Getypt rapport/memorandum met handgeschreven annotaties.
Origineel
Getypt rapport/memorandum met handgeschreven annotaties. Nº 637 L.M. 1941
Nº 37/57/5 M. 1941 18/9 [handgeschreven: DM]
Voedselvoorziening van Amsterdam in den aanstaanden winter.
--------------------------------------------------
| Kantlijnnotitie | Inhoud |
|---|---|
| Waar het niet om gaat. | Bij het verzoek om maatregelen voor de voedselvoorziening van Amsterdam in den a.s. winter gaat het niet om het verkrijgen van grootere hoeveelheden voedsel voor de Amsterdamsche bevolking, dan krachtens de distributievoorschriften in het algemeen worden toegewezen. Het gaat bij dit verzoek evenmin om in Amsterdam voorraden levensmiddelen op te slaan, zonder daarbij te letten op de behoeften van de overige gemeenten des lands. |
| Waar het wel om gaat. | Waar het wel om gaat is om in Amsterdam zoo spoedig doenlijk een zoodanigen opslag van levensmiddelen aan te leggen, als tenminste overeenstemt met de hoeveelheden, waarop Amsterdam aanspraak kan maken. |
| Een gemeente is een gemeente, doch alle gemeenten zijn daarom nog niet aan elkander gelijk. | Voor alle gemeenten dient ten aanzien van de voorziening van levensmiddelen voor den a.s. winter te worden gezorgd. Alle moeten kunnen beschikken over de hoeveelheden voedingsmiddelen, die hun worden toegewezen. Dit wil nog niet zeggen, dat daarom alle gemeenten aan elkander gelijk zijn. Nog buiten beschouwing gelaten, dat verschillende gemeenten door haar ligging binnen bepaalde productiecentra en/of door haar economisch karakter zich gemakkelijker bij mogelijk optredende moeilijkheden bij de voedselvoorziening er doorheen zullen kunnen slaan, is de grootte van een gemeente als Amsterdam als bevolkingscentrum in verschillend opzicht een factor van beteekenis. Uit een oogpunt van zorg om in dezen tijd de voedselvoorziening voor deze Gemeente een goed verloop te doen hebben, is zij kwalitatief van andere orde dan in andere gemeenten, m.a.w. De Rijp en Amsterdam zijn beide een gemeente, doch bij een onderbreking van de voedselvoorziening is dit voor Amsterdam minder makkelijk te verhelpen dan voor De Rijp, terwijl tevens in een groote stad gemakkelijker nog andere moeilijkheden kunnen optreden dan in een kleine. |
| Het vervoer-vraagstuk. | Voor alles dient dus de aandacht er op gericht te zijn moeilijkheden, welke eventueel kunnen optreden, te trachten te voorkomen. In de gegeven omstandigheden moet het vervoervraagstuk als een zoodanige moeilijkheid worden gezien. Gebrek aan kolen, benzine en autobanden heeft het goederenvervoer al tot een minimum beperkt, terwijl het nog wel verder zal moeten worden ingekrompen, gezien de toenemende schaarschte aan autobanden. Het Rijksbureau voor Voedselvoorziening in Oorlogstijd Afdeeling Vervoer, heeft een regeling getroffen, waarbij in geval in den komenden winter bovendien het water nog dicht komt te liggen, deze afdeeling door middel van haar ter beschikking staande vrachtauto's en hoeveelheden benzine het vervoer van levensmiddelen op zich zal kunnen nemen. Daarop zal Amsterdam zich dan voor haar voedselvoorziening moeten verlaten, omreden op het spoor in evengenoemde omstandigheden wel geen beroep zal kunnen worden gedaan. |
| Opslag in Amsterdam. | De vraag dringt zich op, of, wanneer nog andere voorzorgsmaatregelen ter beschikking staan, goed beleid zich C.S. Stadhuis A'dam, 9-'41. |
--- Dit document is een beleidsnota of een officieel schrijven vanuit het Amsterdamse stadhuis aan de rijksoverheid (mogelijk aan het Rijksbureau voor Voedselvoorziening in Oorlogstijd). De kern van het betoog is een pleidooi voor de decentrale opslag van voedselvoorraden binnen de stadsgrenzen van Amsterdam.
De argumentatie is gebaseerd op de volgende punten:
1. Logistieke kwetsbaarheid: De auteur wijst op de kritieke toestand van het transport. Door tekorten aan brandstof (benzine, kolen) en rubber (banden) is het vervoer over de weg en het spoor onbetrouwbaar.
2. Seizoensgebonden risico: Men vreest voor een strenge winter waarbij de waterwegen ("het water dicht komt te liggen") onbruikbaar worden voor de bevoorrading per schip.
3. Schaalverschil: Er wordt een scherp onderscheid gemaakt tussen een kleine gemeente (zoals De Rijp) en een metropool als Amsterdam. Een hapering in de voedselketen leidt in een grote stad direct tot grotere sociale en maatschappelijke onrust.
4. Geen bevoorrechting: De tekst benadrukt (wellicht om politieke gevoeligheid te vermijden) dat Amsterdam niet méér voedsel vraagt dan waar het volgens de distributieregels recht op heeft, maar dat het enkel de distributie logistiek veilig wil stellen door voorraden fysiek naar de stad te halen.
--- Het document dateert van september 1941, ruim een jaar na de start van de Duitse bezetting van Nederland. De context is cruciaal voor het begrip van de urgentie:
- Distributiestelsel: Sinds 1939/1940 was in Nederland een strikt distributiesysteem met bonnen van kracht. De overheid controleerde de volledige voedselketen via het Rijksbureau voor Voedselvoorziening in Oorlogstijd (RVVO).
- Schaarschte: In de herfst van 1941 begonnen de tekorten aan brandstoffen en grondstoffen nijpend te worden omdat de bezetter deze opeiste voor de eigen oorlogsvoering (de Kriegswirtschaft).
- Bestuurlijke spanning: Er bestond een voortdurende spanning tussen de gemeentebesturen (die de lokale rust wilden bewaren) en de centrale (vaak door Duitsers gecontroleerde) organen over de verdeling van de schaarse middelen.
- De winter van 1941-1942: De vrees voor een strenge winter was terecht; de winter van '41-'42 zou inderdaad zeer koud worden (de op twee na koudste winter van de 20e eeuw), wat de transportproblemen die in dit document worden voorzien, bewaarheid maakte.
Dit document is een typerend voorbeeld van de "voorzorgsmaatregelen" die steden probeerden te treffen om een hongersnood te voorkomen, jaren voordat de beruchte Hongerwinter van 1944-1945 daadwerkelijk zou plaatsvinden. C.S. Stadhuis Rijksbureau Stadhuis