Archief 745
Inventaris 745-356
Pagina 242
Dossier 100
Jaar 1941
Stadsarchief

Verslag/Notities van een ambtelijke bespreking.

18 november 1941.

Origineel

Verslag/Notities van een ambtelijke bespreking. 18 november 1941. N o t i t i e s van een bespreking op Dinsdag 18 November 1941 te 3 uur n.m. van den Directeur van het Marktwezen, den heer C.P. Sixma, den Directeur van den Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening, den heer Smeets, den Gemeentelijken Adviseur voor voedings- en distributieaangelegenheden, den heer F. van Meurs, den Bedrijfschef van den Centrale Markt, den heer J. Broerse en den heer H.A. van Duinhoven, met de groothandelaren in vatgroenten, de heeren P. van Es, G. Kraner en H. Euperus.

O n d e r w e r p : winteropslag vatgroenten voor het seizoen 1941/1942.

De heer Van Es legt over een plan voor opslag van vatgroenten te Amsterdam van den volgenden inhoud.
Men stelt zich voor op te slaan:
500 vaten zuurkool
200 vaten snijboonen
200 vaten spercieboonen
200 vaten andijvie.

De Vereenigde Amsterdamsche Zuurkoolgrossiers zullen voor den opslag zorgen en in onderling overleg vaststellen, hoeveel vaten elk der aangesloten grossiers voor dit doel zal reserveeren. Aan het Gemeentebestuur wordt opgegeven: de naam van den grossier en het getal vaten voor opslag bestemd en de plaats van opslag.
Bemerkingen:
voor den opslag van vaten zuurkool zal de medewerking van de fabrikanten worden gevraagd; dit is noodig, omdat de fabrikanten niet gaarne zien, dat hun vaten uit de circulatie worden genomen. Naar onze meening zullen we de medewerking van de fabrikanten wel verkrijgen.
Omdat er weinig spercieboonen zijn gezouten, zullen we het kwantum van 200 vaten misschien niet bij elkaar kunnen brengen.
Wanneer de grossiers hun vaten groente voor de Gemeente in opslag gaan reserveeren, liggen deze voor hun handel geblokkeerd. De waarde van deze vaten groente is veel hooger dan vorig jaar; de versche boonen hebben belangrijk meer gekost, zout was 100% duurder dan vorig jaar en de vaten zijn zeer schaarsch en duur.
Als vergoeding voor opslag stellen we voor:
opslagkosten per vat ƒ 0,25
onderhoudskosten " " " 0,50
kapitaalderving " " " 1,--
risico " " " 0,25
wegens het gemis van verk. gelegenheid " " " 0,50

De heer Van Es merkt hierbij op, dat er vrijwel geen nieuwe vaten voor de zuurkool beschikbaar zijn, zoodat hiervoor de oude vaten moeten worden gebruikt. Een en ander beteekent, dat deze vaten spoediger moeten rouleeren; hieromtrent wordt thans door de Combinatie overleg met de fabrikanten gepleegd. De vergoeding, die de Combinatie per vat vraagt ad ƒ 2,50 is een vergoeding waar alle kosten bij zijn inbegrepen. De prijs van de vatgroente is momenteel; zuurkool ongeveer ƒ 50,- per vat, snij- en spercieboonen ƒ 80,- tot ƒ 100,- per vat, andijvie ƒ 60,- per vat, alles met inbegrip van het vat; voor de vaten wordt momenteel ƒ 25,- statiegeld per stuk in rekening gebracht. Gemiddeld kost een vat derhalve ƒ 60,-; een vergoeding van ƒ 2,50 voor de Combinatie maakt hiervan derhalve 4% uit.
De heer Van Meurs merkt op, dat de post kapitaalderving à ƒ 1,- per vat hem niet duidelijk is. Waarom is dit bedrag gecalculeerd?
De heer Van Es antwoordt, dat men een bedrag van ƒ 2,50 in zijn geheel moet bezien. Hierin zijn alle kosten verdisconteerd.
De heer Kraner memoreert zijn opmerking in een van de vorige vergaderingen over den winteropslag, namelijk, dat verschillende grossiers er niet veel voor zullen voelen om in de huidige omstandigheden een reserve voor de Gemeente aan te houden; de artikelen zijn zoo willig, dat deze onmiddellijk van de hand kunnen worden gedaan. Indien men dit in oogenschouw neemt, is een bedrag van ƒ 2,50 voor een reserveering van ongeveer twee maanden zeer laag. Spreker weet wel, dat dit bedrag toch nog ƒ 1,50 duurder is dan verleden jaar, doch dit wordt veroorzaakt door de veranderde omstandigheden. Dit document verslaat de onderhandelingen tussen het Amsterdamse marktbestuur en een collectief van groothandelaren ("De Combinatie" van Zuurkoolgrossiers) over het aanleggen van een noodvoorraad ingemaakte groenten (in vaten) voor de winter van 1941-1942.

