Archief 745
Inventaris 745-356
Pagina 128
Dossier 2A
Jaar 1941
Stadsarchief

Resumé/Verslag van een bespreking.

Origineel

Resumé/Verslag van een bespreking. (Handgeschreven in de linkermarge:)
Jan Brands
aanbevolen
Maandag 26/1/1942

(Handgeschreven bovenaan midden:)
bergen in dossier winteropslag

(Rechtsboven omcirkeld:)
8

Resumé van een bespreking op 21 Januari 1942 ten kantore van den Dienst van het Marktwezen van de heeren Sieburgh en Van Duinhoven met de Rechercheurs van Politie de heeren Makkinge en Berghuis en later met de grossiers der Centrale Markt, Dijkstra, Draaisma en D. Lindeman.

Onderwerp: Klacht grossier Lindeman over het feit, dat hij als grossier der Centrale Markt niet wordt toegelaten tot de Combinatie van grossiers in grove groenten, waardoor de winkels van zijn broers niet over voldoende stapelproducten (uien, wortelen en peen) kunnen beschikken. Uiteindelijk is het publiek hiervan de dupe, omdat de Lindemans hun klanten niet kunnen bedienen.

De rechercheurs deelen bovenomschreven klacht van D. Lindeman de man mede en vragen hieromtrent te worden ingelicht.

De heer Sieburgh geeft een overzicht van den gang van zaken. Een aantal grossiers der Centrale Markt hebben met de Gemeente Amsterdam, in overleg met de betreffende Regeeringsinstanties, een overeenkomst gesloten inzake den opslag van uien, wortelen, rapen en vatgroenten, welke opslag is bestemd om bij eventueele vorst, wanneer stagnatie in het vervoer optreedt, te worden gebruikt voor de voedselvoorziening der stad. De grossiers, die in deze producten in vorige jaren hebben gehandeld, hebben zich voor den gecentraliseerden verkoop van deze producten in een verband vereenigd en wel in een Vennootschap onder firma.

Waar voor den winteropslag (zoomede voor de verversching daarvan) groote partijen goederen tegelijk moesten worden aangevoerd, waarvan aankoop, langs den gebruikelijken weg, dat wil zeggen via de veilingen, bezwaren zou opleveren, is van Rijkswege het Bureau voor Groenten- en Fruitvoorziening (Bureau Velders) aangewezen voor aankoop en levering der producten, welke vanwege de gemeenten al of niet door bemiddeling van grossiers of grossierscombinaties worden opgeslagen. Daarnaast is echter de normale handel via de veilingen blijven bestaan, zoodat iedere grossier de bedoelde producten, wanneer deze op de veilingen worden aangevoerd, kan koopen, wanneer hij op deze veilingen tenminste over een "verleden" beschikt.

Op de Centrale Markt zijn ± 200 grossiers in aardappelen, groenten en fruit gevestigd. Het bestuur van de grossiersvereeniging "Onderling Belang" heeft bij het vormen van de Handelsvennootschap, eenige vormen gesteld, waaraan men bij toelating moest voldoen, bijvoorbeeld of de betreffende grossier ook vroeger reeds in stapelproducten heeft gehandeld (in analogie met de regeling, welke reeds sedert geruimen tijd voor de veilingen in het land geldt), terwijl bovendien, voor het vaststellen van het aandeel, dat elk der toetredende grossiers in den omzet moest hebben, nog in aanmerking werd genomen, welke omzet iedere toetredende grossier in de betreffende producten in de basisjaren 1937, 1938 en 1939 heeft gehad.

Alle grossiers zijn destijds door het Bestuur der grossiersvereeniging aangeschreven zich voor de te vormen Vennootschap op te geven, ook grossier Lindeman. Waar Lindeman zich echter eerst in December 1940 als groothandelaar op de Centrale Markt heeft gevestigd, kon hij niet voor deelname in aanmerking komen. Ten slotte hebben zich 39 grossiers, die regelmatig jaarlijks in stapelproducten handel hebben gedreven, zich bij de Nennootschap aangesloten. Verdeeling der producten aan den kleinhandel vindt plaats op basis van de aardappeltoewijzing van elken kleinhandelaar.

Heeren Dijkstra en Draaisma komen ter vergadering en zetten regeling uiteen (zie boven). Lindeman had geen "verleden" als grossier. Hij wordt door de grossiersvereeniging niet als grossier erkend, daar hij, door een vernuftige combinatie, zoowel grossier is, als kleinhandelaar. De winkels van de Gebr. Lindeman worden echter op dezelfde wijze van stapelproducten voorzien als de overige winkels in de stad. Wanneer Gebr. Lindeman meenen, dat zij in verband met den omvang hunner zaken, voor een grootere toewijzing in aanmerking moeten komen, kunnen zij zich vervoegen op het spreekuur van het Bestuur der Combinatie. Dit hebben zij echter nog niet gedaan.

