Archief 745
Inventaris 745-356
Pagina 294
Dossier 106
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte nota of rapportage (pagina 2).

Origineel

Getypte nota of rapportage (pagina 2). - 2 -

verdraagt met het uitsluitend zich verlaten op de door
het Rijksbureau voor Voedselvoorziening in Oorlogstijd, Af-
deeling Vervoer getroffen voorzorgsmaatregelen. Het ligt
verre, om voor dezen maatregel niet de allergrootste waar-
deering te hebben, doch bij het streven om, gezien de moei-
lijkheden, waarin wij al verkeeren én ten aanzien van de
voedselvoorziening én ten aanzien van het vervoervraagstuk,
voor den komenden winter geen of althans niet meer dan het
strikt onvermijdelijkste risico te nemen, dient de vraag
te worden gesteld, waarom niet tijdig zooveel wat noodig
en mogelijk is in Amsterdam zal worden opgeslagen. Deze
maatregel verlicht bovendien het vervoervraagstuk voor an-
dere gemeenten in den komenden winter. Trouwens eenig na-
deel, anders dan mogelijk eenige moeite en extra kosten,
zijn naar beste weten aan dezen maatregel niet verbonden.
De omstandigheid, dat Amsterdam de gelegenheid tot zoodani-
gen opslag biedt, moge een aansporing zijn tot het nemen
van dezen maatregel.
Als bijlage wordt aan deze nota toegevoegd een over-
zicht van den omvang van den mogelijken opslag en de wijze
waarop hij kan geschieden.
Met een enkel woord is hier al aangestipt, dat al zijn
[Kantlijnnotitie:] Het onderscheid tusschen groote stad en kleine plaats.
De Rijp en Amsterdam elk een gemeente met gelijke rechten,
dit nog niet wil zeggen, dat beide aan elkander gelijk zijn,
voor wat betreft de moeilijkheden, die uit een onderbreking
van of hapering van de voedselvoorziening in den a.s. win-
ter zouden kunnen voortvloeien.
In de onderwerpelijke aangelegenheid is er tussen stad
en platteland een kwantitatief en kwalitatief verschil.
Kwantitatief in dit opzicht, dat zoo er onverhoopt in
den a.s. winter een ongereede toestand in de voedselvoor-
ziening mocht ontstaan, de kleine plaats zich gemakkelijker
zal kunnen redden dan de groote stad. Gegeven de beperkt-
heid van middelen, die in de tegenwoordige omstandigheden
ten dienste staan, om zich bij eventueel optredende moei-
lijkheden er door heen te kunnen slaan, is het voor de
groote gemeente dubbel bezwaarlijk, om de moeilijkheden
vlug en afdoende de baas te worden.
Kwalitatief met betrekking tot de gevolgen, die een
niet geregelde voortgang van de voedselvoorziening onder
de bevolking te weeg kan brengen.
Het fundamenteele verschil tusschen stad en platteland
in deze is het massale karakter, dat in de stad aan
elk der verschijnselen, die uit een eventueelen noodtoe-
stand voortvloeit, verbonden is. De geheele middenstand,
die bij de voedselvoorziening is betrokken, lijdt bij een
onderbreking daarvan; de ziekenhuizen, verzorgingshuizen
van ouden van dagen en behoeftigen, weeshuizen en kinder-
tehuizen van allerlei aard brengen onmiddellijk een massaal
verschijnsel te weeg. De gevolgen met betrekking tot den
gezondheidstoestand evenzeer, gezien het toch al zorgelijk
karakter, dat deze allengs dreigt aan te nemen. Het samen
zijn van groote groepen van personeel in fabrieken, werk-
plaatsen, magazijnen en kantoren, waaronder groepen zijn,
die in de duizendtallen beloopen, is eveneens een ver-
schijnsel van massaal karakter en dat het platteland en
de kleine plaats niet kent, doch waarmede de groote stad * Kernbetoog: De auteur pleit voor het tijdig aanleggen van voedselvoorraden in Amsterdam zelf om transportrisico's in de komende winter te minimaliseren. Hoewel het centrale beleid van het Rijksbureau wordt gewaardeerd, acht men lokale opslag noodzakelijk.
* Argumentatie:
1. Logistiek: Opslag in Amsterdam ontlast het vervoersnetwerk voor andere gemeenten.
2. Kwantitatief: Een kleine gemeente (zoals De Rijp) is weerbaarder bij tekorten dan een grote stad, die bij gebrek aan middelen sneller in de problemen komt.
3. Kwalitatief: In een stad heeft elk probleem een "massaal karakter". Een hapering in de voedselvoorziening raakt direct kwetsbare groepen in instellingen (ziekenhuizen, weeshuizen) en grote groepen arbeiders in fabrieken, wat de sociale orde en volksgezondheid direct in gevaar brengt.
* Stijl: Formeel, ambtelijk en dwingend. Er spreekt een grote bezorgdheid uit over de stabiliteit van de stad bij een eventuele noodtoestand. Dit document is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). De expliciete vermelding van het "Rijksbureau voor Voedselvoorziening in Oorlogstijd" (opgericht in 1939) plaatst het direct in deze periode. Gezien de waarschuwingen voor de "komende winter" en de vrees voor een "ongereede toestand" (crisis), is het zeer aannemelijk dat dit document dateert van kort vóór de Hongerwinter (1944-1945) of een eerdere oorlogswinter waarin de transportlijnen door brandstoftekorten of oorlogshandelingen ernstig belemmerd werden. Het illustreert de specifieke kwetsbaarheid van de grote steden in West-Nederland die volledig afhankelijk waren van aanvoer van buitenaf.

Samenvatting

  • Kernbetoog: De auteur pleit voor het tijdig aanleggen van voedselvoorraden in Amsterdam zelf om transportrisico's in de komende winter te minimaliseren. Hoewel het centrale beleid van het Rijksbureau wordt gewaardeerd, acht men lokale opslag noodzakelijk.
  • Argumentatie:
    1. Logistiek: Opslag in Amsterdam ontlast het vervoersnetwerk voor andere gemeenten.
    2. Kwantitatief: Een kleine gemeente (zoals De Rijp) is weerbaarder bij tekorten dan een grote stad, die bij gebrek aan middelen sneller in de problemen komt.
    3. Kwalitatief: In een stad heeft elk probleem een "massaal karakter". Een hapering in de voedselvoorziening raakt direct kwetsbare groepen in instellingen (ziekenhuizen, weeshuizen) en grote groepen arbeiders in fabrieken, wat de sociale orde en volksgezondheid direct in gevaar brengt.
  • Stijl: Formeel, ambtelijk en dwingend. Er spreekt een grote bezorgdheid uit over de stabiliteit van de stad bij een eventuele noodtoestand.

Historische Context

Dit document is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). De expliciete vermelding van het "Rijksbureau voor Voedselvoorziening in Oorlogstijd" (opgericht in 1939) plaatst het direct in deze periode. Gezien de waarschuwingen voor de "komende winter" en de vrees voor een "ongereede toestand" (crisis), is het zeer aannemelijk dat dit document dateert van kort vóór de Hongerwinter (1944-1945) of een eerdere oorlogswinter waarin de transportlijnen door brandstoftekorten of oorlogshandelingen ernstig belemmerd werden. Het illustreert de specifieke kwetsbaarheid van de grote steden in West-Nederland die volledig afhankelijk waren van aanvoer van buitenaf.

Kooplieden in dit dossier 3

Kistenhuur is 20.000 kisten à 20 cent per kist = Uilenburg
Pand Medan

Gerelateerde Documenten 6