Getypte bladzijde uit een officieel rapport of proces-verbaal (pagina -2-).
Origineel
Getypte bladzijde uit een officieel rapport of proces-verbaal (pagina -2-). Vermoedelijk 1941 (er wordt gerefereerd aan het jaar 1940 als het voorgaande jaar van samenwerking). -2-
Markt echter in hoofdzaak voor genoemde zaken. Door de bijzondere omstandigheden der laatste maanden heeft hij er thans ook wel wat andere klanten bijgekregen.
De heeren Dijkstra en Draaisma verklaren met nadruk, dat, zelfs wanneer D.Lindeman in de gevormde Combinatie zou zijn opgenomen, de winkels van zijn broers hierdoor geen colli stapel-productenmeer zouden hebben gekregen. De verdeeling dezer producten onder den kleinhandel is, onafhankelijk der grossiers-combinatie op basis van de aardappeldistributie, door "Centraal Belang", de organisatie van den kleinhandel, welke voor dit doel van Regeeringswege is ingesteld, opgemaakt.
Slechts de grossier Lindeman kan dus beweren, dat hij door de bestaande regeling schade lijdt, omdat hij geen aandeel heeft in de winstmarge der grossierscombinatie.
Het is onjuist, dat de zaken van Lindeman, door de getroffen regeling, minder klanten zouden krijgen en de andere winkelzaken meer. Het gevolgde stelsel van toewijzing van stapelproducten maakt dit onmogelijk.
Desgevraagd deelt Dijkstra met nadruk mede, dat geen politieke overwegingen hebben geleid tot het ingenomen standpunt en dat in de gevormde combinatie ook eenige nationaal-socialisten zijn opgenomen.
D.Lindeman komt ter vergadering en deelt mede, dat de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale hem persoonlijk heeft meegedeeld, dat de grossierscombinatie, alle grossiers, die als zoodanig door de centrale zijn erkend, tot de Combinatie moeten toelaten.
Hiervan is echter te Amsterdam niets bekend.
De heer Sieburgh stelt Lindeman de vraag: "Zouden Uw broers (winkeliers) meer stapelproducten verkrijgen, wanneer U als grossier in de Combinatie zou worden opgenomen?"
Lindeman beantwoordt dit ontkennend, maar zegt, dat hij als grossier door de gevolgde gedragslijn financieel wordt benadeeld.
Dijkstra geeft vervolgens een overzicht van het ontstaan der grossierscombinatie. Voor het eerst in het jaar 1940 heeft de grossiersvereeniging voor de Gemeente den opslag van winterproducten verzorgd. Er waren toen 21 deelnemers en het kostte veel moeite om de grossiers tot deelname te verplichten. Men wilde eerst de kat eens uit den boom kijken. Dit jaar wilden echter wel alle grossiers deelnemen, omdat het den vorigen keer voor alle partijen een groot succes is geworden. De combinatie voelde zich echter toen volkomen gerechtigd om bepaalde eischen te stellen. Thans zijn 39 deelnemende grossiers ingeschakeld.
De heeren rechercheurs verklaren thans een volkomen duidelijk inzicht in de zaak te hebben.
[Handgeschreven:]
Gezien
D.M.
[Onleesbare handtekening/paraf] Dit document verslaat een zakelijk geschil binnen de Amsterdamse groenten- en fruitsector tijdens de vroege oorlogsjaren. Centraal staat de uitsluiting van grossier D. Lindeman van een 'Combinatie' (samenwerkingsverband) van groothandelaren.
De kernpunten van het geschil zijn:
1. Economisch belang: Lindeman stelt dat hij financieel benadeeld wordt omdat hij geen deel uitmaakt van de winstdeling van de combinatie.
2. Distributieregels: De tegenpartij (Dijkstra en Draaisma) voert aan dat de uitsluiting geen invloed heeft op de bevoorrading van de winkels van Lindemans broers, aangezien de toewijzing van 'stapelproducten' (zoals aardappelen) centraal geregeld wordt door "Centraal Belang".
3. Politieke neutraliteit: Er wordt expliciet vermeld dat de uitsluiting niet politiek gemotiveerd is, aangezien er ook nationaal-socialisten (NSB'ers) tot de combinatie behoren. Dit duidt op een poging om de besluitvorming als puur zakelijk en 'objectief' te presenteren aan de controlerende instanties.
4. Autoriteitsconflict: Er is sprake van een tegenstelling tussen de landelijke richtlijn (Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale), die stelt dat alle erkende grossiers moeten worden toegelaten, en de lokale praktijk in Amsterdam.
Het rapport eindigt met de conclusie van de 'rechercheurs' (waarschijnlijk van de Prijsbeheersing of de Economische controledienst), die aangeven de zaak nu helder te hebben. De tekst moet geplaatst worden in de context van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Tijdens deze periode werd de Nederlandse economie verregaand gereguleerd en gecentraliseerd via het distributiestelsel.
- Voedselvoorziening: Instanties zoals de "Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale" en "Centraal Belang" werden opgericht of geherstructureerd om de schaarse goederen te beheersen.
- Grossierscombinaties: Om de distributie efficiënter te maken (en onder controle te houden), werden handelaren gedwongen of gestimuleerd zich te verenigen. Zoals de tekst aangeeft, was er in 1940 nog koudwatervrees, maar werd deelname in 1941 (toen de schaarste nijpender werd) essentieel voor het voortbestaan van een bedrijf.
- Politiek klimaat: De vermelding van nationaal-socialisten illustreert hoe de 'nieuwe orde' doorsijpelde in het bedrijfsleven. Tegelijkertijd probeerden veel beroepsorganisaties hun autonomie te behouden door te benadrukken dat hun beslissingen op economische en niet op politieke gronden gebaseerd waren. D. Lindeman Sieburgh stelt (De heer) NSB