D. Lindeman trad voor December 1940, het tijdstip, dat hij als grossier tot de Centrale Markt werd toegelaten, op als inkooper voor de zaken van zijn broers. Hij had zeker geen zelfstandigen grossierszaak. Na Dec. 1940 grossierde hij on (...) * Conflict: De kern van het document is een geschil over markttoegang en distributierechten tijdens de Duitse bezetting. D. Lindeman klaagt dat hij wordt uitgesloten van een monopolistische "Combinatie" van grossiers.
* Regulering: Om de voedselvoorziening in Amsterdam veilig te stellen (vooral voor de winteropslag), werden grossiers gedwongen of gestimuleerd zich te verenigen in een Vennootschap onder firma (V.o.F.). Dit gebeurde onder toezicht van "Bureau Velders".
* Uitsluitingscriteria: De gevestigde orde hanteerde het "verleden" (omzet in de jaren 1937-1939) als criterium voor deelname. Dit was een effectieve manier om nieuwkomers (zoals Lindeman, die pas in 1940 begon) buiten te sluiten.
* Hybride ondernemerschap: Lindeman wordt gewantrouwd omdat hij zowel als grossier (groothandel) als kleinhandelaar (winkels van zijn broers) opereert. Dit werd door de traditionele beroepsorganisaties ("Onderling Belang") gezien als een ongewenste "vernuftige combinatie".
* Taalgebruik: Het document hanteert de toen gebruikelijke spelling (den, der, heeren) en ambtelijke terminologie. Opvallend is de typefout "Nennootschap" in de zesde alinea. Dit document stamt uit januari 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog. De Nederlandse economie was in deze periode volledig onderworpen aan de Duitse Lenkung (sturing). De schaarste nam toe, waardoor de distributie van "stapelproducten" (essentiële levensmiddelen zoals uien en wortelen) strikt gereguleerd werd via rijksbureaus.

De centrale markt in Amsterdam was het zenuwcentrum voor de voedselvoorziening van de stad. De oprichting van combinaties en vennootschappen onder toezicht van instanties zoals het "Bureau voor Groenten- en Fruitvoorziening" was bedoeld om de distributie te beheersen en de zwarte handel tegen te gaan. Tegelijkertijd boden deze structuren de gevestigde handelaren een middel om de markt af te schermen voor nieuwe concurrenten, waarbij de bureaucratische regels van de bezettingsjaren als legitimatie dienden. D. Lindeman Sieburgh geeft (De heer) Gemeente Amsterdam Marktwezen Politie

Samenvatting

  • Conflict: De kern van het document is een geschil over markttoegang en distributierechten tijdens de Duitse bezetting. D. Lindeman klaagt dat hij wordt uitgesloten van een monopolistische "Combinatie" van grossiers.
  • Regulering: Om de voedselvoorziening in Amsterdam veilig te stellen (vooral voor de winteropslag), werden grossiers gedwongen of gestimuleerd zich te verenigen in een Vennootschap onder firma (V.o.F.). Dit gebeurde onder toezicht van "Bureau Velders".
  • Uitsluitingscriteria: De gevestigde orde hanteerde het "verleden" (omzet in de jaren 1937-1939) als criterium voor deelname. Dit was een effectieve manier om nieuwkomers (zoals Lindeman, die pas in 1940 begon) buiten te sluiten.
  • Hybride ondernemerschap: Lindeman wordt gewantrouwd omdat hij zowel als grossier (groothandel) als kleinhandelaar (winkels van zijn broers) opereert. Dit werd door de traditionele beroepsorganisaties ("Onderling Belang") gezien als een ongewenste "vernuftige combinatie".
  • Taalgebruik: Het document hanteert de toen gebruikelijke spelling (den, der, heeren) en ambtelijke terminologie. Opvallend is de typefout "Nennootschap" in de zesde alinea.

Historische Context

Dit document stamt uit januari 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog. De Nederlandse economie was in deze periode volledig onderworpen aan de Duitse Lenkung (sturing). De schaarste nam toe, waardoor de distributie van "stapelproducten" (essentiële levensmiddelen zoals uien en wortelen) strikt gereguleerd werd via rijksbureaus.

De centrale markt in Amsterdam was het zenuwcentrum voor de voedselvoorziening van de stad. De oprichting van combinaties en vennootschappen onder toezicht van instanties zoals het "Bureau voor Groenten- en Fruitvoorziening" was bedoeld om de distributie te beheersen en de zwarte handel tegen te gaan. Tegelijkertijd boden deze structuren de gevestigde handelaren een middel om de markt af te schermen voor nieuwe concurrenten, waarbij de bureaucratische regels van de bezettingsjaren als legitimatie dienden.

Genoemde Personen 2

D. Lindeman Sieburgh geeft (De heer)

Locaties

Centrale Markt

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Peen A.G.F. (Groenten): Sla A.G.F. (Groenten): Uien A.G.F. (Groenten): Wortel Olie & Techniek: Lood Olie & Techniek: Olie Textiel & Kleding: Band Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Lever Vleeswaren: Vlees

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Gemeente Amsterdam Marktwezen Politie

Kooplieden in dit dossier 3

Kistenhuur is 20.000 kisten à 20 cent per kist = Uilenburg
Pand Medan

Gerelateerde Documenten 6