De kernpunten zijn:
1. Schaarste: Er is een groot gebrek aan nieuwe vaten en de grondstoffen (zoals zout) zijn fors in prijs gestegen (100%).
2. Financieel conflict: De handelaren vragen een vergoeding van ƒ 2,50 per vat voor de opslag. Dit omvat niet alleen fysieke opslagkosten, maar ook een vergoeding voor 'kapitaalderving' en het mislopen van directe verkoopwinsten.
3. Economische druk: De handelaren wijzen erop dat de markt "willig" is (er is veel vraag); zij kunnen hun voorraad direct verkopen. Het aanhouden van een reserve voor de gemeente wordt door hen gezien als een financiële opoffering die gecompenseerd moet worden. Het document dateert uit november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De voedselvoorziening werd in deze periode steeds nijpender door de haperende import, de vorderingen door de bezetter en de strenge rantsoenering.

De genoemde "Centrale Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening" speelde een cruciale rol in het beheersen van de schaarste. Het bewaren van groenten door middel van inzouten (vatgroenten) was een essentiële methode om de bevolking in de wintermaanden van voedsel te voorzien. De spanning tussen het algemeen belang (voedselzekerheid voor de stad) en het bedrijfsbelang (overleven in een inflatoire oorlogseconomie) is in deze notulen duidelijk voelbaar. De "veranderde omstandigheden" waar de heer Kraner aan refereert, is een eufemisme voor de oorlogssituatie en de bijbehorende prijsstijgingen en schaarste.

Samenvatting

Dit document verslaat de onderhandelingen tussen het Amsterdamse marktbestuur en een collectief van groothandelaren ("De Combinatie" van Zuurkoolgrossiers) over het aanleggen van een noodvoorraad ingemaakte groenten (in vaten) voor de winter van 1941-1942.

De kernpunten zijn:
1. Schaarste: Er is een groot gebrek aan nieuwe vaten en de grondstoffen (zoals zout) zijn fors in prijs gestegen (100%).
2. Financieel conflict: De handelaren vragen een vergoeding van ƒ 2,50 per vat voor de opslag. Dit omvat niet alleen fysieke opslagkosten, maar ook een vergoeding voor 'kapitaalderving' en het mislopen van directe verkoopwinsten.
3. Economische druk: De handelaren wijzen erop dat de markt "willig" is (er is veel vraag); zij kunnen hun voorraad direct verkopen. Het aanhouden van een reserve voor de gemeente wordt door hen gezien als een financiële opoffering die gecompenseerd moet worden.

Historische Context

Het document dateert uit november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De voedselvoorziening werd in deze periode steeds nijpender door de haperende import, de vorderingen door de bezetter en de strenge rantsoenering.

De genoemde "Centrale Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening" speelde een cruciale rol in het beheersen van de schaarste. Het bewaren van groenten door middel van inzouten (vatgroenten) was een essentiële methode om de bevolking in de wintermaanden van voedsel te voorzien. De spanning tussen het algemeen belang (voedselzekerheid voor de stad) en het bedrijfsbelang (overleven in een inflatoire oorlogseconomie) is in deze notulen duidelijk voelbaar. De "veranderde omstandigheden" waar de heer Kraner aan refereert, is een eufemisme voor de oorlogssituatie en de bijbehorende prijsstijgingen en schaarste.

Locaties

Amsterdam.

Ambtenaren

J. Broerse Bedrijfschef

Kooplieden in dit dossier 3

Kistenhuur is 20.000 kisten à 20 cent per kist = Uilenburg
Pand Medan

Gerelateerde Documenten 6