Officiële correspondentie / Ambtelijke brief.
Origineel
Officiële correspondentie / Ambtelijke brief. 31 juli 1941. De Directeur (waarschijnlijk van de Centrale Markt). [Handgeschreven rechtsboven:]
M. Bloem
verzonden 31/7
[Getypt linksboven:]
VD/HG.
37/67/2 M.
[Getypt rechts:]
31 Juli 1941.
[Geadresseerde:]
den Heer Hoofdcommissaris
van Politie,
Hoofdbureau van Politie,
O.Z. Achterburgwal 185,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 3
[Onderwerp, onderstreept:]
Vergunning overzetveer
ten name van D. Groot.
Hiermede heb ik de eer het volgende onder Uw aandacht te brengen.
Bij besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 27 Januari 1939 No.3306 Bel.Pr.(1938) is aan D. Groot, 2e Hugo de Grootstraat 74 I, alhier, vergunning verleend tot het hebben van twee lieren met een staalkabel en een schuilhuisje aan de uitmonding van het Oostelijk Marktkanaal in de Kostverloren-vaart.
Door mij is op 23 dezer geconstateerd, dat Groot voornoemd voor het overzetten ook gebruik maakt van een motorvlet; hiertegen zou dezerzijds geen bezwaar bestaan, ware het niet, dat op vorengenoemden datum is waargenomen, dat Groot met zijn motorvlet aanlegde aan een der pieren van de Centrale Markt en daar een persoon afzette. Na onderzoek bleek, dat deze persoon in het bezit was van een geldig toegangsbewijs voor de Centrale Markt, maar het gevaar is niet denkbeeldig, dat ook andere personen, die geen toegang hebben tot de Centrale Markt, op deze wijze de markt zouden kunnen betreden.
Ik verzoek U beleefd te doen nagaan, of er aanleiding bestaat om de onderhavige vergunning te doen wijzigen in dien zin, dat het Groot zal zijn toegestaan gebruik te maken van een motorvlet of roeiboot; in de te wijzigen vergunning zal dan echter de voorwaarde moeten worden opgenomen, dat de vergunninghouder in geen geval mag aanleggen aan de terreinen der Centrale Markt.
De Directeur, De brief is een verzoek van de directeur van de Centrale Markt aan de Amsterdamse politie om een bestaande vergunning te herzien. De heer D. Groot exploiteerde een overzetveer over de Kostverlorenvaart, oorspronkelijk bedoeld als een kabelveer met lieren. In de praktijk bleek hij echter een motorvlet te gebruiken.
Het hoofdpunt van de directeur is niet de technische wijziging van het vaartuig, maar een veiligheidsrisico: Groot werd betrapt op het afzetten van een passagier op een pier van de Centrale Markt. Hoewel deze specifieke passagier een vergunning had, vreest de directeur dat deze "achterdeur" door onbevoegden gebruikt kan worden om het streng bewaakte marktterrein te betreden. Er wordt voorgesteld de vergunning aan te passen naar de nieuwe realiteit (motorvlet), maar met een strikt verbod op het aanleggen bij de markt. Het document stamt uit juli 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De controle op de voedseldistributie en toegang tot logistieke knooppunten zoals de Centrale Markthallen was in deze tijd uiterst streng. Onbevoegde toegang tot de markt kon duiden op zwarte handel, die door de bezetter en de lokale autoriteiten hard werd aangepakt.
De locatie van het politiebureau (O.Z. Achterburgwal 185) betreft het historische hoofdbureau van de Amsterdamse politie. De ambtelijke terminologie ("23 dezer", "No.3306 Bel.Pr.") is typerend voor de bureaucratische afhandeling van dergelijke concessies in die periode. De handgeschreven notitie "M. Bloem" verwijst waarschijnlijk naar de ambtenaar die het stuk behandelde of de directeur zelf.