoewijzing van elken kleinhandelaar.
Heeren Dijkstra en Draaisma komen ter vergadering en zetten regeling uiteen (zie boven). Lindeman had geen "verleden" als grossier. Hij wordt door de grossiersvereeniging niet als grossier erkend, daar hij, door een vernuftige combinatie, zoowel grossier is, als kleinhandelaar. De winkels van de Gebr. Lindeman worden echter op dezelfde wijze van stapelproducten voorzien als de overige winkels in de stad. Wanneer Gebr. Lindeman meenen, dat zij in verband met den omvang hunner zaken, voor een grootere toewijzing in aanmerking moeten komen, kunnen zij zich vervoegen op het spreekuur van het Bestuur der Combinatie. Dit hebben zij echter nog niet gedaan.
D. Lindeman trad voor December 1940, het tijdstip, dat hij als grossier tot de Centrale Markt werd toegelaten, op als inkooper voor de zaken van zijn broers. Hij had zeker geen zelfstandigen grossierszaak. Na Dec. 1940... [tekst breekt af] * Kernconflict: De handelaar D. Lindeman klaagt dat hij wordt buitengesloten van een exclusief samenwerkingsverband (de "Combinatie" of V.O.F.) van 39 gevestigde grossiers. Deze combinatie heeft het monopolie op de distributie van centrale wintervoorraden (stapelproducten) in Amsterdam.
* Argumentatie van de autoriteiten/combinatie: Men hanteert een "historisch verleden" als criterium. Omdat Lindeman pas in december 1940 als zelfstandig grossier begon, voldoet hij niet aan de eis om in de "basisjaren" (1937-1939) reeds actief te zijn geweest. De gevestigde orde ziet hem bovendien niet als een 'echte' grossier, maar als een verkapte inkoper voor de detailhandelzaken van zijn broers (een "vernuftige combinatie").
* Bureaucratische toon: Het document is zakelijk en procedureel. Het weerspiegelt de toenemende regulering van de markt tijdens de bezettingsjaren, waarbij overheidsinstanties (zoals Bureau Velders) en gesloten kartels de distributie van schaarse goederen controleerden.
* Sociale implicaties: De klager voert aan dat de consument ("het publiek") de dupe is, een veelgebruikt argument om individuele handelsbelangen te verdedigen in tijden van schaarste. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). De voedselvoorziening was in deze periode strikt gereguleerd via een systeem van distributie en rijksbureaus (zoals het genoemde Bureau Velders, onderdeel van het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd).
De "Centrale Markt" aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam was het zenuwcentrum voor de voedselstroom naar de stad. Om tekorten en prijsopdrijving te voorkomen, maar ook om controle uit te oefenen, dwong de overheid (vaak in samenwerking met brancheorganisaties) handelaren tot collectieven. Toegang tot deze collectieven was essentieel voor het voortbestaan van een onderneming.
De "basisjaren" 1937-1939 werden als ijkpunt gebruikt om de markt te bevriezen zoals die voor de oorlog was; dit was een methode om 'nieuwkomers' of gelukzoekers op de zwarte markt te weren, maar werd hier dus ook gebruikt om legitieme nieuwe ondernemers zoals Lindeman buiten te sluiten. De aanwezigheid van de rechercheurs van politie bij een zakelijke bespreking over groenten onderstreept hoe hoog de spanningen rondom voedseldistributie in 1942 reeds waren opgelopen.