Archiefdocument
Origineel
Niet expliciet vermeld, maar de context (spelling, "Levensmiddelenvoorziening", rantsoenering en schaarste) wijst op de periode van de Duitse bezetting van Nederland (ca. 1941-1944). -3-
| Transport | f 4.937,50 | |
|---|---|---|
| Uien (25 wagons van 10.000 kg. = 250.000 kg.) | ||
| Lossen | f 20,- per wagon | |
| Afleveren | " 30,- " " | |
| Totaal | f 50,- per wagon | |
| f 50,- x 25 wagons = | f 1.250,- | |
| onderwicht 15% van de waarde (f 15.000,-) = | " 2.250,- | |
| " 3.500,- | ||
| Kistenhuur is 20.000 kisten à 20 cent per kist = | " 4.000,- | |
| Vorstbedekking: | f 300,- | |
| bewaking | " 1.000,- | |
| administratie en contrôle | " 500,- | |
| " 1.800,- | ||
| ---------------- | ||
| Totaal generaal | f 14.237,50 | |
| ============== |
De Directeur merkt hierbij op, dat de kistenhuur in vergelijking met verleden jaar zeer veel hooger is, terwijl ook het percentage voor bederf der uien en wortelen verhoogd is van 12½ tot 15%.
De heer Dijkstra zegt, dat kisten vrijwel niet te verkrijgen zijn, zulks in tegenstelling met verleden jaar. Het is derhalve onmogelijk om beneden den prijs van f 0,20 per kist materiaal in huur te verkrijgen.
De heer Smeets kan zulks onderschrijven.
De heer Dijkstra deelt mede, dat de onderwicht op uien en wortelen inderdaad zeer groot is te achten. Spreker merkt op, dat de door de Overheid gestelde winstmarge in het algemeen juist is te noemen, indien de producten direct kunnen worden verkocht. Indien echter deze producten twee maanden moeten worden opgeslagen, dan kan de handel de daardoor ontstane verliezen niet meer uit de winstmarge betalen.
Er moet verder, in verband met de veelvuldig voorkomende diefstallen en in verband met de te verwachten groote vraag in den aanstaanden winter, door den handel beslist worden gezorgd, dat de opgeslagen producten door een permanente wacht worden bewaakt. Een en ander kost 40 cent per uur met inbegrip van alle sociale verzekeringen.
De heer Smeets merkt hierbij op, dat de Nederlandsche Bewakingsmaatschappij, gevestigd in de Haarlemmerhouttuinen door het Raadhuis aan den Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening is aanbevolen.
De handel kan derhalve de opslag voor de Gemeente verzorgen, voor den totalen prijs van rond f 14.000,-. De verhooging van deze vergoeding in vergelijking met verleden jaar is hoofdzakelijk een gevolg van de kosten der kistenhuur, die van de bewaking en in verband met het feit, dat 50% meer wordt opgeslagen dan verleden jaar. Men moet hierbij in aanmerking nemen, dat de Gemeente dus ruim f 14.000,- zal uitgeven, waarvoor voor ruim twee weken de voorraad in de stad is gegarandeerd. Een en ander is zeker te verantwoorden, wanneer daarmede de orde en de rust in de stad zijn verzekerd.
De heer Draaisma deelt nog mede, dat de handel verleden jaar op 20 December zelf in voorraad had: 25 wagons rapen, 14 wagons wortelen, 16 wagons uien. Bovendien stond het vast, dat verleden jaar de bevolking in ruime mate van stapelproducten was voorzien. Thans is er echter vrijwel niets in voorraad, noch bij den handel, noch bij de bevolking.
Vatgroenten.
De heer Kramer overhandigt een nieuwe opstelling der vergoeding voor het opslaan der vatgroenten. De Combinatie komt daarbij thans tot een vergoeding van f 2,- per vat. Dit document is een verslag van een zakelijke bespreking over de voedselvoorziening in een Nederlandse stad (zeer waarschijnlijk Haarlem). De kernpunten zijn:
- Stijgende Kosten: Er is een aanzienlijke stijging in de kosten voor opslag (kistenhuur) en een hoger risico op bederf/gewichtsverlies (onderwicht) vergeleken met het voorgaande jaar.
- Schaars Materiaal: Dijkstra merkt op dat kisten bijna niet meer te krijgen zijn, wat de huurprijs opdrijft naar 20 cent per kist.
- Onvoldoende Marges: De door de overheid vastgestelde winstmarges zijn toereikend voor directe verkoop, maar niet voor langdurige opslag door de verliezen die optreden.
- Beveiligingsnoodzaak: Vanwege "veelvuldig voorkomende diefstallen" is permanente bewaking noodzakelijk. De "Nederlandsche Bewakingsmaatschappij" wordt hiervoor voorgedragen.
- Voorraadvergelijking: Draaisma schetst een somber beeld: waar vorig jaar rond 20 december de handel en de bevolking nog ruime voorraden hadden (rapen, wortelen, uien), is er nu vrijwel niets meer aanwezig.
- Gemeentelijke Rol: De gemeente wordt gevraagd circa 14.000 gulden te investeren om een voedselvoorraad voor slechts twee weken te garanderen, wat ook gezien wordt als een middel om de openbare orde (rust) te bewaren. De terminologie ("Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening", "stapelproducten") en de focus op extreme schaarste en diefstal plaatsen dit document stevig in de context van de Tweede Wereldoorlog. De Centrale Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening (CDL) was tijdens de bezetting verantwoordelijk voor het beheer van de voedseldistributie.
De vermelding van de "Haarlemmerhouttuinen" en het "Raadhuis" bevestigt dat dit overleg in Haarlem plaatsvond. De enorme bezorgdheid over de wintervoorraad en het gebrek aan reserves bij zowel de handel als de burgers wijst mogelijk op de periode vlak voor of tijdens de verslechterende voedselsituatie die later zou culmineren in de Hongerwinter (indien dit verslag uit eind 1943 of 1944 stamt). Het waarborgen van "orde en rust" door middel van voedselvoorraden was een strategische prioriteit voor de lokale overheden om sociale onrust te voorkomen.