Handgeschreven ambtelijke notities / telefoonnotities.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notities / telefoonnotities. [Links bovenin:]
Den Hr
Scharner
maj. Burkas
[Midden boven:]
Opslaggelegenheden Amsterdam
2 Juli '41 de Nobel H.J.
deelt mede pakhuizen haven
mogen niet gebruikt [voor] opslag
brandbare voorraden. Dus wel
bijvoorbeeld aardappelen.
4 Juli '41 Teleph. bespreking
met mr. Regtering Secretaris R.D.
Zal zooveel mogelijk opgave
doen van voorn. opslaggelegenheden
Amsterdam en van wat eventueel
disponibel is. Een en ander
onder noodige reserve. Uit
zoowel gemeentel. als particuliere
oplaggelegenheden. Het document bevat twee korte verslagen van administratieve contacten over logistieke ruimte in Amsterdam:
- Veiligheidsrestricties (2 juli): H.J. de Nobel rapporteert dat bepaalde havenpakhuizen niet mogen worden gebruikt voor de opslag van brandbare goederen. Dit wijst op een verscherpt veiligheidsbeleid, waarschijnlijk ingegeven door het risico op brand bij luchtaanvallen of sabotage. Er wordt expliciet een veilig alternatief genoemd: de opslag van aardappelen.
- Capaciteitsonderzoek (4 juli): De tweede notitie betreft een afspraak met Mr. Regtering, secretaris van een Rijksdienst (R.D., waarschijnlijk de Rijksdienst voor de Voedselvoorziening). Er wordt gewerkt aan een totaaloverzicht van beschikbare opslagruimte in Amsterdam, waarbij zowel naar gemeentelijke als particuliere panden wordt gekeken. De zinsnede "onder noodige reserve" duidt op de onvoorspelbaarheid van de situatie, waarbij panden op elk moment door de Duitse bezetter gevorderd konden worden. Dit document bevindt zich midden in de periode van de Duitse bezetting van Nederland (juli 1941). De logistiek en voedselvoorziening stonden onder enorme druk. De Rijksdienst voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd (RBVVO) probeerde de distributie te beheersen. De haven van Amsterdam was als logistiek knooppunt essentieel, maar tevens een militair doelwit. De notities tonen de ambtelijke inspanningen om de schaarse ruimte efficiënt en veilig in te delen, waarbij de grens tussen publiek bezit en privaat eigendom (particuliere pakhuizen) vervaagde door de oorlogsnoodzaak.