Ambtelijke notitie of intern memo betreffende scheepvaartregistratie.
Origineel
Ambtelijke notitie of intern memo betreffende scheepvaartregistratie. 17 juni 1941 (met verwijzingen naar 4 en 10 juni 1941; latere annotatie in rood van 20 november 1941). Op dagrapport "Vaartuigen"
van 10 Juni 1941 no 137. staat in
de rubriek "vertrokken schepen"
vermeld:
Voorwaarts II Timmermans A dam aangekomen
4 Juni groot 45 ton.
vertrokken: 10 - 6 - zonder lading of lossing
De aankomst van dit vaartuig werd
echter niet gemeld op het bedoelde
dagrapport van 4 Juni 1941.
[Paraaf/Handtekening links] CM
[Naam/Handtekening] Hannss [?]
[In rood:] Berg 20/11 41
[Handtekening rechts, onderstreept] [Onleesbaar, mogelijk "Potters"]
17/6 1941
[Onderkant:]
Fvb No 371/62/1 M. 1941 7/7 202 * Kernboodschap: De schrijver van het document wijst op een fout in de administratie. In het dagrapport van 10 juni 1941 staat vermeld dat het schip "Voorwaarts II" is vertrokken en dat het op 4 juni was aangekomen. Echter, bij controle van het dagrapport van 4 juni bleek de aankomst van dit schip daarop niet te zijn vermeld.
* Vaartuigdetails:
* Naam: Voorwaarts II.
* Schipper/Eigenaar: Timmermans uit Amsterdam ("A dam").
* Grootte: 45 ton.
* Status bij vertrek: "zonder lading of lossing" (leeg gebleven).
* Administratieve context: Het document verwijst naar "Dagrapport no 137". De nummers en stempels onderaan ("M. 1941") duiden op een systematische archivering, waarschijnlijk door een havenautoriteit, waterpolitie of douane-instantie. Dit document stamt uit juni 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode stond de scheepvaart onder strikt toezicht van zowel de Nederlandse autoriteiten als de bezetter. Het nauwkeurig bijhouden van de bewegingen van vaartuigen, hun lading en hun tonnage was essentieel voor de distributie van goederen en om illegale transporten of sabotage te voorkomen.
Een administratieve omissie zoals hier beschreven—een schip dat wel vertrekt maar waarvan de aankomst nooit officieel is genoteerd—kon in oorlogstijd leiden tot nader onderzoek. Het feit dat het schip "zonder lading of lossing" vertrok na zes dagen in de haven te hebben gelegen, kan een reden zijn geweest waarom deze administratieve fout extra aandacht kreeg. De rode aantekening van november 1941 suggereert dat het dossier maanden later nogmaals is ingezien of verwerkt.