Verslag van een bespreking (notulen)
Origineel
Verslag van een bespreking (notulen) 11 december 1941 11 December 1941.
Bespreking met HH. Velders, Bureau Gr.en Fr.voorziening en Van 't Riet, Direc-
teur Groente en Fruitcentrale. Van Marktwezen HH. Sixma en Sieburgh.
Hrt.Van 't Riet vreest van regeling gecentraliseerden verkoop, dat Amsterdam
naar verhouding beter zal worden voorzien dan andere gemeente. Er is relatief
schaarschte d.w.z. eventueel publiek en handel de stapelproducten zou kunnen
opslaan waardoor te kort voor directe voorziening.
Antw. "Er is alleen sprake van gecentraliseerden verkoop van den 14daagschen
winteropslag benevens van datgene, wat voor verversching daarvan noodig is.
De heer Valstar meent, dat wat Amsterdam heeft gevraagd zeer bescheiden is,
namelijk 75 wagons winteropslag. De gecentraliseerde verkoop bevordert juist,
dat de goederen gelijkmatig over de detaillisten zullen worden verdeeld, zoo-
dat voor opslagvorming door detaillisten en publiek weinig kans is. Ook bij
verkoop aan het publiek zal de detaillist wel oppassen, dat niet de een alles
en de ander niets zou krijgen.
Hr. Van 't Riet heeft hieromtrent geen verdere opmerkingen.
Vervolgens bespreekt Hr. Van 't Riet de verhouding op de veiling. Hem mede-
deeling gedaan van de hoofdzaken verhouding gemeente - veiling - tuinders-
veilingvereeniging zooals wij die ons denken, waartegen de heer Van 't Riet
geen bedenkingen oppert.
Mijnerzijds ter sprake gebracht de voorziening die noodig is geworden in ver-
band met uitsluiting van een aantal Amsterdamsche grossiers. Deze zaak is
[handgeschreven: 4 December '41] besproken met den Regeringscommissaris Valstar en
Mr. Branderhorst van Bureau ~~Rijks~~ Prijsbeheersing, Den Haag.
Hrt.Van 't Riet deelt mede, deze zaak te hebben doorgekregen van Hr. Valstar.
Aan de veilingen is opdracht gegeven niet te verkoopen aan uitgesloten gros-
siers. De aan deze toekomende punten voor eventueele verdeeling zullen aan
grossiers met dezelfde gemeente als de uitgeslotenen worden gegeven. Aan het
Bureau van Hr. Van 't Riet wordt thans aan deze gewerkt. Voor zoover voor
eenige Gemeente op de veilingen der uitgeslotenen grossiers geen grossiers,
die bekwaam zijn om de punten over te nemen, zullen deze aan andere grossiers
~~worden~~ dier gemeente worden gegeven. Hieromtrent zal de heer Van 't Riet con-
tact zoeken voor Amsterdam met den heer Dijkstra, als leider der grossiers-
organisatie.
Ten slotte besproken opslag van wintergroenten in het koelhuis C.M. door en
voor rekening van het Bureau Velders, eventueel door dit Bureau in samen-
werking met de grossierscombinatie uit te voeren.
's Middags met Hr.Velders en Hr. Van Es besproken opslag uien koelhuis. Voor-
loopig vastgesteld, dat hiervoor 1e en 2e verdieping zullen worden vrijgemaakt.
[Handgeschreven rechtsonder:]
1 in doss winteropslag
1 in doss prijsbeheersing * Beheersing van de markt: Het document illustreert de verschuiving naar een geleide economie. De overheid (via de Regeringscommissaris en diverse Bureau's) greep diep in op de markt om schaarste te beheersen en hamsteren door handelaren ("stapelproducten opslaan") te voorkomen.
* Distributie en Rechtvaardigheid: Er is een duidelijke spanning tussen het belang van Amsterdam en dat van andere gemeenten. De gecentraliseerde verkoop wordt gepresenteerd als een middel om "gelijkmatige" verdeling te waarborgen, zodat detaillisten (winkeliers) en het publiek gelijke kansen houden.
* Sancties en 'Punten': De passage over de "uitsluiting van een aantal Amsterdamsche grossiers" is cruciaal. Grossiers die zich niet hielden aan de regels van het Bureau Prijsbeheersing (zoals prijsopdrijving op de zwarte markt), werden uitgesloten van handel. Hun contingenten ("punten") werden overgedragen aan bonafide collega's om de aanvoer naar de stad te garanderen.
* Logistiek: De vermelding van "75 wagons" winteropslag en het gebruik van "koelhuis C.M." (waarschijnlijk de Centrale Markthallen in Amsterdam) toont de enorme logistieke operatie aan die nodig was om de stad tijdens de wintermaanden te voeden. Dit verslag is geschreven in december 1941, ruim anderhalf jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening werd in deze periode steeds nijpender. De winter van 1941-1942 was bovendien extreem koud, wat de opslag en het transport van groenten (zoals de genoemde uien) bemoeilijkte.
S.J. Valstar, die in de tekst wordt genoemd, was de Regeringscommissaris voor de Groenten- en Fruitvoorziening en daarmee een van de machtigste figuren in de Nederlandse voedselvoorziening tijdens de oorlog. Het "Bureau Prijsbeheersing" was een gevreesd orgaan dat toezag op de maximumprijzen om inflatie en woekerwinsten tegen te gaan. De uitsluiting van grossiers was een zware straf die direct hun broodwinning trof. De documentatie van deze besluitvorming was essentieel voor de verantwoording van de distributieketen onder toezicht van de bezetter.