Getypt overzicht van benodigde opslagcapaciteit voor voedselvoorraden.
Origineel
Getypt overzicht van benodigde opslagcapaciteit voor voedselvoorraden. 1941. No. 10 L.M. A.V.D. 1941.
Opslagruimte (winteropslag)
Gewoon kaas 1200 m2
Peulvruchten 880 "
rijst 760 "
gort 1000 "
bloem 840 "
suiker 1080 "
meel voor brood 2220 "
7980 m2
Koelhuis
boter, vet en margarine 2500 m2
melk 500 "
3000 "
Vrieshuis
spek, vleesch 1200 "
Kalkputten
(of koelhuis)
eieren (indien koelhuis) 300 "
12480 m2
aardappelen (opslagruimte + schepen)
Opslagruimte stel 10000 m2 Dit document is een logistieke planning voor de opslag van cruciale voedselvoorraden in de winter van 1941. Het geeft een gedetailleerd inzicht in de ruimtebehoefte voor verschillende categorieën producten. Opvallend is de onderverdeling in opslagcondities:
- Gewoon: Voor droge goederen zoals granen, peulvruchten en suiker (totaal 7980 m2).
- Koelhuis/Vrieshuis: Voor bederfelijke waren zoals zuivel, vetten en vlees.
- Kalkputten: Een traditionele methode voor het conserveren van eieren, waarbij koelhuisopslag als alternatief wordt genoemd.
- Aardappelen: De grootste individuele post (10.000 m2), waarbij expliciet melding wordt gemaakt van het gebruik van schepen als aanvullende opslagruimte. Het document stamt uit 1941, het tweede jaar van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de voedselvoorziening strikt gereguleerd door het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd (RBVO).
De planning van "winteropslag" was van vitaal strategisch belang om de bevolking door de maanden heen te loodsen waarin de eigen landbouwproductie stilvond. Het gebruik van binnenschepen voor de opslag van aardappelen was in die tijd een gebruikelijke praktijk om het tekort aan vaste magazijnruimte op te vangen. De afkorting "L.M. A.V.D." verwijst mogelijk naar een specifieke afdeling binnen een ministerie of militaire instantie betrokken bij de distributie of verdediging van de voedselketen. Rijksbureau